Maarten Spaans

Maarten Spaans
Algemeen
Geboortedatum 26 juni 1919
Geboorteplaats Den Haag
Sterfdatum 14 oktober 1989
Plaats van overlijden Den Bosch
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Organisatie Documentatiedienst
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Maarten Spaans (Den Haag, 26 juni 1919 - Den Bosch, 14 oktober 1989) was een Nederlandse politiefunctionaris. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij onderdeel van de Documentatiedienst, een speciale afdeling van de Haagse politie die jacht maakte op joden. Na de oorlog kreeg Spaans een levenslange gevangenisstraf opgelegd, later bijgesteld naar 22 jaar, waarvan Spaans er 14 jaar uitzat.

Levensloop

Spaans was de tweede zoon van Klaas Spaans (1890-1969) en Cornelia Catherina Bruin (1892-1986). Zijn oudere broer was na acht maanden overleden. Later kreeg hij nog een broer en zusje. Maarten Spaans groeide op in Scheveningen. Zijn vader was politieagent in Den Haag.

Na het afronden van de Mulo werkte Spaans als kantoorbediende op een advocatenkantoor en volgde een boekhoudcursus. In februari 1939 volgde hij de School voor Dienstplichtig Onderofficieren in Middelburg. Tijdens de meidagen van 1940 was hij betrokken bij de bewaking van luchthaven Schiphol.

Spaans had zich in 1936 aangesloten bij de Nationale Jeugdstorm. Hij was tussen 1937 en 1938 aangesloten bij de Weerbaarheidsafdeling (WA), de paramilitaire organisatie van de Nationaal-Socialistische Beweging. In 1940 sloot hij zich ook aan bij het Rechtsfront. De vader van Spaans sloot zich in het najaar van 1941 aan bij de NSB.

Spaans trad in september 1940 in dienst bij de Haagse gemeentepolitie en werd ingedeeld bij de Vreemdelingendienst. Van het voorjaar 1941 tot december 1942 werkte hij bij de Uitrukdienst, een politieafdeling die snel moest ingrijpen bij relletjes. Verder kwam het neer op het verrichten van regulier politiewerk. Aan het begin van 1943 maakte Spaans de overstap naar de Documentatiedienst. De afdeling hield zich bezig met het opsporen van Joden en mensen die de Duitsers of NSB hadden beledigd. Spaans werkte vooral nauw samen met Marinus van Dusschoten.

De Documentatiedienst spoorde in deze periode zo'n achttienhonderdvijftig Joden op. Spaans was betrokken bij de arrestatie van 362 Joden, Jodenhelpers en enkele verzetsmensen. Zeker 260 daarvan keerden niet terug uit Duitse gevangenschap. Spaans was niet alleen actief binnen Den Haag, maar door heel het land. Bij de arrestaties gebruikte Spaans vaak veel geweld en mentale druk (zoals het dreigen mensen dood te schieten), om nieuwe adressen aan zijn slachtoffers te ontlokken. Spaans en Van Dusschoten werden verantwoordelijk gehouden voor het doodschieten van Jacob Friez uit Delft in augustus 1944. Friez zou zich verzet hebben tegen zijn arrestatie. Spaans arresteerde ook de Surinaamse verzetsstrijders Waldemar Nods en William Egger. Vanaf september 1944 werd Spaans ingedeeld bij de Sicherheitspolizei. In die hoedanigheid maakte hij vooral jacht op verzetsmensen. Daarnaast werd hij een week in Kamp Westerbork gestationeerd.

Spaans werd rond 8 mei 1945 gearresteerd en gevangengezet, eerst in de Strafgevangenis in Rotterdam en vanaf augustus in het Huis van bewaring in Almelo. Vanaf november zat hij vast in de Strafgevangenis van Scheveningen. In Almelo zou hij meerdere keren zwaar zijn mishandeld en een schijnexecutie hebben ondergaan.

Spaans werd in 1949 samen met Van Dusschoten berecht. De aanklager eiste de doodstraf. De rechtbank veroordeelde Spaans tot levenslang, terwijl Van Dusschoten 19 jaar gevangenisstraf opgelegd kreeg. Met name zijn relatief jonge leeftijd was voor de rechtbank reden om Spaans niet de doodstraf op te leggen. De Raad van Cassatie handhaafde een jaar later de uitspraak van levenslang, terwijl Van Dusschoten nog een extra jaar cel erbij kreeg (20 jaar).

Na een gratieverzoek in 1958 stelde de Hoge Raad de straf bij tot 22 jaar. In combinatie met de geldende strafverminderingsregels betekende dat dat Spaans in juli 1959 weer op vrije voeten kwam. De strafkorting paste in een patroon waarbij veel veroordeelde collaborateurs in de jaren vijftig strafkorting kregen.

Spaans werkte na zijn vrijlating als boekhouder bij De Gruyter. In 1989 overleed hij aan de gevolgen van kanker.

Persoonlijk

Spaans trouwde in 1943 met Katharina Thomas (1910-1991), de weduwe van een Nederlandse Oostfrontstrijder. Samen kregen zij één kind. Spaans scheidde in 1964 van zijn echtgenote. In 1973 hertrouwde hij met een Poolse.