Mehdi Ben Barka

Mehdi Ben Barka (Arabisch: المهدي بن بركة) (Rabat, 1920 – verdwenen Fontenay-le-Vicomte, 29 oktober 1965) was een Marokkaanse politicus. Zijn verdwijning in 1965 veroorzaakte destijds veel opschudding en is heden ten dage nog een actueel (politiek) thema in zowel Marokko als Frankrijk. De affaire-Ben Barka staat symbool voor de jaren van lood, zoals de periode onder koning Hassan II vaak wordt aangeduid.
Achtergrond
Ben Barka studeerde wiskunde aan een Franse school. Hij huwde en kreeg vier kinderen.
Gedurende zijn carrière ontwikkelde hij zich tot een belangrijk lid van de oppositie in Marokko. Aanvankelijk volgde hij hierin de nationalistische Istiqlal partij maar richtte in 1959 de linkse UNFP op, de Union nationale des forces populaires. Ben Barka stond een onafhankelijk, antikoloniaal Marokko voor met een sociaal beleid, gericht op ontwikkeling, vanuit een democratisch perspectief. Hij sprak zich openlijk uit tegen de monarchie en het koninklijk regime. Ben Barka werd hierop een doorn in het oog van de dan heersende koning Hassan II, en werd verbannen. Nadat hij een aanslag overleefd had, een verkeersongeluk dat in scène gezet leek, verdween hij in 1965. Hij werd nooit meer gezien.
De affaire leidde in Frankrijk tot veel ophef. Op aansturen van president de Gaulle werden de diplomatieke banden met Marokko verbroken en vielen er ontslagen bij de politie- en veiligheidsdiensten. De Franse geheime dienst werd onder de minister van Landsverdediging geplaatst in plaats van onder de diensten van de premier.[1]
Nog tot op de dag van vandaag is het onduidelijk wat er met hem is gebeurd. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen opgevoerd omtrent zijn verdwijning, maar geen daarvan heeft tot een doorbraak geleid.
Affaire-Ben Barka
Lang blijft de verdwijning onderwerp van vele speculaties. Destijds werd onder anderen generaal Oufkir, rechterhand van de toenmalige koning Hassan II, veroordeeld voor de moord op Ben Barka. Echter, het officiële dossier van Ben Barka werd noch door Frankrijk, noch door Marokko vrijgegeven. Het verhaal ging dan ook dat de veiligheidsdiensten van beide landen bij de verdwijning betrokken waren.
Begin jaren tachtig leek er een doorbraak in de zaak; toenmalig premier van Frankrijk, Pierre Mauroy gaf toestemming het dossier te laten onderzoeken. Dit gebeurde op veelvuldig aandringen van Ben Barka's zoon, Bachir Ben Barka. Deze beweert hierop dat slechts een klein gedeelte van het dossier beschikbaar is gesteld en dat de waarheid door de overheid achter wordt gehouden.
Een jaar na zijn kroning deed de zoon van Hassan II, Mohammed VI een poging het roer om te gooien. Hij hief de verbanning van de familie van Ben Barka op, die sinds de jaren zestig niet meer welkom was. Verder liet hij de IER, Instance Equité et Reconciliation (Instantie voor Rechtvaardigheid en Verzoening) oprichten. Deze onderzoekscommissie beoogt de misstanden die zijn gepleegd onder het regime van Hassan II te onderzoeken. Er is echter veel kritiek; de commissie zou nauwkeurig geregisseerd worden en geen werkelijke waarheidsbevinding mogen rapporteren.
In 2025 schreven de onderzoeksjournalisten Stephen Smith en Ronen Bergman het boek L'affaire Ben Barka. Daarin schreven ze dat Ben Barka werd ontvoerd in opdracht van Marokko en in de nacht van 3 november 1965 werd vermoord door Ahmed Dlimi, de adjunct van generaal Oufkir. De ontvoering gebeurde volgens hen door leden van de Franse onderwereld met hulp van de Mossad en de Franse politie en met medeweten van premier Georges Pompidou en minister van Binnenlandse Zaken Roger Frey.[1]