Lili Green

Lili Green
Lili Green op het achterblad van De kunst in 1923
Lili Green op het achterblad van De kunst in 1923
Algemene informatie
Alias Vallya LodowskaBewerken op Wikidata
Geboortedatum 26 februari 1885
Geboorteplaats Beckenham
Overlijdensdatum 22 januari 1977
Overlijdensplaats Den Haag
Land Suriname, Nederland, Verenigd Koninkrijk
Werk
Genre(s) moderne dans
Beroep(en) dans, choreograaf, actrice, pianist en schrijver
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Alice Sally Mary Green, beter bekend als Lili Green of Vallya Lodowska (Beckenham, 26 februari 1885 - Den Haag, 22 januari 1977) was een pionier van de Nederlandse theaterdans in de 20e eeuw. Naast danser was ze choreograaf, danspedagoog, actrice, pianist en schrijver. Naast de strijd voor de danskunst voerde ze ook een persoonlijke strijd, zij heeft altijd haar lesbische geaardheid openlijk beleefd, samen met haar danspartner Alice Margaret Walker en componiste Jetty van Lennep.

Jeugd

Groepsfoto van de familie Green met gasten aan tafel op de plantage 'Belwaarde' aan de Beneden Suriname rivier

Green was het eerste kind van de Britse Alexander Edward Green (Sandy) en de Nederlandse Henriette Magdalena Spiering. De vader van Sandy was plantagehouder Thomas Hugh Green die eerder de suikerrietplantage Boxel en tot 1872 de katoenplantage Mary's Hope in Suriname in bezit had gehad. Enkele maanden na de geboorte van Lili verhuisde het gezin van Beckenham naar de cacaoplantage Belwaarde, die Sandy met zijn broer Hugh H. Green in 1883 had aangekocht.[1] Belwaarde was gelegen aan de rivier Suriname, vlakbij Paramaribo. Lili groeide daar op samen met twee broertjes en twee zusjes, terwijl haar tante Louise Catharina Spiering met haar man Stephanus Hendrik Gonggrijp aan de overkant van de rivier plantage Morgenstond beheerde. Van hun gouvernante kreeg Lili haar eerste pianolessen. In 1899 werd Belwaarde opgekocht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij, die een zeehaven nodig had voor de suikerfabriek van Mariënburg, en vertrok het gezin uit Suriname. Vader keerde al snel terug, maar overleed in Suriname in 1905.

In Den Haag studeerde Lili piano bij Carel Oberstadt aan het Koninklijk Conservatorium voor Muziek in Den Haag. Tot dan was dansen vooral iets voor zichzelf, maar in 1905 zag zij in het Kurhaus in Scheveningen een optreden van de Amerikaanse danseres Isadora Duncan, een pionier van moderne dans, en zag zij dat dansen als kunst was op te vatten. Ze sprak Duncan ook, die haar vertelde dat dansen niet te leren is, maar gedaan moet worden. Lili besloot daarna dan ook danseres te worden. In tegenstelling tot wat wel beweerd werd, kreeg zij echter geen les van Duncan en ook geen dalcrozeritmiek.[2]

In 1907 voerde zij haar eigen choreografie Bloemensproke op met muziek van Frits Koeberg, wat een proces-verbaal tot gevolg had vanwege het optreden van kinderen in de avond.[3] Dit bleek een succes en zij probeerde het daarna in Londen, maar kreeg te horen dat het haar aan opleiding ontbrak. Bij gebrek aan Nederlandse dansscholen debuteerde ze in 1908 bij de Hagespelers van Eduard Verkade als Ophelia in Hamlet. Daarna speelde ze ook in Een ideale echtgenoot, Den speijghel der salicheyt van Elckerlijc, Ingmar en Sigrid en Huislijke haard.

Vallya Lodowska

Toneel bevredigde haar echter onvoldoende en in 1910 vertrok Green naar Londen, waar ze onder meer bij Mikhail Mordkin lessen klassiek ballet en dalcroze-euritmie volgde. Ze leerde in deze periode Andreas Pavley kennen met wie ze onder meer Der Tod und das Mädchen danste, zowel in Nederland als in Engeland. Gezien de populariteit van het Ballets Russes nam zij net als Andreas al snel een pseudoniem, Vallya Lodowska, aan.

Lili Green (links) en Margaret Walker (rechts als Pierrot) in een choreografie op muziek van La Valse van Chopin

De nieuwe dansvorm was ballet noch gymnastiek en was daardoor voor een deel van het publiek moeilijk te plaatsen, al kregen zij lovende kritieken. Ook in haar persoonlijke leven ging zij het ongemak niet uit de weg en kwam openlijk uit voor haar homoseksualiteit. In 1910 schreef ze A conflict, een eenakter over de lesbische liefde die ze een dubbele natuur noemde, gedoemd om te laten lijden.[4] Zij kreeg een relatie met danser en zangeres Alice Margaret 'Daisy' Walker door wier zang zij zich liet begeleiden in haar dans.

