Maria Löhnis
| Maria Löhnis | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 21 januari 1888 | |
| Geboorteplaats | Frederiksoord | |
| Overlijdensdatum | 14 april 1964 | |
| Overlijdensplaats | Wageningen | |
| Beroep | bioloog, botanicus | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit Utrecht (1922) | |
| Promotor(s) | Johanna Westerdijk | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | fytopathologie | |
Maria Petronella (Rie) Löhnis (Frederiksoord, 21 januari 1888 - Wageningen, 14 april 1964) was een Nederlandse fytopatholoog, microbioloog en botanicus die bekend is geworden door haar onderzoek naar aardappelziekten. Zij was een van de eerste vrouwelijke fytopathologen in Nederland.[1]
Biografie
Rie Löhnis was de dochter van Frederik Bernard Löhnis, inspecteur van het voortgezet onderwijs, en Laurensina Johanna s'Jacob. Zij ging naar een middelbare school in Zwitserland en studeerde daarna biologie aan de Universiteit van Utrecht.[2]
Wetenschappelijke carrière
Zij begon haar wetenschappelijke carrière in 1913 bij Johanna Westerdijk aan het Willie Commelin Scholten Fytopathologisch Laboratorium in Amsterdam.
In 1920 verhuisde ze met het laboratorium naar Villa Java in Baarn. Samen met Marie Beatrice Schwarz, die later een in memoriam zou schrijven voor haar,[1] was Löhnis een van de eerste studenten van Westerdijk. Voor haar promotie aan de Universiteit Utrecht onderzocht ze de invloed van het weer op de aardappelziekte, die wordt veroorzaakt door Phytophthora infestans. Dit onderzoek werd gefinancierd door de pas opgerichte "Wetenschappelijke Commissie voor advies en onderzoek in het belang van de Volkswelvaart en Volksweerbaarheid".[1] Haar proefschrift kreeg de titel Onderzoek over Phytophthora infestans (Mont.) de By op de aardappelplant. Löhnis promoveerde in 1922. Zij zette het onderzoek naar P. infestans voort tot eind 1923, deels als gastmedewerker bij het Delftse Laboratorium voor Microbiologie onder Professor Dr. A. J. Kluyver.[2] Dit werk leidde tot de publicatie van Investigation on the relation between the weather conditions and the occurrence of Potato Blight (Phytophthora infestans) in 1924. Ze kon in dit onderzoek echter geen grote correlatie tussen het weer en het optreden van de ziekte aantonen.[2]
In 1927 bezocht zij in de Verenigde Staten het Laboratory of Microbiology van de Universiteit van Wisconsin in Madison en werkte daar onder leiding van Dr. Edwin Broun Fred.[2] Zij begon daar met onderzoek naar de symbiotische relatie tussen planten en stikstofbindende Rhizobium-bacteriën. Zij ging verder met dit onderzoek in het laboratorium van Albert Kluyver in Delft. Löhnis ontdekte dat Bacterium radicicola, later hernoemd naar Rhizobium radicicola, niet in staat was stikstof te binden in reincultuur.[2][1] Dit onderzoek resulteerde in twee publicaties.
Daarna onderzocht ze plantenziekten die ontstonden door ontoereikende hoeveelheden mineralen. Het eerste betrof een tekort aan kalium in aalbessen, dat verleppende randen van de bladeren tot gevolg heeft.[2] Daarna deed ze onderzoek naar een tekort aan boor. Dat deed ze in Wageningen, onder Professor Joost Hudig (1880-1967), die hoogleraar landbouwscheikunde was.
