Max Horn

Max Horn
Max Horn
Algemene informatie
Geboortedatum 6 juni 1882Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Antwerpen
Overlijdensdatum 2 maart 1953Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Brussel
Werk
Beroep financier, zakenpersoon, government advisorBewerken op Wikidata
Diversen
Deelnemer aan Conference on Africa
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Max Frédéric Horn (Antwerpen, 6 juni 18822 maart 1953) was een Belgisch diplomaat voor Congo en een bibliofiel.

Diplomaat

Na zijn humaniora[1], studeert Max Horn aan de universiteiten van Brussel, Berlijn en Oxford en behaalt er de graden van doctor in de rechten en in de economische wetenschappen.

In 1909 vraagt de toenmalige minister van koloniën Jules Renkin de jonge jurist om de belangen van de Belgische kolonie te behartigen vanuit Londen. Hij stond hierbij in 1911 mee aan de wieg van de naamloze vennootschap voor de winning van palmolie Huileries du Congo belge (H.C.B.) van William Hesketh Lever (de oprichter van de Britse firma Lever Brothers) om zijn Sunlight zeepfabrieken in Port Sunlight in het Verenigd Koninkrijk te voorzien van (goedkope) palmolie.[2][3] [4] Hij participeerde ook in het ontstaan van de Banque du Congo belge.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij verantwoordelijk voor het financieel beleid van de Belgische kolonie vanuit Londen.

In 1930 wordt hij benoemd tot administrateur bij Sofina (Société de transports et d'entreprises industrielles).

Vanaf 1938 en tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde hij de bevoorrading van Congo vanuit New York, op vraag van de toenmalige minister van Koloniën, Albert de Vleeschauwer.

Na zijn terugkomst (in april 1946) begeleidde hij de nieuwe Belgische minister van Koloniën, Pierre Wigny gedurende twee reizen naar Congo. Hieruit ontstonden twee organisaties waar Max Horn deel van uit maakte:

  • Office des Cités Africaines (O.C.A.),[5] als voorzitter. Het was een Belgische parastatale organisatie die in de jaren 1950 ontstond met als doel om iets te doen aan het grootstschalige woningtekort voor Congolezen in de belangrijkste steden van Congo.[6]
  • Fonds du Bien-Etre indigène (F.B.E.I.), als bestuurslid[7][8][9][10]

Na een korte ziekte overleed hij in Brussel op 2 maart 1953, bijgestaan door zijn zuster.

Bibliofiel

Reeds vroeg in zijn leven ontstond zijn passie voor bibliofiele uitgaven. Zo had hij contact met de boekbinders Jacques ("Jack") Weckesser (1860-1923) en Charles de Samblanx (1855-1943) en met vooraanstaande boekenverzamelaars, D. Heinemann, C. Bock, generaal Jacques Willems (1870-1957), e.a.. Via de Brusselse boekhandelaar Fernand Miette vergrootte zijn netwerk verder. Hij verzamelde een unieke collectie originele edities van Franse klassieken uit de 17de en 18de eeuw. Zo wist hij tijdens zijn verblijf in New York de hand te leggen op een gaaf exemplaar van een zeldzame uitgave van Le Patissier François (van François Pierre de la Varenne) uit de 17e eeuw.

Hij schonk zijn verzameling aan het Museum Plantin-Moretus. De collectie is volledig geïnventariseerd sinds 1962.[11]