Lucius B. Northrop

Lucius b. Northrop
Lucius B. Northrop
Geboren 8 september 1811
Charleston, South Carolina
Overleden 9 februari 1894
Baltimore, Maryland
Rustplaats New Cathedral Catholic Cemetery
Baltimore, Maryland
Land/zijde Verenigde Staten

Geconfedereerde Staten van Amerika

Onderdeel United States Army

Confederate States Army

Dienstjaren 1831-1861 (USA)
1861-1865 (CSA)
Rang kapitein (USA)

kolonel (CSA) brigadegeneraal (CSA) (nooit doorgestuurd naar Zuidelijk congres)[1]

Eenheid 7th Infantry Regiment
1st U.S. Dragoons
Bevel Commissary Department van het Confederate States Army
Slagen/oorlogen Tweede Seminole oorlog

Amerikaanse Burgeroorlog

Lucius Bellinger Northrop (Charleston, 8 september 1811Baltimore, 9 februari 1894) was een Amerikaans beroepsmilitair. Na een lange loopbaan in het United States Army koos hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog voor de Geconfedereerde Staten van Amerika.

Hij werd door zijn goede vriend president Jefferson Davis benoemd tot Commissary-General van de gewapende strijdkrachten van de Geconfedereerde Staten. Northrop was verantwoordelijk voor de logistieke ondersteuning en bevoorrading van de legers waaronder het transport en verdeling van voedsel en kleding. Ook was hij verantwoordelijk voor de bevoorrading van de verschillende krijgsgevangenkampen zoals Andersonville Prison.

Vroege jaren

Lucius B. Northrop werd geboren op 8 september 1811 in Charleston, South Carolina. Over zijn jeugd is weinig bekend. Hij werd toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Tijdens zijn opleiding leerde hij Jefferson Davis kennen die drie jaar ouder was. Na zijn studies werd Northrop aangesteld als tweede luitenant bij de cavalerie.[2] Hij diende in verschillende forten en buitenposten zoals in het Floridaterritorium tijdens de Tweede Seminole oorlog. In oktober 1839 raakte hij ernstig gewond aan zijn rechterknie toen zijn eigen pistool afging. Door een moeizaam herstel was hij bijna acht jaar met ziekteverlof uitgezonderd de enkele maanden dat hij werkzaam was in het subsistence department (tussen oktober 1842 en mei 1843). Hij vroeg en kreeg toestemming van het War Department om studies te volgen aan de Jefferson Medical College in Philadelphia.[3]

Northrop zou nooit volledig herstellen van zijn verwonding en liep mank. In januari 1848 werd hij geschrapt van de loonlijst van het United States Army. Hij keerde terug naar Charleston en vestigde zich uiteindelijk in Anne Arundel County in Maryland. Toen Jefferson Davis in 1853 minister van Oorlog werd, riep hij zijn vriend Northrop terug naar het leger en bevorderde hem tot kapitein.

Amerikaanse Burgeroorlog

Na de secessie van zijn thuisstaat nam Northrop in januari 1861 ontslag uit het United States Army. Jefferson Davis werd benoemd tot president van de Geconfedereerde Staten van Amerika en benoemde zijn oude vriend Northrop in maart 1861 tot kolonel in het Confederate States Army. Hij werd door het Zuidelijke ministerie van oorlog aangesteld als commissaris-generaal. Northrop werd verantwoordelijk voor de logistiek en omvatte het transport van de militaire voorraden (uitgezonderd wapens en munitie), het verplaatsen van militaire eenheden naar de verschillende departementen en fronten en het bevoorraden van de Noordelijke krijgsgevangenen. Hij bleef in functie tussen maart 1861 en zijn ontslag in februari 1865.[4]

Als commissaris-generaal voor de Zuidelijke strijdkrachten had Northrop een veelvoud aan logistieke problemen om op te lossen. De Zuidelijke economie was niet voorbereid op een (langdurige) oorlog en had noch de nodige infrastructuur om grote hoeveelheden voedsel, kledij en schoenen te produceren, noch de mogelijkheden om deze producten over lange afstanden te transporteren. De Zuidelijke Staten hadden te weinig machines en materieel om het spoorwegennet te onderhouden en te weinig rollend materieel zoals locomotieven of wagons. Daar bovenop kwam de inflatie van de Zuidelijke dollar waardoor het aankopen van broodnodige goederen bij boerderijen, winkels en fabrieken steeds meer een probleem werd.[4]

In de loop van de oorlog schreven steeds meer soldaten in hun brieven naar huis dat de bevoorrading slechter en slechter werd. President Davis was zich ten volle bewust van de logistieke problemen, maar hij bleef zijn oude vriend steunen en weigerde Northrop te ontslaan. Het onvermogen van het logistieke departement beleefde tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht een dieptepunt. Het hongerige Army of Northern Virginia onder generaal Robert E. Lee was door twee spoorwegen verbonden met het vruchtbare achterland in zuidwestelijk Virginia. Maar toch slaagde Northrop er niet in om via de Richmond and Danville Railroad en de Southside Railroad de belangrijke voorraden aan te voeren.[4]

Op 26 november 1864 bevorderde president Davis Northrop tot brigadegeneraal. Maar hij stuurde deze benoeming niet door naar de Zuidelijke senaat waar dit vrijwel zeker zou verworpen worden.[5]

Tegenstanders van Northrop in het Zuidelijke congres hielden Northrop persoonlijk verantwoordelijk en stemden uiteindelijk een wet om de afzetting van Northrop mogelijk te maken. Toen president Davis John C. Breckinridge tot nieuwe minister van oorlog wou benoemen, stelde deze laatste als voorwaarde dat Northrop de laan werd uitgestuurd. Generaal Robert E. Lee eiste het ontslag van Northrop niet rechtstreeks, maar stelde dat indien hij het ambt van opperbevelhebber van de Zuidelijke legers zou aanvaarden er op logistiek vlak veranderingen moesten doorgevoerd worden.[6] Davis gaf uiteindelijk toe en stuurde Northrop de laan uit in februari 1865.[7] Het ontslag kwam te laat. Twee maanden later versloeg het Noordelijke Army of the Potomac Lees leger bij Five Forks wat zou leiden tot de overgave bij Appomattox.

Latere jaren

Na de oorlog werd Northrop op 30 juni 1865 in Raleigh, North Carolina gearresteerd.[2] Hij werd vier maanden lang opgesloten en beschuldigd van het onthouden van voedsel en andere voorraden aan Noordelijke krijgsgevangenen. Northrop werd in november 1865 vrijgelaten. Er zou geen proces volgen. Hij trok zich terug op een boerderij in Charlottesville, Virginia.

In 1890 verhuisde hij naar het Maryland Line Confederate Soldiers' Home in Pikesville, Maryland. Hij overleed op 9 februari 1894. Lucius B. Northrop werd begraven op het New Cathedral Catholic Cemetery in Baltimore, Maryland.[2]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog zonder officiële bevestiging (Confederatie)