Mars en Venus betrapt door Vulcanus

Mars en Venus betrapt door Vulcanus
Mars en Venus betrapt door Vulcanus
Kunstenaar Joachim Wtewael
Signatuur IOACHIM WTE / WAEL [F]ECIT 1601
Jaar 1601
Techniek Olieverf op koper
Afmetingen 20,8 × 15,7 cm
Museum Mauritshuis
Locatie Den Haag
Inventarisnummer 223
RKD-gegevens
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Mars en Venus betrapt door Vulcanus[1] is een schilderij van Joachim Wtewael uit 1601. Sinds ongeveer 1822 maakt het deel uit van de collectie van het Mauritshuis in Den Haag. Dit minutieus geschilderde kabinetstuk is een voorbeeld van het Noordelijk maniërisme, een stijl die rond 1600 in de mode was en zich kenmerkt door technische virtuositeit en complexe composities.  

Voorstelling

Het schilderij toont een verhaal uit de klassieke mythologie dat zowel door Homerus[2] als Ovidius[3] is beschreven. Het vertelt hoe Venus haar echtgenoot Vulcanus bedriegt met de oorlogsgod Mars. Vulcanus wordt door de zonnegoed Apollo op de hoogte gebracht van de affaire en vervaardigt daarop een flinterdun bronzen net dat hij boven het bed spant. Op het schilderij is het moment vastgelegd waarop de overspelige minnaars op heterdaad worden betrapt en Vulcanus het net wegtrekt om de schande te onthullen aan de toegestroomde goden van de Olympus.  

Vulcanus staat links op de voorgrond met zijn rug naar de toeschouwer toe met het net in zijn handen. Mars en Venus liggen verstrengeld in bed, overvallen door de onthulling. Boven het paar zweeft Mercurius, te herkennen aan zijn rode gevleugelde hoed en caduceus, terwijl hij het gordijn van het bed omhoog tilt. In de wolken linksboven kijken de andere goden nieuwsgierig toe, waaronder Jupiter op zijn adelaar, Saturnus met een zeis en de godinnen Diana (met de maansikkel) en Minerva (met de helm). Venus' zoon Cupido zit ook op het bed en richt zijn pijl op Mercurius, die had gegrapt dat hij best zou willen ruilen met Mars.[4]

Wtewael verrijkte de voorstelling met diverse symbolische objecten op de voorgrond. Voor het bed liggen de rode slippers van Venus, die voor de zeventiende-eeuwse toeschouwer een duidelijke erotische bijbetekenis hadden en symbool stonden voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Naast het bed ligt de wapenrusting van Mars op de grond, wat symboliseert hoe de god van de oorlog volledig is ontwapend door de krachten van de liefde. Een opmerkelijk en humoristisch detail is de omgevallen kamerpot bij het bed. Op een tafeltje aan de linkerkant staan een prachtige lampetkan met een satyr als hendel en een ondiep bekken op een rood kleed. Een gouden hanger aan een ketting hangt over de rand van het tafeltje.

Wtewael kon deze miniaturistische detaillering bereiken, omdat hij op koper werkte. Dit metaal heeft een uiterst glad oppervlak en absorbeert geen verf. Hierdoor kon de schilder met minuscule penselen werken en details aanbrengen die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. De glans van de koperen drager schemert door de dunne verflagen heen, wat de kleuren een luminescentie geeft en de huidtinten van de figuren een bijzondere glans verleent.

Vanwege de grote populariteit van het thema schilderde Wtewael dit onderwerp minstens vier keer op koper. Naast de versie in het Mauritshuis bevinden zich exemplaren in het J. Paul Getty Museum en het Rijksmuseum. In de hedendaagse cultuur blijven de symbolen op het schilderij in het Mauritshuis inspireren; zo vormden de rode slippers de directe aanleiding voor het nummer Slippertje van de Nederlandse popartiest Merol, waarin zij de thema's van verleiding en overspel naar de moderne tijd vertaalt.