Lili Green in 1915 door Jacob Merkelbach

Zoals in haar eerste optreden in 1907 werden de dansen aangevuld met solo's van een pianist, een violist en van een zanger. Ook beeldde zij steeds een bepaald karakter uit in haar dansen. In 1913 voerde zij met Pavley Chant sans paroles van Tsjaikovski op als Pierrot en Colombine.[5]:149

Juffrouw Lili

Lili Green in 1924 door Henri Berssenbrugge

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vestigden Green en Walker zich in Den Haag, waar ze in 1916 op Schuytstraat 20 een dansschool openden.[6] Het Dansinstituut Lili Green bood al snel ook cursussen aan in Amsterdam met zus Hetty Green. In die periode fotografeerde Henri Berssenbrugge de dansgroep regelmatig, ook tijdens voorstellingen buiten, zoals in de duinen.

Met Walker kwam zij in 1917 met een programma met daarin onder andere een uitvoering van Carnaval in Biedermeier-kostuums. De karakters uit de commedia dell'arte werden vertolkt met Walker als Pierrot en Green als Colombine.

In 1918-19 gaf Green met Walker choreografische medewerking voor concerten van het Arnhemsche Orkest Vereeniging (AOV), voor Daphnis et Chloé, La Péri en La Tragédie de Salomé.[7] Zij danste de rol van de Péri ook zelf voor de Nationale Opera.[8]

In 1920 trad zij op tijdens de jaarbeursfeesten in Tivoli in Utrecht waar een van de eerste jazzoptredens in Nederland werd gegeven door de Britse Mayfair Jazz-Band onder leiding van Lewis Jones.[9]

In 1922 verhuisde de dansschool naar de voormalige schermzaal De Vos op Parkstraat 73 in Den Haag. Om inkomsten te genereren begon ook Green met de populaire dance-tea.[10] Zij wilde echter vooral de Nederlandse dans op een hoger plan brengen. Zij ontwikkelde een eigen stijl vanuit klassiek ballet en vrije dans. In wat zij emotionele plastiek noemde waren de uitgangspunten het bewegen vanuit het eigen centrum en het laten bepalen van de ritmes door het verzet tegen of juist het toegeven aan de zwaartekracht.

Ook trad zij nog zelf op, zoals in 1922 met Albert van Dalsum in Vrouwe Emer's grote strijd, een Nederlandse bewerking van het maskerspel The Only Jealousy of Emer van W.B. Yeats, al werden de maskers van Hildo Krop enthousiaster beoordeeld dan het Keltische toneeldrama. In 1924 trad zij met haar gezelschap op in 's Levens Bruiloftsfeest van Arent Tonko Vos, een openluchtspel onder regie van Johan de Meester voor de lustrumfeesten van GSC Vindicat atque Polit. Ze werkte ook mee aan het tijdschrift Het Masker van Simon Koster.

Martinus Nijhoff schreef in 1924 een sonnet over Green.

In 1925 strandde de relatie tussen Green en Walker. Walker trouwde met de Italiaanse danser Angelo Gualtieri met wie zij een zoon kreeg, Angeletto Gualtieri Walker. Met Angelo begon zij in 1925 een dansschool aan de Adelheidstraat 72 in Den Haag.

Nadat de gemeente Den Haag de subsidie voor haar dansgroep afwees en in 1929 haar contract bij de opera niet werd verlengd, nam Green de leiding van het operaballet van het Schlesische Theater Opava in Troppau in Tsjecho-Slowakije. Haar partner Jetty van Lennep ging met haar mee en zij publiceerde dat jaar ook Einführung in das Wesen unserer Gesten und Bewegungen met beschouwingen over de danseres en de emotionele plastiek, al sierde alleen de naam van Lili Green op het titelblad. De emotionele plastiek die Green nastreefde tijdens haar dans werd hierin gecontrasteerd met wilsplastiek. Terwijl dat laatste zichtbaar is bij aandacht eisende handelingen als luisteren, lezen, wijzen en zoeken, terwijl emotionele plastiek volgt op boosheid, vreugde en verdriet.[11][12] In het werk was duidelijk de invloed van François Delsarte terug te vinden van de overeenkomsten tussen gebaren en emoties. De leer van Delsarte was via Steele MacKaye invloedrijk geworden in de Verenigde Staten en Duncan gebruikte in haar dansen specifieke gebaren voor bepaalde emoties.[5]:128

