Liedboek van Zeghere van Male

Het liedboek van Zeghere van Male is een muziekhandschrift dat bestaat uit vier stemboeken. Zeghere van Male (1504 - 7 juli 1601) een auteur, stadsbestuurder en handelaar was de scribent van het muziekdeel en vermoedelijk ook de belangrijkste illustrator van de boeken. De vier stemboeken zijn voor de zangstemmen van de contratenor, de tenor, de bas en de superius (de hoogste vierde stem). Op de titelpagina van ieder van de vier stemboeken staat het jaartal 1542 genoemd als het jaar waarin het liedboek werd voltooid. De vier boeken zijn in een uitzonderlijk gave staat bewaard gebleven.
Het liedboek heeft ruim 1200 pagina's, ongeveer 300 per stemboek. Het bevat in totaal 229 composities: 15 missen waarvan 2 slechts fragmentarisch bewaard zijn gebleven en 64 motetten. Er is daarnaast een wereldlijk repertoire aanwezig van 137 gezangen waarvan er 125 in het Frans zijn en 9 in het Nederlands. Daaronder is het befaamde Mijn hert heeft altijt verlanghen van de componist Pierre de la Rue. Er zijn 3 Italiaanse madrigalen. Er zijn daarnaast 12 alleen instrumentele composities voor hofdansen, zoals de basse danse en pavane.
95 van de 229 composities (41%) zijn uniek in de zin dat deze werken alleen in dit liedboek bewaard zijn. Daaronder 11 van de 15 bekende composities van Gheerkin de Hondt. Er zijn daarnaast werken in het liedboek van Benedictus Appenzeller, Claudin de Sermisy, Jacobus Clemens non Papa, Thomas Crecquillon, Thomas Crecquillon, Nicolas Gombert, Clément Janequin, Josquin des Prez, Johannes Lupi, Adriaen Willaert, Lupus Hellinck, Jean Mouton, Pierkin de Raedt, Jean Richafort, Johannes de Hollande. Een aantal daarvan had al voor het vervaardigen van het liedboek een relatie met Brugge (Appenzeller, Hellinck, Hollande, De Hondt, De Raedt and Richafort) omdat zij in een van de kerken in Brugge werkzaam waren geweest. Appenzeller en De Hondt waren als zangmeester werkzaam in de Sint-Jacobskerk in de periodes dat Zeghere van Male daar de kerkmeester was. Van deze componisten zijn respectievelijk vijftien en zestien composities opgenomen in het liedboek. Alleen van de Sermisy zijn er met twintig nog iets meer composities opgenomen.
Het repertoire in het liedboek geeft ook een beeld van wat in die periode bij de gegoede burgerij op muzikaal gebied gewenst was. Dat blijkt qua genres in hoge mate identiek met het gewenste repertoire aan de Europese hoven. Wel heeft veel materiaal uit dit liedboek een lokale achtergrond die in de muziekboeken voor de hoven ontbreekt. Het manuscript is daarmee ook een uniek tijdsdocument en een getuigenis van het muzikale leven in de stad.

Het liedboek heeft op vrijwel iedere pagina wel een illustratie. In totaal zijn er dat ook ruim 1200. Het gaat om gehistoriseerde initialen, grotesken en interlineaire tekeningen. Het zijn vaak illustraties uit het alledaagse leven van de zestiende eeuw, een enkele keer gerelateerd aan de tekst en muziek maar in de meeste gevallen is er geen relatie te ontdekken. Onderzoek in de eenentwintigste eeuw heeft uitgewezen dat Zeghere van Male zelf de ilustraties schilderde en tekende.
Van Male gaf in de stemboeken ook instructies voor de uitvoerders van de muziek. Hij schreef die in het Latijn, Frans en Nederlands. De meeste daarvan zijn simpel. Daarin wordt bijvoorbeeld aangegeven dat een nieuw deel van het muziekstuk aanvangt. Ook ‘tacet’ of ‘speelt niet mede’ komt voor om aan te geven dat een stem in een deel waar ‘trio’ boven staat niet meedoet. Soms zijn die instructies ook wat uitgebreider zoals bij ‘Benedictus is verblijt, Om dat superius niet mede en pijpt’.
In het liedboek zelf is niets te vinden over de reden dat van Male dit boek maakte. De goede conditie van de boeken, gecombineerd met het zeer beperkte aantal zichtbare correcties en het dus laten staan van aanwezige fouten wijst niet op een intensief gebruik. Er wordt wel verondersteld dat het liedboek bedoeld was om in huiselijke kring gebruikt te worden. Van Male had 16 kinderen uit twee huwelijken. Het opnemen van 15 missen wijst echter niet op gebruik binnen de kring van familie of bekenden. Wellicht was van Male in de eerste plaats een geïnteresseerde verzamelaar die het bezit van een collectie nastreefde die hij door middel van zijn illustraties ook een persoonlijk karakter kon geven
Van Male overleed op de voor die tijd uitzonderlijk hoge leeftijd van 97 jaar. Het liedboek moet daarna enkele andere onbekende eigenaren hebben gekend. Het kwam daarna in het bezit van de abdij van het Heilig Graf in Cambrai. Tijdens de Franse Revolutie werd het liedboek geconfisqueerd en het eigendom van de bibliotheek van Cambrai. Het wordt nu bewaard in de Médiathèque d'agglomération de Cambrai.
Selectie
Er zijn ongeveer 1200 illustraties in het liedboek. Hieronder een kleine selectie.
Titelblad van het stemboek voor de zangstem van de superius
Titelblad van het stemboek voor de zanɟgstem van de contratenor
Illustratie in een initiaal E
Illustratie in een initiaal A
Illustratie in een initiaal K
Illustratie in een initiaal K
Illustratie in een initiaal K
Illustratie in een initiaal B
Illustratie in een initiaal L
Illustratie in een initiaal A. Eva geeft de verboden vrucht aan Adam.
Schildering in een initiaal Q. Het Hof van Eden
Illustratie onder de muzieknotatie
Illustratie in het stemboek van de zangstem superius
Een kwakzalver behandelt een patiënt terwijl een zakkenroller een van de toeschouwers berooft.
- Bossuyt, Ignace (1994) De Vlaamse polyfonie, Davidsfonds/Leuven
- Roelvink, Veronique (2015) Description of the sources in Gheerkin de Hondt. A singer-composer in the Sixteenth-Century Low Countries.
- Burn, David J. (2023) Central and Peripheral MusicalTraditions in the Low Countries in the Earlier Sixteenth Century The Journal of the Alamire Foundation.
- Gabriels, Nele (2010) Nu sullen wy een liedeken hebben! Het Liedboek van Zeghere van Male – burgerlijk muzikaal vertier ca. 1540