Lamprofier

Monchiquiet (een soort lamprofier) in een gangintrusie ten zuiden van Wawa, Ontario (Canada). Dit gesteente is rond de 1078 miljoen jaar oud (Mesoproterozoïcum).
Een dike van lamprofier uit het Perm (zwart) doorsnijdt Devonische zandsteen (beige) van de Upper Stromness Flagstone Formation, bij Birsay op Mainland, Orkneyeilanden (Schotland).

Lamprofier is een porfiritisch soort stollingsgesteente waarin de fenocrysten mafische mineralen zijn. Lamprofier is meestal redelijk donker van kleur en mafisch en alkalirijk van samenstelling (met name rijk in kalium). De ontstaanswijze is vrijwel altijd als ganggesteente. Het komt meestal voor in dikes.

Eigenschappen

Lamprofier bestaat voor een belangrijk deel uit donkere, ijzer- en magnesiumrijke mica (biotiet of flogopiet), amfibool (vooral hoornblende) en vaak clinopyroxeen (met name augiet). Het kan daarnaast ook olivijn, meliliet en magnetiet bevatten. De fenocrysten bestaan alleen uit deze mafische mineralen. Lamprofier kan ook kaliveldspaat of veldspaatvervangers bevatten, maar alleen als onderdeel van de fijnkorrelige grondmassa. De grondmassa kan soms een aandeel glas bevatten.

Hoewel lamprofier meestal in dikes voorkomt zijn enkele uitzonderingen bekend waarbij het een extrusieve aard heeft (in lavastromen) en mogelijk in kleine plutonen.[1] Als dikes zijn lamprofieren vaak geïntrudeerd in grotere tonaliet- of granodiorietintrusies. Waarschijnlijk hebben deze een gerelateerde oorsprong. Lamprofier komt vaak voor bij continentale subductiezones.

Ontstaan

Waarschijnlijk kan lamprofier op meerdere manieren ontstaan. Het grote aandeel mica en andere gehydrateerde mineralen wijst op kristallisatie onder aanwezigheid van water. Vaak komen in de kristallen zonering en reactieranden voor, wat erop duidt dat de kristallisatie niet onder chemisch evenwicht verliep. De chemische samenstelling wijst op partieel smelten in de verarmde bovenmantel. Een mogelijke bron van zulk magma is de verarmde mantelwig onder een subductiezone. Door smelten van de subducerende oceanische lithosfeer kan de mantelwig verrijkt worden in vluchtige componenten.

Indeling

In de IUGS-classificatie vormt lamprofier een speciale groep die apart wordt ingedeeld.

Soorten lamprofier zijn:

  • minette: dit gesteente heeft biotiet en clinopyroxeen als fenocrysten en een grondmassa met meer kaliveldspaat (orthoklaas) dan plagioklaas, het bevat geen veldspaatvervangers;
  • vogesiet: de fenocrysten zijn hoornblende of clinopyroxeen en de grondmassa is rijker in kaliveldspaat, het bevat geen veldspaatvervangers;
  • kersantiet: de fenocrysten zijn biotiet en de grondmassa bevat meer plagioklaas dan kaliveldspaat, het bevat geen veldspaatvervangers;
  • spessartiet: de fenocrysten zijn amfibool of pyroxeen en de grondmassa is rijk in plagioklaas, het bevat geen veldspaatvervangers;
  • sannaiet: bevat meer kaliveldspaat dan plagioklaas en meer veldspaat dan veldspaatvervangers;
  • camptoniet: bevat meer plagioklaas dan kaliveldspaat en meer veldspaat dan veldspaatvervangers;
  • monchiquiet: heeft amfiboolfenocrysten en bevat geen veldspaat, wel veldspaatvervangers;
  • fourchiet: de fenocrysten zijn amfibolen, en het bevat geen veldspaat of olivijn;
  • alnöiet, polzeniet: types meliliethoudend gesteente die vroeger als lamprofier werden gezien.