In 1930 keerde het stel weer terug naar Nederland en op 1 september 1930 opende Green met Walker en Van Lennep een school voor bewegingskunst in de Pieter Pauwstraat 1 in Amsterdam.[13] Terwijl Green moderne dans doceerde, gaf Walker klassieke dans, Maria Petrelli Spaanse dans en Raden Mas Jodjana klassieke Javaanse dans. Elke maand hield Green De Groene Draak, een cabaretavond waarbij naast haar leerlingen ook acteurs optraden als Eduard Verkade en Tine Medema en Harry van Tussenbroek optredens gaf met zijn poppen en marionetten. Het was ook een verzamelplaats voor kunstenaars als schilder Jan Sluijters en beeldhouwer Corneille de Veer. En internationale dansers die Amsterdam aandeden, kwamen wel langs, zoals de Indiase danser Uday Shanka en de Spaanse danseres La Argentina.[14]:67-69

Via de bevriende dirigent Pierre Monteux kon Green bij de prestigieuze Wagnervereeniging de choreografie verzorgen voor Iphigénie en Tauride. Door de komst van Yvonne Georgi, die kon beschikken over dansers van het Hannover Stadstheater, verloor zij die positie echter tot haar grote frustratie.[15]

De choreografie van Scientia Lumen Pacis, een openluchtvertoning van Frank Luns in het Olympisch Stadion ter ere van het driehonderdjarig bestaan van de Universiteit van Amsterdam in 1932, was van haar hand.[16] In 1933 verzorgde zij choreografieën voor Salomé. Zij was toen al 48, maar trad tijdens een voorstelling in de duinen van Zandvoort op als Salomé.

In 1934 richtte Green Het Nederlandsch Ballet op dat begeleid werd door het Nieuw Amsterdamsch Orkest onder leiding van Nico van der Linden.[17] In 1935 voerde dit gezelschap Ma Mere L'Oie en An der schönen blauen Donau op.[18] Green werd toen al een grand old lady van de Nederlandse dans beschouwd.

Dat jaar recenseerde Willem Kloos de gedichten van Green en was aangenaam verrast over het niveau van iemand die niet zoals hij al vanaf jonge leeftijd dichtte.[19]

In 1936 nam zij deel aan een internationale danswedstrijd voorafgaande aan de Olympische Zomerspelen van Berlijn en kreeg daarvoor een bronzen herinneringsmedaille.[20] Onder meer Martha Graham had geweigerd op te treden en Green betreurde haar optreden later ook.[21]

In 1938 had Green een dansstudio aan de Nassau Zuilensteinstraat 45 in Den Haag en in 1941 aan de Juffrouw Idastraat 13. Zij werd een van de vijf choreografen van het Nationale Ballet dat opgericht werd door Hendrika Gaillard-Jorissen van de Nederlandsche Dans Liga.[22] Al snel werd de naam gewijzigd naar de voor Green bekende naam Nederlandsch Ballet, maar dit werd in 1941 ontbonden door rijkscommissaris Seyss-Inquart nadat veel dansers een tournee door het Ruhrgebied weigerden.

Tijdens de Duitse bezetting werd Green in 1943 opgesloten in het Oranjehotel in Scheveningen nadat zij verraden werd omdat zij haar leerlinge Ila Goldstern met haar moeder Edith Goldstern-Kunke had laten onderduiken.[23] Green kwam vrij door toedoen van Van Lennep. Zij stopte bij de Dans Liga nadat deze over werd genomen door de vakgroep Kunstdans van het Gilde voor Theater en Dans binnen de Kultuurkamer. Tijdens de bezetting organiseerde zij op haar zolder uitvoeringen van onder meer Zijn we zoo niet allemaal (Aren't We All?) van Frederick Lonsdale.[24]

Na de oorlog leidde zij in 1946 onder meer het ballet tijdens een uitvoering van Samson et Dalila van de Haagse Operastichting.[25] In 1948 gaf zij met Han Rijnbeck, Winja Marova, Johanna Zuiver en Jan Rebel een dansavond in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag.[26] Haar school voor dans en dramatiek zou dat jaar nog versterkt worden met de komst van Sonia Gaskell die eerder Studio '45 had opgericht, dat het echter maar een half jaar volhield.[27]

Gefrustreerd door het uitblijven van overheidssteun vertrok Green in 1948 met haar moeder naar Washington en begon daar Dance Studio Lili Green en werd directeur van de Continental School of Movement. Toen haar moeder in 1959 overleed, keerde Green terug naar Den Haag waar zij op 74-jarige leeftijd aan de Van Beverningkstraat 250 Lili Green's Dance Studio opende. Daar kwamen ook leden van het Nederlands Dans Theater, een groep die zich had afgesplitst van Sonia Gaskell en het Nederlands Ballet, de derde groep onder deze naam. In 1965 kreeg Green van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk ere-geld vanwege haar grote verdienste voor het Nederlandse kunstleven. In 1967 stopte zij op 82-jarige leeftijd met haar werk. Na een langdurige ziekte overleed in 1977 op 91-jarige leeftijd de door Eva van Schaik moeder van de Nederlandse danskunst genoemde Green.