In 1943 gaf zij een presentatie over dit onderzoek als "Mejuffrouw M.P. Löhnis" voor biochemici in Utrecht,[3] voorzien van lantaarnplaatjes met zieke planten. Het onderwerp was de rol van sporenelementen, destijds oligopleronten genoemd,[4] bij het voorkomen van ziekten in planten. Zij gaf een overzicht van de toen bekende literatuur, waarbij onder andere de effecten van een gebrek aan de elementen molybdeen, koper, zink en mangaan aan de orde kwamen. In haar lezing vertelde ze ook over haar eigen waarnemingen aan de cellen in de knollen van koolrapen, die gebrek aan boor hadden. Die cellen bleken zich niet te differentiëren, zoals een normale cambiumcel dat wel doet, namelijk tot hout of zeefvaten. Zij zag dit als primaire werking van het gebrek aan boor: de verstoring van het normale rijpingsproces van de cellen.[3] Haar bescheidenheid blijkt uit het slot van die presentatie:
Aan mijn slot gekomen wil ik er op wijzen, dat ik mij zeer goed bewust ben hier geen biochemische voordracht te hebben gehouden; het ontbreken van elke formule zegt reeds genoeg. Mijn bedoeling is slechts geweest uw belangstelling te wekken voor de vele open vragen, die de voedingsphysiologie van planten aan de biochemici voorlegt.

Na de periode bij Hudig ging ze als gast werken bij het Laboratorium Microbiologie, ook in Wageningen, waar Professor Dr. Jan Smit (1885-1957) directeur was.[2]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden elk jaar bonen (Phaseolus) gekweekt, telkens in andere percelen van de laboratoriumtuin. Daar werd een onbekende ziekte ontdekt. Na twee jaar onderzoek ontdekte Löhnis dat de ziekte veroorzaakt werd door een verhoogde concentratie mangaan in de zure grond van sommige percelen in de tuin.[2]
Na de Tweede Wereldoorlog publiceerde zij twee boeken - Plantenvoeding in 1946, en Rol der Micro-organismen in het dagelijks leven in 1948. Löhnis was ook redacteur van het tijdschrift Antonie van Leeuwenhoek, Journal of Microbiology and Serology.[1]
In 1948 was zij een van de 16 genodigden op een internationaal symposium van de „Union des Sciences Bioligiques" in Harpenden, waar ze ook sprak over sporenelementen.[5]
Nevenwerkzaamheden
In 1917 zette zij zich al in voor de vrouwenzaak tijdens de eerste feministische golf, waar zij deel van uitmaakte. In een ingezonden brief schreef zij: [6]
Het nieuwe studiejaar is geopend en het eerste wat ons in de ooren klonk is de oude vraag — zijn vrouwen geschikt voor de universitaire studie zooals die nu ingericht is, wat bereiken zij hierin en hoe bereiken zij dit. En het antwoord dat de Rector Magnificus gaf was niet bemoedigend voor de talrijke vrouwelijke studenten.
Vervolgens pleit zij in het stuk om vooral goed te studeren.
Ook in 1917 was Löhnis secretaresse van het bestuur van de Phylosophische faculteit van de Universiteit Utrecht.[7] Datzelfde jaar was ze ook voorzitter van de Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging U.V.S.V.
In 1930 was zij lid van de Soroptimist Club Gelderland[8], een organisatie van vrouwen die zich inzet voor de verbetering van de levens van vrouwen en meisjes.
In elk geval was zij van 1931 - 1936 bestuurslid van de Vereniging van vrouwen met een academische opleiding, deels als vice-presidente.[9][10]
Persoonlijk
Volgens haar collega Bea Schwarz was Maria Löhnis een "bijzondere persoonlijkheid met een warm hart voor haar vele vrienden. Zij had een wijs inzicht in menselijke problemen en een sterk gevoel voor humor."[1]
In 1936 woonde zij aan de Nassauweg 20 in Wageningen.[10]
Tijdens of na de Tweede Wereldoorlog leed zij aan een ernstige ziekte, waardoor zij een van haar ogen verloor.[2]
In 1963, na het overlijden van haar geliefde mentor en vriendin, publiceerde Löhnis een biografie over Johanna Westerdijk. Kort daarna overleed zij zelf, ze was 76 jaar.
