Lester Albert Trimble
| Lester Albert Trimble | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Lester Trimble omstreeks 1966 | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Lester Albert Trimble | |||
| Geboortedatum | 29 augustus 1923 | |||
| Overlijdensdatum | 31 december 1986 | |||
| Land | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Carnegie Mellon-universiteit | |||
| Werk | ||||
| Genre(s) | symfonische muziek, HaFaBramuziek | |||
| Beroep(en) | componist, muziekpedagoog en muziekcriticus | |||
| Instrument(en) | viool | |||
| (en) Discogs-profiel (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Lester Albert Trimble (Bangor (Wisconsin), 29 augustus 1923 – New York, 31 december 1986) was een Amerikaans componist, muziekpedagoog en muziekcriticus.
Levensloop
Trimble groeide op in Milwaukee en begon met vioolles op 9-jarige leeftijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde hij bij de United States Air Force Band. Na de oorlog deed hij zijn studie bij Nikolai Lwowitsj Lopatnikoff aan de Carnegie-Mellon Universiteit, in Pittsburgh. Eveneens was hij concertmeester van het symfonieorkest van het conservatorium. Aan het Berkshire Music Center in Tanglewood was hij leerling van Darius Milhaud en Aaron Copland. Van 1950 tot 1952 studeerde hij eveneens bij Darius Milhaud, Arthur Honegger en Nadia Boulanger aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs.
In 1952 terug van Parijs woonde hij in New York en was muziekcriticus bij de New York Herald-Tribune en bij The Nation. Daarna werd hij docent en later professor voor compositie aan de Universiteit van Maryland. In 1964 was hij onderscheiden als Guggenheim Fellow voor compositie. In 1968 was hij werkzaam aan het Columbia-Princeton Electronic Music Center. Vanaf 1971 was hij professor aan de bekende Juilliard School of Music en later ook van het City College van de City University of New York (CUNY).
Als componist schreef hij voor verschillende genres. Hij werd onderscheiden met prijzen en beurzen van Koussevitzky Foundation Commission, met de Thorne Foundation Fellowship, met een prijs en een benoeming van de American Academy and Institute of Arts and Letters en van MacDowell Colony and Yaddo. Hij was de eerste composer-in-residence bij het New York Philharmonic Orchestra onder Leonard Bernstein tijdens de concert saison 1967-1968.
Composities
Werken voor orkest
- 1951: Symphony in Two Movements
- 1963: Five Episodes, voor orkest
- 1965: Concerto, voor fluit, hobo, klarinet en fagot met strijkorkest
- 1968: Symfonie Nr. 2
- 1968: Duo concertante, voor twee violen en orkest
- 1968: Sonic Landscape, voor orkest
- 1969: Notturno, voor strijkorkest
- 1974: Panels IV, voor 16 instrumentalisten
- 1978: Concerto, voor klavecimbel en orkest (opgedragen aan: Elaine Comparone)
- 1981: Concerto, voor viool en orkest
- 1983: Panels, voor orkest
- 1984: Processional Music
- 1985-1986: Symfonie No. 3 "The Tricentennial"
- Duo, voor orkest
- Pittsburgh Closing Piece, voor orkest
- Sinfonic, voor orkest
Werken voor harmonieorkest
Werken voor koor
- 1967: A Cradle Song from "Songs of Innocence", voor gemengd koor en orgel - tekst: William Blake
- Allas, myn hertes queene, voor mannenkoor - tekst: Geoffrey Chaucer
Vocale muziek
- 1958: Four fragments from the "Canterbury Tales", voor sopraan, fluit, klarinet en klavecimbel - tekst: Geoffrey Chaucer
- Prologue
- A knyght
- A yong squier
- The wyf of biside Bathe
- 1969: Petit concert, voor mezzo-sopraan, viool, hobo en klavecimbel
- 1969: The mistress of Bernal Francés, Spaanse ballade voor solozang en piano - tekst: W. S. Merwin
- 1972: A Whitman's birthday broadcast with static, voor zang en piano - tekst: Frank O'Hara
- Early mornings, 4 liederen voor sopraan en piano - tekst: May Swenson
- By Morning
- At Breakfast
- Early Morning: Cape Cod
- The Exchange
- Fragments G, voor solozang en instrumentaal-ensemble
- In Praise of Diplomacy and Common Sense, voor mezzo-sopraan en instrumentaal-ensemble
Kamermuziek
- 1950: Strijkkwartet Nr. 1
- 1955: Strijkkwartet Nr. 2 "Pastorale"
- 1968: Duo, voor altviool en piano
- 1969-1970: Panels I pour 11 instruments (fluit, saxofoon, elektrisch piano, elektrisch orgel, elektrisch gitaar, viool, altviool, cello)
- 1972: Panels II, voor fluit, klarinet (soms: 2 klarinetten), trompet, trombone, elektrische gitaar, 2 altviolen, cello, contrabas (soms: 2 contrabassen), slagwerk (2 spelers)
- 1975: Strijkkwartet Nr. 3 - Panels V
- 1976: Serenade - Panels VII, voor altviool en piano
- Panels III, voor zes spelers (klavecimbel, harp, slagwerk, viool, altviool, cello)
Werken voor slagwerk
- 1975: Quadraphonics - Panels VI, voor slagwerk-kwartet
Publicaties
- Lester Albert Trimble, Irving Lowens, Donald C. Johns, John S. Weissmann: Current Chronicle in: The Musical Quarterly, Vol. 43, No. 1 (Jan., 1957), pp. 90-110
Bibliografie
- J. Robijns, Miep Zijlstra: Algemene muziek enciclopedie, Haarlem: De Haan, 1979-1984, ISBN 978-9022849309
- Bonlyn G. Hall, Bonnie Hedges: Twentieth-century composers in the Chesapeake region - A bio-bibliography and guide to library holdings, Richmond, Virginia: Chesapeake Chapter Music Library Association, 1994, 168 p.
- H. Wiley Hitchcock, Stanley Sadie: The new Grove dictionary of American music, New York, N.Y. : Grove's Dictionaries of Music, 2002, 4 volumes, 2736 p., ISBN 978-0943818368
- Jaques Cattell Press: Who's who in American music : classical, First edition, New York: R. R. Bowker, 1983, 1000 p., ISBN 978-0835217255
- E. Ruth Anderson: Contemporary American composers - A biographical dictionary, Second edition, Boston: G. K. Hall, 1982, 578 p., ISBN 978-0816182237
- David Ewen: Composers since 1900 - A biographical and critical guide, First supplement, New York: H. W. Wilson Company, 1981, 328 p., ISBN 978-0824206642
