Léon Delafosse


Léon Delafosse (Parijs, 8 januari 1874 - Monte Carlo (Monaco), 4 augustus 1951) was een Frans componist en pianist. Hij is vooral bekend geworden om buitenmuzikale redenen: als mogelijk model voor het personage Charles Morel in de romancyclus À la recherche du temps perdu van Marcel Proust[2] en door het portret dat John Singer Sargent van hem schilderde. Als vertolker van pianomuziek werd hij geprezen, maar de muziek die hij zelf schreef wordt vrijwel niet meer uitgevoerd.
Biografie
De homoseksuele Delafosse was van eenvoudige komaf. Hij werd leerling van Antonin Marmontel aan het Conservatoire de Paris. Op zevenjarige leeftijd gaf hij zijn eerste recital en zes jaar later won hij de eerste prijs op het Conservatoire. Vervolgens werd hij een vaste gast in de literaire salons als protegé van de dichter Robert de Montesquiou, gravin Pauline von Metternich en gravin Anna de Noailles (ook bekend als prinses Bassaraba de Brancovan).
Hij gaf recitals en schreef ook zelf composities voor piano. In 1896 gaf Delafosse in Londen een serie concerten. Met Gabriel Fauré samen voerde hij in St James's Hall eigen werk voor twee piano's uit. Met de beroemde Belgische violist Eugène Ysaÿe speelde hij onder meer Beethovens Kreutzer-sonate.[3] Later begeleidde hij in Londen ook Sarah Bernhardt.
In de jaren 1890 schilderde John Singer Sargent het Portret van Léon Delafosse.[1] Sargent bewonderde zijn pianospel, vooral in muziek van Fauré, van wie hij premières had gebracht. Hij droeg ook het schilderij Le Grand Canal de Venise aan hem op, met de inscriptie "à Léon Delafosse en toute admiration et amitié (aan Léon Delafosse in alle bewondering en vriendschap)". In brieven aan de kunstverzamelaarster Isabella Stewart Gardner in Boston beval Sargent een ontmoeting aan met de pianist vanwege het virtuoze pianospel, maar ook vanwege diens eigen composities.
Claude Debussy gaf te kennen dat Delafosse zijn muziek anders speelde dan hij bedoeld had, maar dat hij dit vooral moest blijven doen.[4] In 1894 kwam hij in contact met de schrijver Marcel Proust,[5] die hem L'Ange ("de engel") noemde. Delafosse droeg composities op aan zowel Montesquiou als Proust. Beide schrijvers distantieerden zich later van hem, waardoor hij niet meer welkom was in de Parijse literaire salons. Montesquiou brak met hem in 1897, noemde hem een opportunist en beschreef hem in een artikel als L’Enfant gâté ("Het verwende kind").[4]
Toen een vriend voorstelde bij Proust thuis een concert te organiseren, antwoordde deze dat alles goed was, maar dat hij één persoon liever niet zag: "M. Delafosse, qu'il me serait peu agréable d'avoir chez moi (Meneer Delafosse, van wie ik het weinig aangenaam zal vinden hem te ontvangen)". Toch zat Delafosse in 1922, een half jaar voor Prousts dood, op uitnodiging als vriend van Proust, aan bij een diner met onder anderen Igor Stravinsky, Sergej Diaghilev, Pablo Picasso, James Joyce en Proust ter gelegenheid van de première van Stravinsky's Renard bij de Ballets Russes.[4]
Composities
- Les chauves-souris (1895), zes liederen met piano
- Soirs d'amour (1896), zes liederen met piano
- Quintette des fleurs (1896), vijf liederen met piano
- Concerto (1898) voor piano en orkest
- Nocturne in G-majeur (1900)
- Fantaisie (1900) voor piano en orkest (ook versie voor twee piano's)
- Six Études de concert (1902)
- Prélude in c-mineur (1910)
- Valse (1910)
- Arabesques (1910), vijf pianostukken
- Barcarolle n° 2 (1911)
- Offrandes (1912), zes pianostukken
- 20 Préludes
- Mandolines à la Passante
- Cinq Fantaisies
- Konzertstück voor piano en orkest
- Symphonie Pianistique (1937)
Externe link
- 1 2 Richard Ormond, Elaine Kilmurray, John Singer Sargent. Portraits of the 1890s. New Haven, 2002, p. 105-106 (catalogusnummer 322).
- ↑ Naast Delafosse zijn ook de musicus Pétain en Prousts assistent Henri Rochat geopperd als model voor Charles Morel. Zie Proust, ses personnages. A la recherche du temps perdu. Morel (Charles)
- ↑ Léon Delafosse Concert Setlists & Tour Dates
- 1 2 3 Charles Timbrell, Léon Delafosse of the Belle Époque, G&LR, september-oktober 2025
- ↑ Annick Bouillaguet, Brian G. Rogers (red.), Dictionnaire Marcel Proust. Paris, Honoré Champion, Paris, 2004, pp. 293-294.