Maria Luyten
| Maria Luyten | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | onbekend | |
| Overlijdensdatum | onbekend | |
| Werk | ||
| Beroep | kroniekschrijver | |
| Religie | ||
| Religie | Rooms-Katholieke Kerk | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||
Maria Luyten (Weert, voor 1542 – Weert?, na 1570), was een Nederlandse non en kroniekschrijfster. Haar kroniek wordt beschouwd als een waardevolle historische weergave van haar tijd in een turbulente periode in de geschiedenis van Nederland.
Leven
Over de jeugd van Maria Luyten is nauwelijks iets met zekerheid bekend. Op 12 oktober 1568 schrijft zij in de kroniek, dat haar "beminden vaeder Jacob Luijten" was bezweken aan de pest die toen in Weert heerste. Hieruit valt af te leiden dat zij waarschijnlijk uit Weert of de directe omgeving afkomstig was.
Verder is uit de kroniek af te leiden, dat zij vermoedelijk in 1542 in het Augustijnenklooster Maria-Wijngaard aan de Maasstraat in Weert is ingetreden. Voor dat jaar beschrijft de kroniek uitsluitend en vrij beknopt de geschiedenis van de congregatie vanaf de stichting in 1442.
Vanaf 1542 behandelt de kroniek per jaar de gebeurtenissen die in en rond Weert plaats vonden, tot en met het jaar 1570. Dit stopt plots in 1571, waarna in 1587 plotseling een uitgebreid verslag verschijnt over de strijd tussen geuzen en Spanjaarden, eindigend met de dood van "den doorlughtighen Heer van Houteppen" Claudius van Berlaymont. Dit verslag is waarschijnlijk door iemand anders aan de kroniek toegevoegd. Het feit dat Maria Luyten zelf niet meer na 1570 aan de kroniek heeft bijgedragen, doet vermoeden dat zij in 1571 is overleden, ofwel niet meer in staat was om zelf aanvullingen te maken.
Kroniek
De kroniek begint met de stichting van het klooster in 1442 met "In den jaere ons Heeren 1442, den derden dag na Ste Dionijs, waert der suster Capelle gewijd, als van den heer Dionijs van ons genedigen heer en bischop wegen van Ludick." Deze Dionijs was de Luikse wijbisschop Dionysius Stephani.
De eerste honderdtwintig jaar blijven de notities in de kroniek vrij schaars en beknopt. Voor het jaar 1524 schrijft zij bijvoorbeeld "Anno 1524 die sweedt ziekte." Zelfs koninklijk bezoek wordt met een enkel regeltje afgedaan; in 1561 vermeldt de kroniek "Anno 1561 quam op kersavont onsen Edelen heer Philippus uyt Spagniën tot Weert." Voor veel andere jaren is zelfs helemaal niets te vinden in de kroniek.
Vanaf 1562 worden voor elk jaar de gebeurtenissen gedetailleerd beschreven, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de strijd tussen geuzen en Spanjaarden. Maria Luyten heeft daarbij, als katholieke non, uiteraard geen goed woord over voor de beeldenstormers, die "met roepen en schreeuwen en spottelijcke woorden van blasphemiën, iae, afgrijsselijcke woorden" beelden en crucifixen vernielden, "so dat goede oude Catholijcke lieden dogt haer hert te brecken."
Dat Maria Luyten ook met opstandelingen medelijden kon hebben, blijkt uit haar beschrijving van de onthoofding van Egmont en Horne, die zij omschrijft als "onsen Genaedighen en vreedsaemighen Goedertieren grave van Horne" en "mijnheer van Egmont".
Naast de gebeurtenissen die met de opstand te maken hadden, is in de kroniek ook veel informatie te vinden over natuurrampen. Zo lezen we bijvoorbeeld: "In meert of april omtrent half vasten quam de pest te Weert in de Hooghstraet in een herbergh..." Vanuit die herberg verspreidde de pest zich razendsnel door de stad, waardoor dagelijks een dozijn tot wel vijftig mensen overleden. Maria Luyten beschijft met afgrijzen hoe door de gemeente ingehuurde mannen de lijken moeten ophalen en begraven, waarbij zij geconfronteerd werden met een gebrek aan kisten. "dan maeckten sij een graf en schudde het ligchaem uijt de kist daer in." In andere gevallen eindigden "2 of 3 kinderen in één kist, als sij in een huijs corts aghter een storven." Voor Maria Luyten zelf bracht de pest niet alleen het overlijdem van haar vader, maar ook van haar medezusters Lijsken en Kunne.
Naast oorlog en ziekte is in de kroniek ook informatie te vinden over de economie en zelfs het weer in de regio.
De historicus Ruud van den Berg vindt het onwaarschijnlijk dat de kroniek alleen van de hand van Maria Luyten is. Volgens hem is er veel toegevoegd door andere schrijvers. Dat zou onder andere blijken uit het feit dat sommige gebeurtenissen tweemaal in de kroniek zijn opgeschreven, voor een deel met een onjuiste datering.
Desondanks zien historici de kroniek als bijzonder informatief over de beeldenstorm in Weert en omgeving en over de pogingen van onder anderen Walburgis van Nieuwenaer en Anna van Egmond om het protestantisme in de regio ingevoerd te krijgen. Dankzij de directe schrijfstijl van Maria Luyten beschouwen zij de kroniek als een unieke informatiebron over een roerige episode uit de geschiedenis van Limburg.
- Luyten, Maria. Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Huygens Instituut (13 januari 2014). Gearchiveerd op 8 mei 2024. Geraadpleegd op 6 december 2025.
- Ch. Creemers ed. (1875). Kronijk uit het klooster Maria-Wijngaard te Weert, 1442-1587. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg 12.