Lothar Sieber

Lothar Sieber
Lothar Sieber kruipt aan boord van de Ba 349A M23

Lothar Sieber (Dresden, 7 april 1922Stetten am kalten Markt, 1 maart 1945) was een testpiloot die op 1 maart 1945 de eerste bemande vlucht maakte aan boord van de Bachem Ba 349, bijgenaamd Natter (gladde slang). Hij kwam om bij deze eerste bemande verticale lancering van een raketvliegtuig.

Levensloop

Sieber wilde al als kind piloot worden. Hij begon zijn opleiding op 17 januari 1940. Hij kon tijdens oorlogsmissies moeiteloos overweg met de meest uiteenlopende vliegtuigtypes. Hij vloog onder andere ook met een Italiaans transportvliegtuig en met buitgemaakte Sovjet- en Amerikaanse bommenwerpers, zoals de Tupolew TB-3 of de Boeing B-17. Sieber werd voor zijn prestaties bevorderd tot luitenant. Op 11 februari 1943 werd hij door een veldrechtbank in Minsk wegens een wachtfout door alcohol gedegradeerd tot eenvoudig piloot. Na tussenkomst van Hermann Göring kreeg hij zes weken verscherpt arrest.

In augustus 1944 bevrijdde Sieber in Oekraïne met een Arado Ar 232 onder vuur achter de vijandelijke linies 23 ingesloten kameraden. Hiervoor ontving hij het IJzeren Kruis I. Klasse. Na verdere vliegprestaties stelde Otto Skorzeny, hoofd van de SS-Jagdverbände, hem voor voor het Duits Kruis in Goud. Lothar Sieber bleef piloot van een Arado Ar 232 tot hij in december 1944 testpiloot werd bij de firma Bachem (Bachem Werke GmbH) in Bad Waldsee.

De 22-jarige voerde op 1 maart 1945 de eerste bemande vlucht uit met het verticaal opstijgende raketvliegtuig Bachem Ba 349 en kwam daarbij om het leven. Hem was verzekerd dat zijn degradatie tot soldaat na de testvlucht zou worden ingetrokken en dat hij tot eerste luitenant zou worden bevorderd. Deze rang werd hem postuum toegekend. Kort voor de start had Sieber zich verloofd met luchtmachtassistente Gertrud Nauditt. Voor zijn vlucht had hij haar in zijn testament alles nagelaten.

De vlucht

De Ba 349 was een bemand raketvliegtuig dat binnen enkele minuten een hoogte van 10 tot 15 km moest bereiken om de geallieerde bommenwerpers neer te halen. De piloot en de belangrijkste onderdelen van het vliegtuig moesten na de missie met een parachute naar de grond zweven.

Aanvankelijk steeg het raketvliegtuig verticaal, maar op een hoogte van ongeveer 100 tot 150 m maakte het toestel plotseling een omgekeerde bocht van ongeveer 30° ten opzichte van de verticaal. Op ongeveer 500 m, na het loslaten van de vaste brandstofraketboosters, zag men de cockpitkap wegvliegen. De Natter bleef met hoge snelheid stijgen onder een hoek van 15° ten opzichte van de horizontaal en verdween in de wolken. De Walter-motor viel ongeveer vijftien seconden na het opstijgen uit. Naar schatting bereikte de Natter een hoogte van 1500 m, waarna hij in een duikvlucht terechtkwam en ongeveer 32 seconden later met grote kracht de grond raakte, enkele kilometers van de lanceerplaats. Wat op dat moment nog niet bekend was, was dat een van de Schmidding-boosters niet was afgestoten en dat de resten daarvan in 1998 op de crashlocatie werden opgegraven.[1]

Sieber was waarschijnlijk al lang voor de crash bewusteloos. Erich Bachem, de ontwerper, vermoedde dat hij onder invloed van de 3 G-versnelling onwillekeurig aan de stuurknuppel had getrokken. Onderzoek van de cockpitkap, die in de buurt van de lanceerplaats was gevallen, wees uit dat het uiteinde van de vergrendeling was verbogen, wat erop wijst dat deze bij de lancering mogelijk niet volledig gesloten was. De hoofdsteun van de piloot was aan de onderkant van de kap bevestigd en toen de kap wegvloog, zou het hoofd van de piloot plotseling ongeveer 25 cm naar achteren zijn geklapt, waarbij het tegen het stevige houten achterste bovenste cockpitschot zou zijn geslagen en Sieber bewusteloos zou hebben geslagen of zijn nek zou hebben gebroken.

De inslagplaats

Op de inslagplaats, ongeveer zeven kilometer van de lanceringsplaats, vond men een krater van vijf meter diep. Behalve een halve linkerarm en een half linkerbeen werden er alleen kleine lichaamsdelen gevonden, en later een veertien centimeter lang stukje schedel.

In 1998-1999 werden bij opgravingen de overblijfselen van een van de hulpraketten gevonden op de inslagplaats, wat bewijst dat deze niet losraakte van de romp van de Natter.

De stoffelijke resten van Lothar Sieber werden op 3 maart 1945 met militaire eer begraven in Stetten am kalten Markt.

Galerij