Mythe van Venus en Mars

Venus, de Romeinse godin van de liefde en schoonheid, was getrouwd met Vulcanus, de god van het vuur en het metaal. Hun huwelijk was geen liefdesverbintenis. Vulcanus was slim en vindingrijk, maar ook stil en teruggetrokken. Venus daarentegen hield van schoonheid, passie en aandacht. Ze voelde zich steeds minder verbonden met haar echtgenoot en steeds meer aangetrokken tot Mars, de god van de oorlog. Mars was sterk, moedig en vol energie. Waar Venus stond voor liefde, stond Mars voor strijd, maar juist dat contrast trok hen tot elkaar aan.

Tussen Venus en Mars ontstond een geheime liefdesrelatie. Ze ontmoetten elkaar in het paleis van Venus, ver weg van nieuwsgierige blikken. Ze dachten dat hun liefde verborgen zou blijven, want wie zou het wagen de godin van de liefde en de god van de oorlog te bespioneren? Toch waren ze niet zo onzichtbaar als ze dachten. Cupido, de zoon van Venus, was vaak bij hen. Met zijn pijl en boog bracht hij liefde en verlangen, en zijn aanwezigheid benadrukte dat deze relatie werd gedreven door passie. In veel afbeeldingen, waaronder het schilderij dat bij dit verhaal hoort, staat Cupido tussen Venus en Mars. Hij verbindt hen en laat zien dat liefde zelfs de machtigste goden kan beïnvloeden.

Ondanks hun voorzichtigheid bleef niets verborgen voor Sol, de zonnegod. Vanuit de hemel zag hij alles wat zich op aarde en op de Olympus afspeelde. Hij ontdekte de verboden relatie en besloot het geheim te onthullen. Sol ging naar Vulcanus en vertelde hem wat hij had gezien. Voor Vulcanus was dit een zware klap. Hij voelde zich verraden en vernederd door zijn vrouw, maar hij liet zijn woede niet openlijk zien. In plaats daarvan besloot hij een slim plan te bedenken.

Vulcanus gebruikte zijn vakmanschap om wraak te nemen. Hij maakte een net dat zo fijn was dat het niet te zien was, maar zo sterk dat niemand het kon breken. Het net was bedoeld om niet te doden, maar te ontmaskeren. Vulcanus plaatste het op het bed van Venus en wachtte geduldig af. Hij wist dat Venus en Mars elkaar weer zouden ontmoeten.

Niet veel later kwamen Venus en Mars opnieuw samen. Ze voelden zich veilig en gaven zich over aan hun liefde. Op het moment dat zij zich neerlegden, sloeg het net plotseling dicht. Ze raakten volledig verstrikt en konden zich niet losmaken. Hoe hard Mars ook probeerde zijn kracht te gebruiken, het net hield stand. De oorlogsgod, normaal onoverwinnelijk, was ineens machteloos. Venus probeerde haar schaamte te verbergen, maar wist dat hun geheim nu onthuld was.

Vulcanus riep de andere goden van de Olympus bijeen om te laten zien wat er was gebeurd. De goden kwamen kijken en reageerden met gelach en spot. Het overspel van Venus en Mars werd openbaar gemaakt. Voor Mars was dit extra pijnlijk: zijn kracht en eer waren aangetast. Voor Venus was het een moment van diepe schaamte, omdat zij als godin van de liefde zelf ontrouw was geweest.

Uiteindelijk kreeg Neptunus, de god van de zee, medelijden. Hij vroeg Vulcanus om het net los te maken en beloofde dat Mars zijn schuld zou erkennen. Vulcanus gaf toe en liet het net verdwijnen. Mars verliet beschaamd de plaats en keerde terug naar het strijdveld. Venus trok zich terug, wetend dat haar schoonheid haar niet had beschermd tegen de gevolgen van haar daden.

Herkomst

In de achttiende eeuw was het schilderij in bezit van Willem V en hing het in Paleis het Loo. Rond 1822 werd het overgebracht naar het Mauritshuis.

Afbeeldingen

Literatuur

  • Quentin Buvelot en Epco Runia (red.) (2012). Meesters uit het Mauritshuis. Den Haag. p. 54
  • Patrick de Rynck (2008). De kunst van het kijken, Bijbelverhalen en mythen in de schilderkunst van Giotto tot Goya. Ludion.
Zie de categorie Mars and Venus Surprised by Vulcan (Joachim Wtewael - Mauritshuis) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.