Kruimeltje (boek)

Kruimeltje is een jeugdboek uit 1923 van de Nederlandse schrijver Chris van Abkoude. Het gaat over een tienjarig jongetje, dat na veel tegenslagen uiteindelijk zijn ouders weer terugvindt. Het boek is vele malen herdrukt en behoort samen met de Pietje Bell-verhalen tot Van Abkoudes bekendste werk.

Het verhaal

Harry Volker, een tienjarige jongen in het Rotterdam van 1916, heeft als bijnaam Kruimeltje, en zo wordt hij door iedereen meestal genoemd. Als baby is Kruimeltje door zijn moeder afgestaan aan vrouw Koster, die nu als zijn pleegmoeder fungeert. Zijn vader was toen al geëmigreerd naar de Verenigde Staten om daar een fortuin te vinden, maar is nooit teruggekomen. Zodoende is Kruimeltje geheel zonder zijn biologische ouders opgegroeid.

Vrouw Koster is een humeurige en hardvochtige vrouw die zwaar aan de drank is en Kruimeltje vooral gebruikt om geld voor haarzelf te verdienen. Kruimeltje mag vrijwel niets van haar, maar hij maakt stiekem lol door te sleeën met zijn vriendjes of stiekem zonder te betalen naar de bioscoop te gaan. Kruimeltje heeft intussen niet alleen een enorme hekel aan zijn pleegmoeder, maar ook aan zijn biologische moeder; hij is er op dat moment van overtuigd dat hij na zijn geboorte door haar in de steek is gelaten. Hij heeft voor zichzelf besloten dat hij nooit enig contact met zijn echte moeder wil. Wanneer Kruimeltje door vrouw Koster in een dronken bui op straat is gegooid, is hij het bij haar zo zat dat hij besluit elders te overnachten. Hij slaapt in een oude kist bij een kruidenierswinkel, waar hij vriendschap sluit met een zwarte hond. Kruimeltje besluit de hond Moor te noemen en de twee zijn vanaf dat moment onafscheidelijk. Verder leert Kruimeltje de kruidenier kennen, meneer Wilkes. Kruimeltje en Moor komen de eerste tijd hierna regelmatig bij Wilkes over de vloer. Ze leren elkaar steeds beter kennen.

Als vrouw Koster zelf een zak kolen uit de kelder haalt die Kruimeltje was vergeten, komt ze zeer ongelukkig ten val en breekt haar rug. Haar verwondingen zijn dusdanig zwaar dat ze niet lang meer heeft te leven. Op haar sterfbed vraagt ze Kruimeltje om vergeving voor de slechte behandeling. Kruimeltje van zijn kant voelt zich nu, ondanks alles, enorm schuldig jegens zijn pleegmoeder. Vrouw Koster overhandigt Kruimeltje een enveloppe, die pas geopend mocht worden bij haar dood. De enveloppe bevat een medaillon met daarin de foto's van Kruimeltjes vader en moeder: Harry Volker en Lize van Dien. Daarna sterft ze, en Kruimeltje beseft dat er nu helemaal niemand meer is die voor hem zorgt.

Wilkes wil Kruimeltje nu adopteren en hem naar school sturen, zodat Kruimeltje alsnog een normale opvoeding krijgt. Als Wilkes het medaillon ziet, herkent hij ineens de man die hier op de foto staat en die Kruimeltjes vader moet zijn als degene met wie hij zelf ruim tien jaar geleden in Amerika naar goud heeft gezocht. Wilkes is nu vastbesloten om Kruimeltjes vader op te sporen, zodat hij hem met zijn zoon kan verenigen. Maar dan slaat het noodlot opnieuw toe; de winkel van Wilkes brandt juist die nacht compleet af en tijdens het nachtelijk bluswerk loopt Wilkes een zware longontsteking op. Hij zweeft op het randje van de dood en moet langdurig in het ziekenhuis herstellen. Kruimeltje is zodoende voorlopig weer helemaal op zichzelf aangewezen en hij wordt nu een echt straatkind.

In de ijskoude Kerstnacht worden Kruimeltje en Moor door de koster de kerk uitgezet. Ze dreigen beiden op straat dood te vriezen, maar worden net op tijd door een politieagent gevonden en meegenomen. De politie brengt Kruimeltje naar een opvoedingsgesticht dat wordt geleid door twee adoptieouders, het echtpaar Keyzer. Vader Keyzer is een zeer autoritaire en strenge man, die geen enkele tegenspraak duldt en er niet voor terugdeinst kinderen slaag te geven. Slechts een van de kinderen in het gesticht ("Buikie") heeft het goed, omdat er voor hem betaald wordt. Bovendien staat Vader Keyzer geen honden toe en Moor wordt daarom meteen naar het asiel gebracht, waar honden na drie dagen worden vergast als niemand ze komt halen. Kruimeltje en hij hebben al direct een hevige hekel aan elkaar, en al na de eerste dag loopt Kruimeltje weg. Hij weet Moor uit het asiel te redden.

