Lorenzo Gioeni d’Aragona

Lorenzo Gioeni d’Aragona
Praalgraf in de kathedraal van Agrigento
Praalgraf in de kathedraal van Agrigento
Bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een bisschop
Geboren 15 juni 1678
Plaats Palermo, Spaans koninkrijk Sicilië
Overleden oktober 1754
Plaats Agrigento, Spaans koninkrijk Sicilië
Wijdingen
Priester 6 juni 1706
Bisschop 17 december 1730
Kerkelijke loopbaan
1730-1754 Bisschop van Agrigento
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Lorenzo Gioeni d’Aragona (Palermo, 15 juni 1678Agrigento, oktober 1754) was een edelman en rooms-katholiek prelaat in het koninkrijk Sicilië. Gioeni was bisschop van Agrigento (1730-1754),[1] waar hij bekend was voor de oprichting van het Armenhuis.[2] Sicilië werd in deze periode geregeerd door de Oostenrijkse Habsburgers en nadien, vanaf 1735, door het Spaanse Huis Bourbon.

Levensloop

De familie Gioeni was een adellijke familie in Sicilië met de meeste vertegenwoordigers in de stad Catania. In 1706 werd hij tot priester gewijd.

Twee weken na het conclaaf van 1730 benoemde paus Clemens XII hem tot bisschop van Agrigento, en dit op vraag van keizer Karel VI van het Heilig Roomse Rijk, ook bekend als koning Karel IV van Sicilië.

In Agrigento hield de bisschop zich bezig met het stimuleren van de handel. Voor de aanleg van een pier in de haven van Porto Empedocle liet hij steenblokken van de Tempel van de Olympische Zeus wegslepen uit het antieke Agrigento, genoemd Akragas. Voor archeologen wijst dit erop hoe Gioeni de Griekse cultuur tijdens zijn episcopaat verwaarloosde.[3]

Omdat de noordkant van de kathedraal inzakte, organiseerde hij funderingswerken. Een van de kapellen gaf hij een marmeren vloer.

Bekend werd Gioeni door de bouw van het Armenhuis. Het Armenhuis heette officieel Hospitium van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria doch gaandeweg werd de naam Instituut Gioeni. Aan het Armenhuis werd gebouwd van de jaren 1730 tot 1745. Hiertoe moest een deel van de middeleeuwse omwalling tegen de vlakte. In 1749 ging het instituut open, met ondersteuning door paters oblaten. Het doel was onderwijs te verschaffen aan wezen, alsook onderdak aan armen en bejaarden. Het instituut voorzag onderwijs voor 72 wezen. Het onderwijs moest leiden tot het leren van een vak zoals weven, schilderen, musiceren, kaarsen maken en schrijnwerkerij. Ook een voedselbank werd ondergebracht in het instituut. Priesterstudenten moesten er catechese geven.

Gioeni overleed in 1754. In de kathedraal werd zijn stoffelijk overschot in een praalgraf gelegd, behalve zijn hart. Zijn hart ging naar de kapel van het Armenhuis. Later werd dit gebouw een kazerne en is dit item verdwenen.