Levin M. Lewis

Levin Major Lewis
Levin M. Lewis
Geboren 6 januari 1832
Baltimore, Maryland
Overleden 28 mei 1886
Los Angeles, Californië
Rustplaats Greenwood Cemetery
Dallas, Texas
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1865 (CSA)
Rang kolonel (CSA)

brigadegeneraal (CSA)

Bevel 16th Missouri Infantry Regiment
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Ander werk advocaat, journalist en diplomaat

Levin Major Lewis (Baltimore, 6 januari 1832Los Angeles, 28 mei 1886) was een Amerikaans advocaat, dominee en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van kolonel in het Confederate States Army. Hij werd bevorderd tot brigadegeneraal door generaal Edmund Kirby Smith toen de oorlog bijna voorbij was. Zijn benoeming werd nooit officieel goedgekeurd door de Zuidelijke senaat of president Jefferson Davis.[1]

Vroege jaren

Levin M. Lewis werd geboren op 6 januari 1832 in Baltimore, Maryland.[2][3] Hij was de zoon van John Kendall Lewis en Mary Jones. Zijn ouders hadden een plantage in Dorchester County, Maryland. Levin Lewis verloor zijn vader op jonge leeftijd en werd opgevoed door zijn oom.[2]

Lewis liep in 1843 school in Washington D.C. en volgde daarna een militaire opleiding aan de Maryland Military Academy. Het vervolgde zijn studies aan de Wesleyan University in Middletown, Connecticut[2][3] en studeerde rechten. In 1854 of 1855 vestigde hij zich in Missouri waar hij aan de slag ging als advocaat. Zeer snel zou hij de advocatuur vaarwel zeggen en dominee worden. Tussen 1856 en 1859 werd hij directeur van de Plattsburg College.[2][3] Hij huwde met Margaret Barrow.[4]

Amerikaanse Burgeroorlog

Lewis nam bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog dienst in de pro-Zuidelijke Missouri State Guard. Hij werd verkozen tot kapitein in een compagnie die hij zelf gerekruteerd had.[2][3] In april 1861 werd Lewis verkozen tot kolonel van het 3rd Cavalry Regiment in de 5th Division van de Missouri State Guard.[2][3][5] Begin maart 1862 was hij werkzaam als aide-de-camp van generaal-majoor Earl Van Dorn.[3]

Op 18 juni 1862 werd Lewis verkozen tot kapitein in het 7th Missouri Infantry Regiment van het Confederate States Army.[2][3] Hij nam deel aan de Slag bij Lone Jack op 16 augustus en raakte vier keer gewond tijdens dezelfde slag.[2][6]

Na de slag werd zijn regiment ontbonden. Lewis werd majoor in het 16th Missouri Infantry Regiment.[2][3][5] Hij werd op 4 december 1862 bevorderd tot luitenant-kolonel. Drie dagen later, op 7 december, werd zijn regiment ingezet tijdens de Slag bij Prairie Grove.[2] Lewis werd in maart 1863 bevorderd tot kolonel.[3][2]

Tijdens de aanval op het Noordelijke garnizoen in Helena in Arkansas raakte Lewis gewond. De Zuidelijke aanval mislukte en hij werd gevangen genomen.[2][3] Hij werd opgesloten op Johnson's Island in het Eriemeer en vrijgelaten na een gevangenenruil in september 1864.[2][3] Lewis reisde via Virginia, waar hij een benoeming tot senator weigerde, om zich opnieuw aan te sluiten bij zijn regiment.[2]

Zijn regiment werd ingezet in het Trans-Mississippi Departement. Toen de hoofdstad al gevallen was en de regering en president Davis reeds op de vlucht waren, bevorderde generaal Edmund Kirby Smith Lewis op 16 mei 1865 tot brigadegeneraal. Deze benoeming werd officieel nooit goedgekeurd.[7] Lewis gaf zich samen met de resterende eenheden in het Departement van Smith over op 26 mei 1865.[2]

Later jaren

Na de oorlog nam Lewis zijn functie als dominee in de Methodische kerk opnieuw op. Hij werkte in Shreveport, Louisiana, Galveston, Texas en Saint Louis, Missouri.[2][3] Hij werd voorzitter van de Arcadia Female College in Missouri tussen 1870 en 1873, tussen 1874 en 1878 van de Female College in Arkansas en van Marvin College in Waxahachie, Texas in 1880.[2][3] Lewis werd professor en de eerste voorzitter van de faculteit Engels aan de Texas A&M University in 1878 en 1879.[2][3] In 1884 verliet hij Waxahachie om dominee te worden aan de First Methodist Church in Dallas, Texas.[2]

Levin M. Lewis overleed op 28 mei 1886 in Los Angeles, Californië waar hij een kuur volgde voor zijn gezondheid.[2][3] Zijn stoffelijk overschot werd begraven op de Greenwood Cemetery in Dallas, Texas.[2][3]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog zonder officiële bevestiging (Confederatie)