Laniatores
Laniatores is een onderorde van geleedpotigen binnen de orde der hooiwagens (Opiliones), behorend tot de klasse van de spinachtigen (Arachnida). De groep omvat duizenden soorten die wereldwijd voorkomen, vooral in tropische en subtropische gebieden. Hoewel ze uiterlijk vaak op echte spinnen lijken, verschillen ze anatomisch sterk daarvan.
Kenmerken
Laniatores onderscheiden zich door hun robuuste lichaamsbouw en vaak stekelige poten. Hun lichaam is meestal compact, met een duidelijk samengevoegd prosoma (kopborststuk) en opisthosoma (achterlijf), waardoor het lijkt alsof ze één geheel vormen.
Andere kenmerken:
- Ze bezitten acht poten, waarvan het tweede paar vaak dient als tastorgaan.
- Hun cheliceren (kaken) zijn krachtig en worden gebruikt om prooi vast te grijpen of om zichzelf te verdedigen.
- De meeste soorten hebben geen gifklieren en produceren geen zijde, in tegenstelling tot echte spinnen.
- Veel Laniatores vertonen camouflagekleuren of pantserachtige platen ter bescherming
Leefwijze
Laniatores zijn voornamelijk nachtactief en houden zich overdag schuil onder stenen, schors, of in bladafval. Ze voeden zich met kleine insecten, wormen en plantaardig materiaal.
Hun gedrag is vaak territoriaal en sommige soorten kunnen een afweerachtige geurstof afscheiden om roofdieren af te schrikken
Voortplanting
De mannetjes bezitten gespecialiseerde aanhangsels waarmee ze het sperma rechtstreeks aan het vrouwtje overdragen. De eieren worden meestal in vochtige grond of onder bladeren gelegd.
De jonge hooiwagens lijken al sterk op de volwassen dieren en ondergaan enkel enkele vervellingen voordat ze volwassen worden.
Verspreiding
Laniatores komen wereldwijd voor, met de grootste diversiteit in Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië, Afrika en op eilanden in de Stille Oceaan. In Europa is het aantal soorten beperkt en vaak minder opvallend qua uiterlijk.
Wetenschappelijk belang
Door hun diversiteit en verspreiding worden Laniatores vaak gebruikt in studies naar evolutie, ecologie en biogeografie. Ze zijn bovendien indicatoren voor de gezondheid van ecosystemen, omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in vochtigheid en temperatuur.