Frambozentakgalmug
| Frambozentakgalmug | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Lasioptera rubi (Schrank, 1803) | ||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||
| Frambozentakgalmug op | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De frambozentakgalmug (Lasioptera rubi) is een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).[1] De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1803 door Schrank.
Kenmerken
De muggen worden ongeveer twee millimeter lang, hebben een kleine kop en grote zwarte ogen. Hun lichaam is bruin, aan het achterlijf ook zwart, en heeft zilverkleurige dwarsstrepen. Op de vleugeladeren bevinden zich donkere schubben. De larven zijn ongeveer twee tot drie millimeter lang, oranje-rood met lichte inkervingen rondom het lichaam. De pop is eveneens oranje-rood en twee millimeter lang.
Levenswijze
De muggen leggen in mei eieren in groepjes van ongeveer 15 stuks aan knoppen en jonge scheuten van frambozen en bramen. Na ongeveer tien dagen komen de larven uit, die zich in de scheuten boren en daar de typische gallen veroorzaken. De larven overwinteren in de gallen en verpoppen zich daar in april. Twee tot drie weken later komen de volwassen insecten tevoorschijn. Vaak komen de muggen ook voor in wilde braamstruiken.
Symptomen
De larven van de frambozengalmug boren zich in de stengels en stimuleren deze tot de vorming van een gal. De aangetaste stengels zijn in groei en opbrengst verminderd of sterven boven de gal volledig af.
Natuurlijke vijanden
De larven van de frambozengalmug worden geparasiteerd door verschillende sluipwespen (Chalcidoidea) uit de geslachten Eupelmus en Torymus.
Foto's

Gal
