Marten Micron

Marten Micron(ius), oorspronkelijk Martin De Kleyne of Martin De Cleyne, (Gent, 1523 – Norden, 12 september 1559) was een calvinistisch schrijver en medicus uit de Habsburgse Nederlanden. Hij vluchtte uit Gent naar Londen, en vestigde zich later in Norden in Oost-Friesland.

Levensloop

Koning Eduard VI geeft aan Johannes a Lasco toestemming voor een calvinische gemeente in Londen. Dit was voor vluchtelingen uit de Nederlanden, onder wie Marten Micron.

Micron groeide op in een patriciërsfamilie in Gent in de Habsburgse Nederlanden. Hij nam het protestants geloof aan en moest ca. 1546 vluchten voor de Spaanse inquisitie. Hij werd naar schatting rond 1547 ingeschreven aan de universiteit van Bazel, waar hij zich ook in de geneeskunde bekwaamde, en in 1548 studeerde hij theologie aan de universiteit van Zürich, met name bij Heinrich Bullinger. Tijdens deze tijd kwam hij in contact met Jan Utenhove en bisschop John Hooper. Koning Eduard VI van Engeland ontving de protestantse delegatie uit de Nederlanden welwillend. Zij mochten zich vestigen in de Austin Friars of Augustijnenkerk van Londen. Onder leiding van Johannes a Lasco, Wouter Deleen en Jan Utenhove en anderen uit de Spaanse Nederlanden ontstond een actieve calvinistische gemeente in Londen.

Met de troonsbestijging van de katholieke koningin Maria Tudor begon de vervolging van calvinisten. De gemeente zwierf rond via Denemarken tot in Oost-Friesland. Micron en zijn naasten vestigden zich in Norden, terwijl anderen naar Emden trokken. Micron werd predikant in Norden. Op verzoek van Johannes a Lasco gaf Micron de eerste calvinistische prediking in Frankfurt-am-Main. Micron was in disputen verwikkeld met David Joris, een anabaptist uit Gent. Met Jan Utenhove werkte Micron samen om de eerste Nederlandse vertaling van het Nieuwe Testament in Emden gedrukt te krijgen.

Micronius bestudeerde de anatomische beschrijvingen van de Romeinse arts Galenus. Het studiewerk van Micronius is beschreven door François Sweerts (1567-1629), een historicus uit Antwerpen. Zelf publiceerde Micronius een medisch werk getiteld: In libros de placitis Hippocratis et Platonis Argumenta (Basel 1549).[1] Deze titel betekent zoveel als Argumenten tegen de boeken met stellingen van Hippocrates en Plato.

Micron stierf aan de pest in 1559.[2]

Werken

Ondanks zijn rondzwervingen vond Micron de tijd om een reeks boeken te publiceren. Elf boeken zijn van hem bekend, hieronder gegeven met datum van 1ste druk.[3]

  • In libros de placitis Hippocratis et Platonis Argumenta (1549).[1]
  • Een waerachteghe historie van Hoste (gheseyt Jooris) van der Katelyne te Ghendt, om het vrij opentlick straffen der afgodischer leere ghebrandt (Emden 1556)
  • Een claer bewys van het recht ghebruyck des Nachtmaels Christi (Londen 1552)
  • Den cleenen catechismus der duytschen ghemeente van London (Antwerpen 1545)
  • De christlicke ordinancien der Nederlantscher ghemeynten Christi, die van den Christelicken Prince Co. Edewaerdt den VI in ’t jaer 1550 te Londen inghestelt (Londen 1554)
  • Antichristische leere, ende onwarachtige valsche verhael van de handel ofte gespreck anno 1553 minder getal, tussche hem endy my van die Alderheyl, Menschwerdinghe ons Heeren Jesu Christe voor vele getuygen geschiet (onbekende druk)
  • Ein kort underricht, voor den eentfoldigen Christen de desz. Heren hillich Aventmahl werdiglijcken willen geneten, dorch Mart. Mycronium unde Vincent Phrisium, Deners der Gem. Christi the Norden (Londen 1554)
  • Een waerachtigh verhael der t’zamensprekinge tusschen Menno Simons ende Martinus Mikron van der Menschwerdige Jesu Christi (Emden 1556)
  • Een apologie verandtwoordighe, Martini Microns op xx. verscheyden artikelen die Menno Simons teghen het disputaey boecxken van het bespreck met hem over de leere gehouden, in druk heeft utghegheven (Emden 1558)
  • Apologeticum scriptum quo ecclesias Orientalis Frisiae a Joachimo Westphalo, aliisque ei similibus, falso traductus, modeste tuetur ac purgat (Emden 1557)
  • Van de Weerdighyedt, nulheydt ende noodicheyt der christelicker vergaderinghen (postuum 1561, Emden)
  • Kirchen-Ordnung wie die unter dem Christlichen konig aus Engelandt Edward den VI in der stadt Londen, in der Niederlenschen Gemeine Christi, durch kon. Majest. Mandat geordnet und gehalten worden (postuum 1565, Heidelberg).