Lot (bestemming)

De drie heksen voorspellen de toekomst aan Macbeth, Théodore Chassériau
Hekkenpaalsculptuur Het Lot in de Beemster, Rombert Verhulst, ca. 1660

Lot of noodlot is de gedachte dat er een noodzakelijk en onveranderlijk verloop in het leven van een mens of dier plaatsvindt, waarbij de persoon in kwestie niet bij machte is zelf invloed op deze gang van zaken uit te oefenen. In een verwante betekenis verwijst de term naar een specifieke stand van zaken die in de reeks der gebeurtenissen noodzakelijkerwijs verwerkelijkt wordt. Daarmee past de term binnen een deterministische wereldbeschouwing ("er is geen macht op aarde die het lot ondermijnt").

Personificatie

In verscheidene grote verhalen is het lot gepersonifieerd. Zo zijn bijvoorbeeld in de Griekse mythologie de Moirae verantwoordelijk voor de levensbestemming van een persoon en is in het christendom God de bovennatuurlijke kracht die het wordingsdoel van de mens en de bestemming van zijn ziel bepaalt. In het bijzonder de protestantse predestinatieleer is hier een voorbeeld van. Ook in het oude Germaanse wereldbeeld is het lot (Oudsaksisch: Wurd) een centraal gegeven. In de Noordse mythologie komt de lotsbeschikking tot uiting in de drie schikgodinnen Urd, Verdandi en Skuld, ook bekend als de Nornen.

Filosofie

In de filosofie vervult het lot onder meer een belangrijke rol in het systeem van de Stoa, van Benedictus de Spinoza, van Arthur Schopenhauer en van Friedrich Nietzsche. De Natuur wordt door hen beschouwd als een volledig gedetermineerd zijnde, waarin alles zich volgens noodzakelijke wetten voltrekt.

Determinisme

Zie Determinisme (filosofie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

"Extreem determinisme", ofwel het geloof dat het lot allesbepalend is, leidt tot de ontkenning van het bestaan van een vrije wil. Een filosoof die het mechanistische determinisme, dat noodzakelijk is voor de verklaring van natuurlijke fenomenen en voor de beoefening van wetenschap, probeerde te verzoenen met de morele noodzaak van de vrije wil, was Immanuel Kant. Volgens hem bestonden er twee ratio's: de zuivere (theoretische) rede en de praktische rede. De vervreemding die aan deze denkwijze inherent is, poogde Georg Wilhelm Friedrich Hegel op te heffen. Kant zelf meende deze vervreemding geëlimineerd te hebben door beide te herleiden tot het oordeelsvermogen.

Juridisch

In Nederland is wettelijk vastgelegd dat bepaalde zaken aan het lot moeten worden overgelaten. De Kieswet[1] specificeert dat in verschillende gelijkheden "het lot" moet beslissen, bijvoorbeeld wanneer de gemiddelden gelijk zijn bij het berekenen van restzetels voor de Tweede Kamer, of wanneer twee partijen even klein zijn en dus onduidelijk wiens zetel moet worden opgegeven ten behoeve van een meerderheidszetel voor de partij met een volstrekte meerderheid aan stemmen.

Ook in de rechtspraak kan het lot de beslissende factor zijn. Het meest wordt het lot benoemd in uitdrukkingen als "de verdachte heeft haar dochter aan haar lot overgelaten", maar een rechter kan het lot ook actief opzoeken. In een zaak waarbij de partijen gelijkwaardig-geachtte claims hadden, maar het toch in het voordeel van het kind was om eender welke beslissing te nemen, is in overleg besloten om een muntje op te gooien. Hierbij is de beslissing omschreven als "door het lot bepaald".[2]

Zie ook

Zie de categorie Destiny van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.