Maloïtz

Maloïtz
Prentbriefkaart met portretfoto van „MALOÏTZ“ met handtekening
Prentbriefkaart met portretfoto van „MALOÏTZ“ met handtekening
Algemene informatie
Volledige naam Meijer (Max Louis) Blitz
Bijnaam Maloïtz, Don Almério
Geboortedatum 21 februari 1895
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 10 juli 1942
Overlijdensplaats concentratiekamp Mauthausen
Land Nederland
Werk
Jaren actief 1912-1942
Genre(s) variété, cabaret, opera, telepathie
Beroep(en) conferencier, zanger, helderziende
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Meijer (Max Louis) Blitz, beter bekend onder zijn artiestennaam Maloïtz, (Amsterdam, 21 februari 1895 - concentratiekamp Mauthausen, 10 juli 1942) was een Nederlands conferencier, zanger en helderziende.

Biografie

Meijer (ook Max Louis) Blitz werd in 1895 geboren op het adres Lepelkruisstraat 15-III te Amsterdam, in het Joodse gezin van Levie Blitz en Engeltje Content, als zesde van acht kinderen.

Max Louis Blitz was korte tijd diamantbewerker, maar stapte al op jonge leeftijd over naar het theater. In 1912 maakte hij zijn debuut als toneelacteur en kwam ook aan de bak in de operette. Hij was gedurende enige jaren verbonden aan Max Gabriëls Operettegezelschap en daarna De Nederlandsche Opera.

In 1918 richtte hij de Blitz-Film Company op met het doel zijn scenario Haar Schaakzet te verfilmen. Na een paar aankondigingen werd hiervan echter niets meer vernomen.[1]

Meijer Blitz trouwde in 1922 met Judith Silas (Amsterdam, 31 mei 1895 – Auschwitz, 10 september 1942), waarmee hij een zoon, Eddy (Amsterdam, 10 mei 1925 – Auschwitz, 13 augustus 1942), kreeg. Het gezin woonde in de Lepelstraat 11 en in het begin van de Tweede Wereldoorlog in de Cilliersstraat 19-II.

Vanaf 1919 begon Blitz onder de artiestennaam Maloïtz (MA-x LO-uis bl-ITZ) op te treden in het variété als cabaretier, revue-artiest en telepaat. Als zanger nam hij ook wel de naam "Don Almério" aan.

Telepaat

Als telepaat kreeg hij in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw landelijke bekendheid. Hij toerde door heel Nederland en voor hij een optreden gaf organiseerde hij vaak eerst een voorstelling voor de plaatselijke pers en politie om zo zijn talent te demonstreren en de mogelijkheid te bieden een en ander te controleren. De publiciteit in de plaatselijke pers die dit opleverde, trok heel wat extra publiek naar zijn voorstellingen.

Als helderziende werd geregeld zijn hulp ingeroepen door de politie. Zijn cause celèbre was de moord op Sara Beugeltas in 1934. Het zevenjarige meisje werd op dat moment nog vermist, maar Maloïtz wees met zijn wichelroede het bananenpakhuis aan waar ze later werd gevonden, ondanks dat dat al eerder doorzocht was.[2] Daar moet bij gezegd worden dat de stoep voor dit pakhuis ook de laatste locatie was waar het meisje was gezien.

In 1939 werd Maloïtz in de arm genomen bij de verdwijning van Jopie de Nigtere, maar zonder resultaat.

Bezettingstijd

Maloïtz heeft tijdens de Duitse bezetting ondanks zijn Joodse afkomst nog tot in 1942 opgetreden en had daarvoor een reisvergunning, dankzij zijn populariteit. Op 7 maart 1942 stond hij ingeschreven op het politiebureau in Amsterdam "in bewaring ter beschikking". Hij moet kort daarna naar kamp Westerbork gedeporteerd zijn. Hij heeft nog opgetreden in Kamp De Landweer, een Joods werkkamp in Elsloo (Friesland); of hij toen al in Westerbork zat is niet zeker. Daarna werd hij afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen, waar hij op 10 juli 1942 omkwam.