Merry Hermanus

Auguste (Merry) Hermanus (Brussel, 7 februari 1944) was een Belgisch politicus voor de PS.

Levensloop

Merry Hermanus studeerde in 1966 af als licentiaat in de politieke en diplomatieke wetenschappen aan de Université libre de Bruxelles. Ook behaalde hij het diploma van geaggregeerde in economisch beleid en sociologie. Hij werkte van 1969 tot 1970 als bestuurssecretaris voor de provincie Brabant en was daarna van 1970 tot 1973 bestuurssecretaris op het Directoraat-generaal voor Rekrutering en Ontwikkeling van de diensten van de eerste minister.

Vervolgens werkte hij op verschillende ministeriële kabinetten. Van maart tot oktober 1973 was Hermanus kabinetsattaché van staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Irène Pétry, van oktober 1973 tot mei 1974 adviseur op het kabinet van eerste minister Edmond Leburton. Van 1974 tot 1977 was hij opnieuw actief in de ambtenarij als adviseur op de Dienst voor de Studie en Economische Coördinatie van de diensten van de eerste minister. Hij combineerde dit tussen 1976 en 1977 met de functie van Franstalig secretaris van de Commissie voor de Dialoog van de Gemeenschappen over de uitvoering van de definitieve gewestvorming in België. Nadien was hij actief als kabinetschef: van 1977 tot 1979 als kabinetschef voor Openbaar Ambt van vicepremier en minister van Ambtenarenzaken Léon Hurez, van 1979 tot 1980 voor ministers van PTT Robert Urbain en André Baudson, van 1980 tot 1981 voor vicepremier en minister van Verkeerswezen Guy Spitaels, in 1981 voor vicepremier en minister van Begroting Guy Mathot en van 1981 tot 1985 voor minister-president van de Franse Gemeenschap Philippe Moureaux.

Ondertussen werd Hermanus in 1979 inspecteur-generaal van de diensten van de eerste minister en in 1981 werd hij benoemd tot directeur-generaal op dit departement, een benoeming die in 1984 werd vernietigd door de Raad van State. Van 1984 tot 1989 was hij tevens hoogleraar aan het Instituut voor Hogere Studies voor Toegepaste Sociale Wetenschappen.

Hij was tevens van 1977 tot 1987 regeringscommissaris bij de Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB), van 1981 tot 1987 en van 1988 tot 1995 regeringscommissaris bij de RTBF, van 1981 tot 1987 bestuurder van de Nationale Loterij van België, van 1982 tot 1995 voorzitter van de raden van bestuur van de psychiatrische ziekenhuizen van Bergen en Doornik, van 1982 tot 1988 bestuurder van de Université libre de Bruxelles, van 1984 tot 1995 voorzitter van het Bureau voor Promotie van Toerisme Wallonië-Brussel, van 1985 tot 1995 secretaris-generaal van de Franse Gemeenschap, van 1986 tot 1995 voorzitter van het Sportcentrum van het Zoniënwoud, van 1989 tot 1996 voorzitter van de Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB), van 1991 tot 1995 bestuurder van het Sportcentrum van Bütgenbach, van 1992 tot 1996 voorzitter van het bedrijvencentrum EEBIC Incubator en van 1993 tot 1996 voorzitter van IDIM, een privévennootschap verantwoordelijk voor het beheer onroerend erfgoed van het Brussels Gewest. Daarna was hij van 1996 tot 1997 administratief directeur van de PS-fractie in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en van 1996 tot 2009 coördinator van de activiteiten van de IDIM en superviseerde hij van 1996 tot 2003 voor de GOMB economische en sociale reconversieprojecten, met het oog op het verkrijgen van subsidies van de Europese Structuur- en Cohesiefondsen. Ten slotte was hij van 2004 tot 2005 opdrachthouder voor het uitvoeren van lokale economische projecten in het kader van de subsidies van de Europese Structuurfondsen op het kabinet van Charles Picqué, toenmalig minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van 2004 tot 2007 bestuurder bij de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel (GIMB).

In oktober 1976 werd Hermanus verkozen tot gemeenteraadslid van Jette. Hij was er van 1977 tot 1982 schepen van Financiën, van 1983 tot 1988 eerste schepen van Financiën en Onderwijs en ten slotte van 1989 tot 1996 schepen met dezelfde bevoegdheden. Na zijn veroordeling in de UNIOP-affaire in 1996 nam hij ontslag. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 maakte hij zijn politieke comeback. Hij werd er in december 2006 eerste schepen bevoegd voor Franstalig onderwijs, Sociale Zaken en Werk.[1] Spanningen tussen Hermanus en burgemeester Hervé Doyen leidden ertoe dat Hermanus in november 2007 een maand lang schepen af was.[2] In december 2009 werden zijn bevoegdheden als schepen afgenomen.[3] Hermanus was vervolgens weinig aanwezig op gemeenteraden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 was hij geen kandidaat meer en in december 2012 liep zijn ambt als schepen af.[4]

Bij de Brusselse verkiezingen van mei 1995 werd hij verkozen tot lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Ook uit deze functie nam hij na zijn veroordeling in juni 1996 ontslag. Gedurende zijn korte periode in het Brussels Parlement was Hermanus fractievoorzitter van zijn partij, ondervoorzitter van de commissie Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen, Openbaar Ambt en Algemene Zaken en vast lid van de commissies Leefmilieu, Natuurbehoud en Waterbeleid en Economie, Energie, Werkgelegenheid en Wetenschappelijk Onderzoek.

Hermanus is getrouwd met Mireille Franck, directeur-generaal van de GOMB en OCMW-voorzitster van Jette. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, waarbij haar man geen kandidaat meer was, trok ze de PS-lijst en was ze kandidaat-burgemeester.[5] Ze nam haar zetel echter niet op.[4]

Controverses

In 1996 werd hij, samen met Guy Coëme, veroordeeld in de UNIOP-affaire over onwettelijke financiering van de PS door valse opdrachten aan het studiebureau Uniop. Hij werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf met uitstel en nam ontslag als voorzitter van de GOMB.

Hij werd eveneens veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke gevangenigsstraf in de zaak rond het Agustaschandaal. Hermanus werd in april 1989 gecontacteerd door een Dassault-vertegenwoordiger en kreeg na een overleg in Parijs enkele weken later in Luxemburg 30 miljoen frank overhandigd van een Dassault-koerier. Hij verklaarde met de goedkeuring van PS-voorzitter Spitaels te handelen en zette het geld op een privérekening en maakte in de daarop volgende maanden 20 miljoen frank over aan François Pirot, partijsecretaris en vertrouwensman van Spitaels.[6]

In 2007 werd hij samen met zes anderen, waaronder vastgoedtopman Jean Thomas en PS-schepen Isi Halberthal, in verdenking gesteld van schriftvervalsing en verduistering. Hermanus had in zijn hoedanigheid als voorzitter van de GOMB begin jaren 1990 bevriende aannemers een handje toegestoken voor de bouw op de site van het militair hospitaal in Elsene waarbij de fraude bij de verbouwing van de site tot sociale woningen opliep tot 13 miljoen euro. Ook zijn vrouw, toenmalig directeur-generaal van de GOMB, werd in verdenking gesteld.[7][8]

In november 2012 werd hij veroordeeld tot een boete van 1.650 euro en een schadevergoeding van 10.000 euro voor het stalken van de gemeentesecretaris van Jette.[9]