Maria Theresia Borrekens

Maria Theresia Borrekens
Philippe Joseph Tassaert, Portret van Maria Theresia Borrekens, olieverf op canvas, Plantin-Moretusmuseum, in opdracht van haar man Franciscus Joannes Moretus in 1762
Philippe Joseph Tassaert, Portret van Maria Theresia Borrekens, olieverf op canvas, Plantin-Moretusmuseum, in opdracht van haar man Franciscus Joannes Moretus in 1762
Algemene informatie
Geboortedatum 27 juli 1728Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats België
Overlijdensdatum 1797Bewerken op Wikidata
Werk
Beroep uitgever, drukkerBewerken op Wikidata
Familie
Echtgenoot Franciscus Joannes Moretus
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Maria Theresia Josepha Borrekens (1728–1797), was van 1768 tot 1797 drukker en zaakvoerder van de Officina Plantiniana in Antwerpen.[1]

Biografie

Borrekens werd op 27 juli 1728 geboren als dochter van ridder Engelbert Maria Josef Borrekens (ca. 1693 – 26 december 1748) en Maria Catherina Wellens (1705–1787). Ze was de tweede van acht kinderen.

Op 11 november 1750[2] trouwde ze met Franciscus Joannes Moretus, wiens ouders Theresia Mechtildis Schilders en Joannes Jacobus waren.[3] Moretus studeerde filosofie aan de Universiteit van Dowaai. In 1742 behaalde hij zijn graad in de rechten aan de Oude Universiteit Leuven. Hij erfde de Officina Plantiniana, de belangrijkste Antwerpse uitgeverij, na de dood van zijn vader. [4]

Haar man was vanaf 1757 hoofd van de drukkerij. De meeste omzet van het bedrijf kwam voort uit het drukken van katholieke kerkboeken voor Spanje, maar koning Karel III van Spanje trok in 1764 de privileges van buitenlandse drukkers in, wat verwoestende gevolgen had voor het bedrijf.[4][5] In 1758 waren er elf drukpersen en in juli 1765 waren er nog maar drie in bedrijf.[4] Franciscus Joannes Moretus was opperaalmoezenier in Antwerpen,[4] en overleed in 1768.[5]

Na de dood van haar man nam Borrekens de leiding van de drukkerij over.[3][6] Ze werd een formidabele leider van het bedrijf, maar door externe factoren slaagde ze er niet in de financiële crisis te boven te komen die het bedrijf teisterde.[6] Ze had moeite om een eerlijke en betrouwbare graveur voor de drukkerij te vinden, waardoor sommige publicaties matige illustraties hadden of jarenlang vertraging opliepen. In 1794 werd Antwerpen binnengevallen door de Fransen en veel van haar burgers vertrokken in ballingschap. Het is niet duidelijk of ze de stad verliet, maar ze verzond zes maanden lang geen correspondentie vanuit Antwerpen.[7]

Ze overleed op 5 mei 1797. [7][3] Borrekens was een van de vier vrouwen die gedurende drie eeuwen de familiedrukkerij runden. De anderen, allen leden van de familie Plantin-Moretus, waren Martina Plantijn (1550 – 1616), Anna Goos (1627 – 1691) en Anna Maria de Neuf (1654 – 1714).[3]