Marsen op Brussel
De Mars(en) op Brussel waren twee flamingantische massabetogingen die in Brussel werden georganiseerd op 22 oktober 1961 en 14 oktober 1962.
De betogingen werden georganiseerd als protest tegen de plannen van de op 25 april 1961 geïnstalleerde regering Lefèvre-Spaak inzake taalwetgeving en het vastleggen van de taalgrens. Een andere belangrijke eis was ‘Brussel-tweetalig’.[1]
De organisatie van de marsen werd verzorgd door het Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens. Een van de drijvende krachten in het comité was Antoon Roosens.
Kort na de tweede mars werd op 31 oktober 1962 de wet-Gilson betreffende de vastlegging van de taalgrens goedgekeurd, en op 5 juli 1963 volgde het akkoord van Hertoginnedal.
Eerste Mars op Brussel (1961)
De opkomst voor de eerste mars, 63.000 betogers[2] op 22 oktober 1961, overtrof ruim de verwachtingen van de organisatoren (25.000 betogers). Dit deelnemersaantal werd later door geen enkele Vlaamsgezinde betoging in België geëvenaard. De massale opkomst toonde aan dat er rekening moest worden gehouden met de Vlaamse eisen. De betoging lag ook aan de basis van een groeiende Vlaamse bewustwording. De keerzijde was dat er ook een francofone tegenmobilisatie op gang kwam, zodat de sfeer waarin de regering en het parlement dienden te werken, de beoogde pacificatie sterk bemoeilijkte.[3]
Tweede Mars op Brussel (1962)
De tweede mars op Brussel werd bemoeilijkt door de opgekomen tegenmobilisatie; zo wilde de burgemeester Lucien Cooremans in de eerste instantie geen toestemming geven voor de demonstratie uit vrees voor rellen tussen de betogers en de tegenbetogers. Hoewel de demonstratie uiteindelijk door mocht gaan, was de Vlaamse zaak door de hevige tegenreactie aan het versplinteren. Het politieke middenveld (zoals het Liberaal Vlaams Verbond en het Vermeylenfonds) zag de demonstratie als een te extreme aanpak van en hield zich afzijdig.[3] Hoewel de opkomst lager lag dan voor de eerste betoging met 41.000 demonstranten, werd ook deze mars een succes.[3] Wel vonden er verschillende incidenten plaats, zoals tegenbetogers die de Hitlergroet deden en het Franse volkslied zongen.[3][4]
Na afloop keurde de Belgische premier Théo Lefèvre de mars af in het Franstalig Belgisch dagblad Le Soir. Dit omdat de mars, in zijn ogen, in strijd was 'met de belangen van de Vlamingen zelf en met de belangen van België als geheel'. Desondanks werd de demonstratie toch toegestaan omdat 'in een democratie de burgers het recht hebben vrij hun mening te uiten'. Verder vond hij dat er een 'indrukwekkende massa Vlamingen' aanwezig was bij deze mars, en dat dit kwam 'door het gemis aan begrip, dat de woordvoerders van de gematigde Vlaamse kringen al te vaak ontmoeten aan Franse zijde'. De Minister van Binnenlandse Zaken en Openbaar Ambt Arthur Gilson verklaarde dat een oplossing van de verhoudingen tussen de Vlamingen en Walen 'veel moed, wederzijds begrip en tegemoed komendheid vereist', maar dat sommige demonstraties enkel 'extremisten' aanmoedigde. Hij doelde hier op "Nederlandse" vlaggen die Vlaamse protestanten meedroegen en het Franse volkslied die door Waalse tegenbetogers werd gezongen. Het Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens liet weten dat de meegevoerde vlaggen niet de rood-wit-blauwe driekleur van Nederland waren maar prinsenvlaggen van de Vlaamse studentenverenigingen, die al sinds 1835 gebruikt worden.[4]
Spandoeken op de betoging.
Aan de Beurs.
Rijkswacht te paard.
Externe link
- Marsen op Brussel (Encyclopedie van de Vlaamse Beweging)
Voetnoten
- ↑ De mars op Brussel. Neerlandia (1961). Gearchiveerd op 17 oktober 2015.
- ↑ Volgens de Rijkswacht; 100.000 volgens de organisatoren.
- 1 2 3 4 Henk Cuypers, Nico Wouters, Marsen op Brussel (2023). Gearchiveerd op 26 december 2024.
- 1 2 'Belgische premier keurt de vlaamse "protestmars" af' - Nieuwe Tilburgsche courant van 17 oktober 1962