Kruimeltje en Moor vatten opnieuw hun zwervende leven op, totdat Wilkes eindelijk uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Wilkes stuurt Kruimeltje naar school, waar hij het al snel goed kan vinden met zijn nieuwe onderwijzer, meester Leentvaar. Het knaagt echter nog steeds aan Wilkes dat hij Kruimeltjes vader is kwijtgeraakt, en hij plant dan ook een nieuwe tocht naar Amerika om daar naar Harry sr. te zoeken. Omdat er niemand anders voor Kruimeltje kan zorgen tijdens Wilkes' afwezigheid zal hij terug moeten naar het gesticht van de Keyzers, al is dit zeer tegen zijn zin.

Terug in het gesticht blijkt het nog steeds niet te boteren tussen Kruimeltje en Vader Keyzer, die niet duldt dat Kruimeltje eerlijk voor zichzelf en anderen opkomt en daarbij ook nog eens vaak gelijk krijgt. De antipathie ontaardt in een persoonlijke vete tussen de twee. Uiteindelijk weet Vader Keyzer Kruimeltje valselijk te beschuldigen van diefstal tegenover meester Leentvaar, door zijn eigen beurs onder Kruimeltjes bed te leggen en te doen alsof Kruimeltje deze gestolen heeft. Wanneer meester Leentvaar bij het presenteren van het 'bewijs' Vader Keyzer blijkt te geloven, loopt Kruimeltje woedend weg. Opnieuw keert hij terug naar het leven op straat. Wanneer Vader Keyzer erachter komt dat een ander jongetje, Spijker, heeft gezien dat hij het 'bewijs' fingeerde, mishandelt Vader Keyzer hem zwaar en dreigt hem dood te slaan als Spijker iets vertelt.

Op een dag wordt Kruimeltje, na het illegaal bijwonen van een voorstelling van een beroemde pianospeelster met de artiestennaam Vera Di Borboni, door de auto van de vedette zelf aangereden. De zangeres neemt Kruimeltje en Moor in huis en verzorgt hen. Naar het gesticht hoeft Kruimeltje niet meer terug. Vader Keyzer is inmiddels opgepakt wegens de slechte behandeling van de kinderen, die bij betere pleegouders worden ondergebracht. Dan blijkt dat Vera Di Borboni Kruimeltjes eigen moeder is[1]; ze ontdekt, terwijl ze Kruimeltje verpleegt, op diens borst het medaillon met de foto's van haarzelf en haar verdwenen man. Ze besluit nog even niets te vertellen. Wanneer Kruimeltje opknapt groeit hun onderlinge band. Dan biecht ze op een dag alles aan hem op: zij en Harry leefden ten tijde van Kruimeltjes geboorte in bittere armoede. Haar man Harry vertrok naar Amerika, maar kwam nooit terug, waarop Vera zich uiteindelijk gedwongen zag om haar kind af te staan aan vrouw Koster en zelf te gaan werken. In haar muzikale carrière werd ze onverwachts succesvol en rijk, maar ze is al die tijd ongelukkig geweest omdat ze ieder spoor van haar zoon was verloren. Kruimeltje van zijn kant weet nu dat zijn moeder hem helemaal niet uit liefdeloosheid heeft afgestaan, maar omdat ze simpelweg niet anders kon. Hij besluit haar alles te vergeven.

Enkele weken later komt Wilkes terug uit Amerika samen met Kruimeltjes vader. Hij heeft de bandiet Lefty uitgeschakeld met wie hij het vroeger al aan de stok had, en daarvoor is hij rijkelijk beloond. Eindelijk heeft Kruimeltje nu dus zijn vader én moeder terug. Hij krijgt ook een brief van meester Leentvaar die inmiddels achter de waarheid is gekomen en zich diep verontschuldigt.

Achtergronden en inconsistenties

  • Het verhaal vertoont op enkele punten overeenkomsten met Een hond van Vlaanderen, een roman uit 1872 van Marie Louise de la Ramée.
  • Aan het begin van het verhaal wordt de trouwakte van Kruimeltjes ouders aangehaald, waarin staat "[...]dat Harry Volker op den Veertiende Augustus 1910 gehuwd was met Gerda van Dien". Waarom Kruimeltjes moeder verderop in het verhaal zichzelf dan Lize noemt, wordt nergens duidelijk.
  • Het blijft onduidelijk waarom Kruimeltjes moeder ieder spoor van haar zoon kwijtraakte, terwijl Kruimeltje nog gewoon inwoonde bij dezelfde pleegmoeder waar ze hem na zijn geboorte had afgegeven (een mogelijke verklaring is dat Lize van Dien geen adresgegevens van vrouw Koster had).

Kleine aanpassingen in het verhaal

In de eerdere versies van het verhaal wordt Lefty door Wilkes doodgeschoten. Bij latere herdrukken is dit stuk minder gewelddadig gemaakt en wordt Lefty niet door zijn hoofd, maar in zijn schouder geschoten.

Bewerkingen

Dick Matena maakte van het verhaal een stripversie, die eind jaren '80 in de Donald Duck verscheen. Van het boek bestaan tevens een film en een musical.