Publicaties
Löhnis heeft onder andere de volgende publicaties op haar naam:[11] Een vollediger overzicht is opgenomen in het In Memoriam van K.T. Wieringa.[2]
- Onderzoek naar het verband tusschen de weersgesteldheid en de aardappelziekte (Phytophthora infestans) en naar de eigenschappen, die de vatbaarheid der knollen voor deze ziekte bepalen, 1924
- Onderzoek over Phytophthora infestans (Mont.) de By. op de aardappelplant, 1922
- Can Bacterium radicicola assimilate nitrogen in the absence of the host plant? Soil Science 29: 37-57, 1930
- Stikstofverzameling door micro-organismen. Landbouwk. Tijdschr. 42: 718-727, 1930
- Randjesziekte bij aalbessen. (Summary: Marginal leaf scorch in red currants) Tijdschr. Plantenziekten 39: 268-275, 1933
- Wat veroorzaakt kwade harten in erwten? Tijdschr. Plantenziekten 42: 159-16, 1936
- Plant development in the absence of boron, 1937
- Weefselwoekering door voedselstoring. Tijdschr. Plantenziekten 47: 149-153, 1941
- Diverse bijdragen in het blad Meded. Landbouwhoogeschool, waaronder 41, 1 (1937) en 44, 1 (1940)[3]
- De oligopleronten in groene planten, Symposium over sporenelementen: gehouden in het Physiologische Laboratorium te Utrecht op 20 november 1943 / Nederlandsche Vereeniging voor Biochemie (Sectie der Nederlandsche Chemische Vereeniging)[3]
- The action of manganese on the development of Aspergillus niger. Antonie van Leeuwenhoek 10: 101-122, 1944
- Plantenvoeding, Noorduijn, 1946
- Rol der micro-organismen in het dagelijks leven, Noorduijn, 1948
- Verschijnselen van mangaanvergiftiging bij cultuurgewassen. T.N.O. Nieuws 5:150-155, 1950
- Aanvankelijke regeringszorg voor de landbouw. Nieuwe Veldbode 27, No. 34, 1960
- Johanna Westerdijk: een markante persoonlijkheid, met medewerking van enkele oud-leerlingen en vrienden. Phytopathologisch Laboratorium ,,Willie Commelin Scholten", Baarn.1963
Bronnen
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Maria Löhnis op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Voetnoten
- 1 2 3 4 5 6 Schol-Schwarz, M.B. In memoriam Dr. Maria P. Löhnis. Netherlands Journal of Plant Pathology 71, 1–2 (1965).
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Wieringa, K.T. In Memoriam Dr. Maria P. Löhnis. Antonie van Leeuwenhoek 30, 337–342 (1964).
- 1 2 3 4 Löhnis, M. P. (1943). Symposium over sporenelementen. Nederlandsche Chemische Vereeniging.
- ↑ Sporen-elementen in de tuinbouw (I). edepot.wur.nl. Gearchiveerd op 17 september 2024. Geraadpleegd op 13 oktober 2025.
- ↑ Nederlandsche Vereeniging van Vrouwen met Academische Opleiding (1 maart 1948). Mededeelingen p. 32. Mededeelingen 14 (2): 32
- ↑ (27 september 1917). Vox studiosorum p. 2. Vox studiosorum: studenten weekblad 53 (20): 2
- ↑ (24 mei 1917). Vox studiosorum p. 4. Vox studiosorum: studenten weekblad 53 (14): 4
- ↑ Nederlandsche Soroptimistclubs (1930-11). Soroptimist p. 6. Soroptimist (28): 6
- ↑ Nederlandsche Vereeniging van Vrouwen met Academische Opleiding (1 juli 1931). Mededeelingen p. 2. Mededeelingen 2 (2): 2
- 1 2 Nederlandsche Vereeniging van Vrouwen met Academische Opleiding (1 juni 1936). Mededeelingen p. 2. Mededeelingen 7 (2): 2
- ↑ Catalogus Koninklijke Bibliotheek