Maximale residulimiet
De maximale residulimiet (MRL) is een grenswaarde die het maximale toegelaten restgehalte (residu) van een pesticide, biocide of diergeneesmiddel in of op voedingsmiddelen en diervoeders aangeeft. Deze wettelijke productnorm grenst vaak aan de detectie- (LOD) en quantificatielimiet (LOQ) van een stof.
Doel
Voor elk gewasbeschermingsmiddel is vastgesteld hoeveel ervan uiteindelijk in voedingsmiddelen mag achterblijven. De MRL's worden vastgesteld op basis van 2 overwegingen: bescherming volksgezondheid en 'goed landbouwkundig gebruik'. Goed landbouwkundig gebruik betekent dat bedrijven niet méér bestrijdingsmiddelen gebruiken dan nodig is om een ziekte of plaag goed te bestrijden. In de praktijk stelt met name het goed landbouwkundig gebruik de grens. Dit betekent dat MRL's op een lager niveau liggen dan vanuit gezondheidsoogpunt noodzakelijk is. Als de MRL niet wordt overschreden, worden dus ook de toxische (gezondheidskundige) grenswaarden zoals de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en de acute referentiedosis (ARfD) niet overschreden.[1] Helaas is het wel zo dat de MRL wetgeving uitgaat van belasting van de consument met slechts 1 bestrijdingsmiddel, terwijl consumenten in de praktijk blootgesteld worden aan tientallen van die stoffen plus nog aan alle andere contaminanten in het dagelijks milieu. De MRL voor baby en peutervoeding is aanzienlijk lager dan voor volwassenen, maar die geldt alleen voor verpakte baby en peutervoeding. Dat betekent dat niet verpakte voeding met hogere residu gehalten ongeschikt is voor baby's en peuters. Wetgeving voor zwangere vrouwen ontbreekt in de EU terwijl ook die veel gevoeliger kunnen zijn voor bestrijdingsmiddelen, wegens de zich ontwikkelende embryo. Verder houdt de MRL wetgeving geen rekening met irreversibele receptorbinding van bestrijdingsmiddelen. Dat wil zeggen dat de schade door deze middelen zich kan ophopen in levende organismen, terwijl de stof zelf niet ophoopt.
Mogelijke consequenties
Er is brede discussie over de vraag of de huidige toename in ziekten als kanker, Alzheimer, Parkinson, obesitas en vele anderen verband houdt met de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in onze voeding. Gezien de aanwezigheid van honderden bestrijdingsmiddelen is het zeer gecompliceerd om de invloed van ieder daarvan vast te stellen, zeker op de lange duur. De genoemde ziekten ontwikkelen zich gedurende jaren en dat kan met laboratorium proefjes niet worden nagebootst. Met stoffen als glyfosaat is er wel voldoende bewijs dat die kanker faciliteren en derhalve krijgen slachtoffers in de VS schadevergoedingen voor hun ziekte. In Frankrijk wordt Parkinson gezien als beroepsziekte van mensen die met bestrijdingsmiddelen omgaan.
Wetgeving
In de Europese Unie worden de MRL's gereglementeerd door de Europese pesticiderichtlijn (91/414/EEG) van 15 juli 1991 zoals gewijzigd door de verordeningen nr. 396/2005 van 23 februari 2005 en verordening nr. 1127/2014 van 20 oktober 2014.[2] Een overzicht van de geldende MRLs is terug te vinden in de EU Pesticides Database. De MRLs kunnen daar per werkzame stof of per levensmiddel opgezocht worden.[3][4]
- Dit artikel, of een eerdere versie ervan, is (gedeeltelijk) overgenomen van de pagina Wettelijke normen resten bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Op deze inhoud is de Creative Commons zero-verklaring van toepassing, zie https://www.nvwa.nl/copyright.
- ↑ Wettelijke normen resten bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen nvwa.nl
- ↑ (en) Verordening (EU) No 1127/2014, amending Annexes II and III to Regulation (EC) No 396/2005 of the European Parliament and of the Council as regards maximum residue levels for amitrole, dinocap, fipronil, flufenacet, pendimethalin, propyzamide, and pyridate in or on certain products, European law and publications, 20 oktober 2014. Gearchiveerd op 21 april 2024.
- ↑
VERORDENING (EG) Nr. 396/2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 februari 2005 - ↑ EU - Pesticides database europa.eu