Louis Lootens

Louis Aloysius Lootens (Brugge, 17 maart 1827Victoria (Brits-Columbia), 12 januari 1898) was een Belgisch katholiek priester die missionaris werd. Van 1868 tot 1876 was hij apostolisch vicaris in Idaho en vervolgens hulpbisschop in Brits Columbia, Canada.

Levensloop

Priester

Lootens was de vierde van de negen kinderen van de schrijnwerker Karel Lootens en de kantwerkster Catherine Beyaert.[1] Hij volgde de humaniora aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge en voleindigde deze studie in de retorica 1847. Hij trad binnen in het seminarie Saint-Nicolas-du-Chardonnet in Parijs en werd er op 14 juni 1851 tot priester gewijd.

Toen bisschop Modeste Demers in Europa zocht naar priesters voor het bisdom Vancouver Island, bood Lootens zich aan.[2] Op 29 augustus 1852 arriveerde hij in Victoria, British Columbia.[3]

Na vijf jaar te hebben gewerkt in mijnkampen en dorpen van de inboorlingen in de Cariboo en Fraser Vallei, werd Lootens in juni 1857 opgenomen bij de clerus van het Archdiocese of San Francisco. Hem werd de zielzorg toevertrouwd over een ruim gebied dat Mariposa, La Grange en Hornitos in Californië inhield. Het jaar daarop werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Patrickkerk in Sonora in Californië. In 1859 werd hij pastoor van de St. Vincent's Church in Petaluma in Californië en van de St. Raphael's Church in San Rafael in Californië.[3] Daarnaast was hij ook nog directeur van het St. Vincent's School for Boys in San Rafael (1859–1868). Hij breidde deze school aanzienlijk uit, om er de groeiende leerlingenpopulatie te kunnen huisvesten door het bouwen van klaslokalen, slaapzalen, een administratiegebouw en een kapel. Dankbaar voor het gepresteerde werk gaf het gemeentebestuur zijn naam aan een plein.[4]

Apostolisch vicaris

Op 3 maart 1868 werd Lootens benoemd tot apostolisch vicaris voor het Idaho territorium en tot titulair bisschop van Castabala. Hij werd op 9 augustus 1868 in de kathedraal van San Francisco tot bisschop gewijd door aartsbisschop Joseph Sadoc Alemany, met de bisschoppen Thaddeus Amat y Brusi en Eugene O'Connell als mede-consecratoren.[5]

Nadat hij in Idaho zijn intrek had genomen, vertrok Lootens naar Rome om er het Eerste Vaticaans Concilie (1869–1870) bij te wonen.[6] In december 1870 kon hij de eerste katholieke kerk inwijden in Boise te Idaho, die echter al in januari daaropvolgend door brand werd verwoest.

In die periode zakte het aantal katholieken van 15.000 naar 1.000, nadat de oprichting van koolmijnen geen succes was gebleken en talrijke mijnwerkers vertrokken.[3] In maart 1873 schreef Lootens: "De katholieke bevolking van het apostolisch vicariaat van Idaho is zodanig gekrompen dat we ons, met de hulp van de overgebleven inwoners, nauwelijks kunnen in leven houden."[6] Zijn gezondheid ging achteruit en hij bood zijn ontslag aan, dat op 28 februari 1876 door Rome werd aanvaard. Pas acht jaar later zou de Belg Alphonse Joseph Glorieux tot zijn opvolger worden benoemd.

Hulpbisschop

Lootens vertrok naar British Columbia en werd er hulpbisschop in het bisdom Vancouver Island. In 1890 legde hij de eerste steen voor de nieuw te bouwen St. Andrew's Cathedral in Victoria.[6] In 1895 publiceerde hij een boek gewijd aan het Gregoriaans.[7]

Hij was zeventig toen hij overleed.[8]