Choreografieën

Lili Green heeft, vooral met Margaret Walker, de volgende choreografieën gemaakt:[28]

  • 1919-20: Hoffmann's vertellingen, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1920-21: De dochter van madame Angot, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1920-21: Faust, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1920-21: Samson en Dalila, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1920-21: Carmen, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1921-22: Vrouwe Emer's groote strijd, gelegenheidscombinaties, ook regie
  • 1921-22: Manon, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1922-23: Tannhäuser, Nationale Opera N.V., met Margaret Walker
  • 1923-24: Faust, N.V. De Opera, met Edyth Walker
  • 1926-27: Die verkaufte Braut, Koninklijk Conservatorium
  • 1930-31: Iphigénie en Tauride, Wagnervereeniging
  • 1932: Scientia Lumen Pacis
  • 1932-33: Faust, Hollandsche Opera
  • 1934-35: Ma Mere L'Oie, Het Nederlandsch Ballet

Literatuur

  • Brummelen, Y. van (1995): Lili Green (1885-1977). Beeldbeschrijvingen van haar werk en leven, International Theatre & Film Books
  • Loohuis, S. (2024): 'Green, Alice Sally Mary (1885-1977)' in Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland
  • Toepfer, K.E. (2023): Empire of Ecstasy. Nudity and Movement in German Body Culture, 1910–1935, University of California Press

Noten

  1. 'Publieke veilingen' in De West-Indiër, 11 juli 1883
  2. 'Vraaggesprek met de danseres Vallya Lodowska (Lili Green)' in Delftsche courant, 18 januari 1913
  3. 'Brieven uit Den Haag' in Soerabaijasch handelsblad, 17 mei 1907
  4. 'Yoka van Brummelen in het spoor van Lili Green' in Trouw, 3 november 1995
  5. 1 2 Toepfer (2023)
  6. 'Lili Green' in Het vaderland, 31 mei 1916
  7. 'A.O.V.'in Het Vaderland, 5 oktober 1918
  8. 'Nationale Opera' in Algemeen Handelsblad, 12 maart 1921
  9. 'Jaarbeursfeesten - Tivoli' in Utrechtsche Courant, 2 maart 1920
  10. De eerste dance-tea bij Lili Green' in Het Vaderland, 15 oktober 1922
  11. Maurits Uyldert (1930): '"Einführung in das Wesen unserer Gesten und Bewegungen" von Lili Green' in Algemeen Handelsblad
  12. 'Jonkvr. v. Lennep over Bewegingskunst' in Overijsselsch dagblad, 18 november 1931
  13. 'Dansschool Lili Green' in Algemeen Handelsblad, 29 augustus 1930
  14. Jaldati, L.; Rebling, E. (2024): Lied van Verzet, Boom
  15. Brummel, K. (2003): '11 januari 1939. De Russische balletpedagoge Sonia Gaskell verruilt Parijs voor Amsterdam. 10 De internationale wortels van de Nederlandse danskunst' in Buikema, R.L.; Meijer, M.J.H. Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1900-1980, p. 181
  16. „Aantrekkelijk“ Amsterdam in Arnhemsche courant, 19 april 1932
  17. 'Het „Nederlandsch Ballet“ opgericht' in Haagsche courant, 13 december 1934
  18. 'Het Nederlandsch Ballet' in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 13 maart 1935
  19. Kloos, W.J.T. (1934): 'De dichteres Lili Green door Willem Kloos' in De Nieuwe Gids
  20. 'Lili Green' in Het Vaderland, 7 september 1936
  21. Loohuis (2024)
  22. 'Het „Nationale Ballet“' in Algemeen Handelsblad, 9 oktober 1940
  23. Rooduijn, T. (2025): De voorloper. Het gedurfde leven van mijn vader, Bezige Bij
  24. 'Het Nieuwe Tooneel' in Het Parool, 1 oktober 1945
  25. 'Samson et Dalila' in Het Binnenhof, 21 juni 1946
  26. 'Kunst en kunstenaars' in Het Binnenhof, 26 februari 1948
  27. 'School voor dans en dramatiek Lili Green' in Het Binnenhof, 11 september 1948
  28. 'Lili Green', TheaterEncyclopedie