Legionellaramp

Legionellaramp
Legionella pneumophila-bacterie
Plaats Bovenkarspel
Coördinaten 52° 42 NB, 5° 15 OL
Datum 25 februari 1999
Locatie Westfriese Flora
Ramptype legionellose-uitbraak
Oorzaak besmet water uit een brandslang gebruikt in bubbelbaden
Doden 32 vastgesteld
Slachtoffers 318
Legionellaramp (Nederland)
Legionellaramp
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Legionellaramp begon op 25 februari 1999 in Bovenkarspel (West-Friesland, Noord-Holland), en was een van de grootste uitbraken van de veteranenziekte in de geschiedenis.[1] Met 32 doden en 206 ernstig zieken was het de ernstigste uitbraak sinds de oorspronkelijke naamgevende uitbraak tijdens een conferentie van de veteranenorganisatie American Legion (Amerikaans Legioen) in Philadelphia, VS in 1976.

Verloop

Tussen 19 en 28 februari vond de Westfriese Flora plaats in Bovenkarspel, destijds een van de grootste overdekte bloemententoonstellingen in de wereld. In hal 3 stonden diverse bubbelbaden tentoongesteld, een daarvan was gevuld met een brandslang die al lange tijd niet gebruikt was geweest. In het stilstaande water in de slang had zich een zeer agressieve variant van de legionella pneumophila-bacterie ontwikkeld. De verkoper van de bubbelbaden had geen chloor in de baden gedaan omdat er toch niemand in mocht plaatsnemen.

Vanaf 7 maart werden er dertien patiënten opgenomen in het Westfries Gasthuis in Hoorn. Omdat men geen diagnose kon stellen, had het ziekenhuis de hulp ingeroepen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Het AMC stelde bij zes patiënten vast dat zij veteranenziekte hadden opgelopen en er werd spoedig een link gelegd met de Westfriese Flora.

Op 12 maart werd er door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een epidemiewaarschuwing aan alle huisartsen en ziekenhuizen uitgegeven, waarin ze werd gevraagd om alert te zijn op bezoekers van de Flora en mensen met op longontstekingen lijkende aandoeningen.

In de volgende weken werden er 318 gevallen uit heel Nederland aan het RIVM gerapporteerd. Alle patiënten hadden de Westfriese Flora bezocht na 22 februari en waren ziek geworden tussen 25 februari en 16 maart. Het is vastgesteld dat 32 mensen overleden aan de legionella-infectie, een van hen in 2001 na een langdurig ziekbed. Verder werden 206 mensen ernstig ziek en veel van hen kregen permanente gezondheidsproblemen na hun bezoek aan de Flora.

Er is een kans dat er meer mensen stierven aan de veteranenziekte maar dat zij begraven waren voordat de infectie was herkend.

Nasleep

Juridische afwikkeling

De juridische nasleep van de ramp was langdurig en complex. In 2005 stelde het Openbaar Ministerie drie personen strafrechtelijk verantwoordelijk: twee medewerkers van het bedrijf dat de besmette bubbelbaden had geleverd, en een organisator van de beurs. In 2007 oordeelde de rechtbank in Alkmaar echter dat geen van de verdachten strafrechtelijk vervolgd kon worden voor grove nalatigheid wegens gebrek aan bewijs. De zaak leidde tot maatschappelijke discussie over aansprakelijkheid bij gezondheidsincidenten.

Slachtofferhulp en schadevergoeding

De slachtoffers of nabestaanden van de overledenen werden bijgestaan door onder andere Slachtofferhulp Nederland. Een deel van de getroffen personen kreeg een schadevergoeding, deels via civiele procedures. De afwikkeling werd als moeizaam ervaren, mede door het ontbreken van duidelijke richtlijnen voor aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.

Beleidswijzigingen en regelgeving

De ramp leidde tot ingrijpende veranderingen in de Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van legionellapreventie. Exploitanten van installaties met warm water, zoals whirlpools, natte koeltorens en douches, werden verplicht om risicoanalyses en beheersplannen op te stellen. De controle op waterinstallaties in openbare gebouwen, zoals ziekenhuizen, sportaccommodaties en hotels, werd aanzienlijk verscherpt.

In 2001 trad het Besluit legionellapreventie in drinkwater in werking. Daarnaast werden de richtlijnen voor installateurs en beheerders van drinkwaterinstallaties aangepast via normen zoals NEN 1006 en BRL-K14010.

Gezondheidszorg en signalering

De ramp was een wake-upcall voor de publieke gezondheidszorg. Het duurde aanvankelijk enkele dagen voordat werd vastgesteld dat het om een legionella-uitbraak ging. Diagnostische protocollen bij vermoedelijke uitbraken werden aangescherpt, en de meldplicht voor legionellose werd versterkt. Artsen en GGD’s kregen aanvullende scholing in de herkenning van infectieziekten met een mogelijk milieugerelateerde bron.

De ramp droeg bij aan de oprichting van het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziektebestrijding (LCI) bij het RIVM, dat moet zorgen voor een snellere en effectievere coördinatie bij toekomstige infectieziekte-uitbraken.

Herdenking en maatschappelijke impact

De Legionellaramp liet diepe sporen na in de regio West-Friesland. Jaarlijks wordt stilgestaan bij de slachtoffers, onder andere via herdenkingsbijeenkomsten. De gebeurtenis wordt in Nederland beschouwd als een van de ernstigste publieke gezondheidsincidenten van de 20e eeuw, en wordt nog steeds gebruikt als voorbeeld in opleidingen voor infectieziektebestrijding, crisismanagement en milieukunde.

Op 12 maart 2009 heeft in de Sint Martinuskerk in Bovenkarspel een herdenking van de ramp van 1999 plaatsgevonden, georganiseerd door de Stichting Veteranenziekte. Tijdens de herdenking werd een boek over de ramp overhandigd aan de directeur-generaal van VWS als de plaatsvervanger van Ab Klink, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), waarin herinneringen zijn opgetekend van mensen die besmet zijn geraakt met de legionellabacterie. Onder de aanwezigen was ook Klinks voorganger Els Borst, in 1999 minister van VWS.