Leidse Katoenmaatschappij
De Leidse Katoenmaatschappij was van 1836 tot 1936 gevestigd op een terrein tussen de Herengracht en de Zijlsingel in de Nederlandse stad Leiden. Op een deel van het voormalige fabrieksterrein aan de Zijlsingel is nu het Katoenpark aangelegd.
De oorsprong van de Leidsche Katoenmaatschappij gaat terug tot 1756, toen in het Belgische Lier bij Antwerpen onder de naam De Heyder en Co een katoendrukkerij werd opgericht. In 1835 werden de activiteiten verplaatst naar Leiden. De eigenaar, Van den Berghe, bleef in Lier wonen en vertrouwde de zaken aan twee zaakgelastigden toen. Na het overlijden van de laatst overgeblevene, tien jaar later, verkocht hij het bedrijf aan Johan Hendrik Driessen en zijn zwager Ignatius van Wensen. Zo kwam de onderneming in handen van de fabrikantenfamilie Driessen. Louis (Peter Ludwig Carl) Driessen (Bocholt, 1 maart 1823 - Leiden, 28 november 1904) werd directeur en mede-eigenaar.[1] De katoendrukkerij was toen een van de weinige grootbedrijven waar veel kinderarbeid plaatsvond wat ze een slechte naam bezorgde. Veel jongens begonnen hun beroepsarbeid als hulp voor de handdrukkers, soms al op zesjarige leeftijd. In 1887 werd de zaak formeel in een nv omgezet maar het bleef een familiebedrijf met als oprichters/deelnemers: Peter Ludwig Carl (Louis) Driessen, fabrikant en lid van den gemeenteraad van Leiden; Pierre Theodore Christiaan (Pierre) Driessen, eveneens fabrikant te Leiden, mr. Bernard Herman Maria Driessen, wethouder te Amsterdam; Bernard Eduard Johann (Eduard) Driessen, wethouder te Aalten, Gerhard Ferdinand Johann (Ferdinand) Driessen te Coesfeld; Auguste Hooreman, fabrikant, te Gent (echtgenoot van Maria Elisabeth Carolina Julia Driessen), Marie Henriette Pauline Kleyn te Amsterdam, weduwe van Willem August Driessen. Vervolgens namen de zonen van Louis, Felix H.A. Driessen (1855-1936) en Carl Theodoor Driessen (1858-1936), geleidelijk de leiding van hun vader over. Felix maakte ook naam als colorist, d.w.z. als deskundige wat betreft de vervaardiging en toepassing van verfstoffen en kleuren.[2][3][4]
Teruggang
Het bedrijf herstelde van een blikseminslag die de schoorsteen en de weverij trof (1888) en een grote brand die de drukkerij in de as legde (1898). De bedrijfsleiding bleef bij de tijd, onder meer door de elektrificatie van de drukkerij in 1896.[5] Rond 1900 was de Leidsche Katoenmaatschappij de grootste fabriek in Leiden[6], met eind 1905 904 en rond 1910 circa 730 werklieden.[7]
Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond gebrek aan grondstoffen en viel een deel van de export weg. Het bedrijf heroriënteerde zich op de binnenlandse markt. De crisis van 1929 werd echter fataal. Het aantal werknemers daalde van duizend naar vijfhonderd. In 1934 werd het werk stilgelegd en twee jaar later werd het bedrijf geliquideerd en werden de fabrieksgebouwen gesloopt. Het bedrijf ging niet failliet, de obligaties konden nog worden uitbetaald en de preferente aandelen gedeeltelijk. In 1938 werd de nv formeel ontbonden.
In Museum De Lakenhal bevinden zich sindsdien grote aantallen stalen en stalenboeken die vroeger dienden om de klanten een keuze te laten maken uit de verschillende stofontwerpen. In het TextielMuseum (Tilburg) bevinden zich stalenboeken die gemaakt zijn tijdens de leerperiode van verschillende medewerkers van de Leidsche Katoenmaatschappij. De medewerkers, waaronder leden van de familie Driessen reisden naar verschillende West-Europese textieldrukkers om het vak daar te leren. Daarnaast zijn in het TextielMuseum de laboratoriumboeken van de Leidsche Katoenmaatschappij aanwezig. In de laboratoriumboeken werden de proeven voor het verf- en drukproces vastgelegd, inclusief de fouten.
Louis (Peter Ludwig Carl) Driessen- Felix H.A. Driessen
- Gedenkdoek Leidsche Katoen Maatschappij
Naambordje
- Felix Hendrik August Driessen, Handelingen en Levensberichten door Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden
- Felix Hendrik August Driessen, Handelingen en levensberichten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1942-1943. E.J. Brill, Leiden 1944
- Eeuwenoude motieven, verrassend eigentijds, Trouw, 29 november 2011
- Stalenboeken en globalisering, TextielMuseum, 3 april 2018
- ↑ Peter Ludwig Carl [Louis Driessen], Het Leidse Pluche, 2007, Vereniging Jan van Hout
- ↑ Werkplaatsen van wetenschap en techniek: industriële en academische laboratoria in Nederland 1860-1940, geredigeerd door Robert Paul Willem Visser
- ↑ Coloristen en laboratoria. De ontwikkeling van het coloristische werk in de Nederlandse textielveredelingsindustrie, G. Verbong, Tsch.Gesch.Gnk.Natuurw.Wisk.Techn. 9 (1986) 4
- ↑ Danielle, VVDW#48: Leidsche Katoenmaatschappij (voorheen De Heyder en Co.). www.erfgoedleiden.nl. Gearchiveerd op 13 augustus 2020. Geraadpleegd op 14 april 2020.
- ↑ Groeneveld, G (4 januari 1896). Electrische krachtsoverbrenging in katoendrukkerijen.. De Ingenieur 11
- ↑ n, n (15 mei 1905). dekens en katoentjes. Tijdschrift der Maatschappij van Nijverheid 72
- ↑ Van der Waerden, Th (1911). Geschooldheid en techniek, p. 158-162.