Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken
| Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
KVT-fabriek aan de Smyrnastraat te Deventer in 1997 | ||||
| Locatie | ||||
| Land van hoofdzetel | ||||
| Hoofdkantoor | Moordrecht | |||
| Industrie en producten | ||||
| Producten/ |
Deventer tapijt | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Oprichting | 1797, 1863 en 1900; 1919 | |||
| Opheffing | 1978 | |||
| Vervangt | Koninklijke Deventer Tapijtfabriek,[1] Koninklijke Tapijtfabriek Werklust, Smyrna Tapijtfabriek | |||
| Bedrijfsstructuur | ||||
| Rechtsvorm | nv | |||
| Oprichter(s) | George Birnie, Philippus Sauret, Willem Stevens, HWJ Hellebrekers | |||
| Financiën | ||||
| Sectoren | tapijtindustrie | |||
![]() | ||||
De fabriek te Moordrecht in 1925, met watertoren | ||||
![]() | ||||
KVT kalender 1920 | ||||
| ||||

Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (kortweg KVT) was een in 1919 ontstane samenbundeling van Nederlandse tapijtfabrieken met ook vestigingen in het buitenland. Aanvankelijk gevestigd in Rotterdam, vanaf 1946 te Moordrecht.
Voorgeschiedenis
Deventer
Plaatselijke besturen bestreden het pauperisme en de grote werkloosheid aan het eind van de 18e eeuw met gesubsidieerde werkverschaffing. In Deventer kwam in samenwerking met het stadsbestuur een textielbedrijf tot stand dat in 1797 onder leiding kwam van de ondernemers George Birnie en Philippus Sauret. Hun handwerkplaats die werk bood aan vijftig armen en hun kinderen hield zich onder meer bezig met de vervaardiging van eenvoudige tapijten. Volgens overlevering kwam het bedrijf van Birnie en Sauret na een geslaagd herstel van een beschadigd oosters tapijt aangebracht door de echtgenote van Rutger Jan Schimmelpenninck op het idee om soortgelijke tapijten te gaan vervaardigen. De onderneming specialiseerde zich vervolgens in Smyrnatapijten. In 1816 werkten er ruim 150 arbeiders, in 1841 226, een aantal dat de decennia daarna redelijk stabiel bleef (1860: 246). Het bedrijf aan de Nieuwstraat groeide uit tot een flinke fabriek. De onderneming liet in 1904 een nieuwe fabriek bouwen aan de toenmalige rand van de stad. De toeleidende straat kreeg de naam Smyrnastraat.[2]
Een onderdirecteur van de onderneming, Hendrikus Johannes Peters, begon in 1907 voor zichzelf en stichtte een nieuwe fabriek van mechanisch geweven tapijten met een ververij. Deze tapijtfabriek was gevestigd aan de Lange Zandstraat te Deventer.
Kralingen
In 1863 begon W. Stevens te Delft een handelsbedrijf annex weverij waar haardoek, koeharen lopers, buskruitkleden, cocoslopers en -matten vervaardigd werden. Het bedrijf werd in 1868 naar Kralingen overgeplaatst en kreeg de naam „Werklust”. Het eerste mechanische getouw, in 1873 in Engeland aangekocht en door een Engelse monteur geplaatst, gaf geen bevredigende resultaten. Na lang pogen lukte de mechanisering van het bedrijf. Vervolgens volgden spoedig meer mechanische getouwen. „Werklust” onderging uitbreiding na uitbreiding. Van 1874-1878 had Wilhelmus Stevens de Rotterdamse makelaar Joannes Antonius van Rooy als vennoot. In 1887 werd de vervaardiging van Smyrnatapijten ter hand genomen. In 1897 ontstond de handelsvennootschap onder de firma W. Stevens en Zonen tussen de grondlegger Willem Stevens en zijn zonen Gijsbertus en Henricus Antonius Stevens.[3] In 1903 werd een mattenvlechterij te Moordrecht gebouwd die in 1904 gemechaniseerd werd. In 1905 verkreeg de onderneming het predicaat koninklijk.[4] In 1913 verwierf het bedrijf octrooien voor de mechanische vervaardiging van smyrnatapijten.[5]
's-Gravenhage
Twee oud-medewerkers van de Tapijtfabriek Deventer, Van Puffelen en Tieleman, richtten in 1900 de 's-Gravenhaagsche Smyrnatapijtfabriek op. De firma, gebaseerd op handwerk, rendeerde redelijk.[6]
Fusie
De Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken te Moordrecht (KVT) werd op 25 maart 1919 opgericht, gepresenteerd als een fusie tussen de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek te Deventer, de 's-Gravenhaagsche Smyrnatapijtfabriek[7] te Den Haag en de Koninklijke Kralingsche Tapijtfabriek 'Werklust' van de firma W. Stevens & Zn. te Rotterdam maar waarbij het veruit grootste bedrijf, Stevens, de boventoon voerde. De firma Stevens bezat tevens twee fabrieken (Zuidplas en IJsselvrucht) te Moordrecht. De firma Stevens was bij de oprichting van de KVT veruit de belangrijkste fusiepartner. Het hoofdkantoor werd dan ook in Rotterdam gevestigd en de leiding kwam grotendeels in handen van de familie Stevens. Bij de oprichting kregen de drie deelnemers de bepaalde waarde van hun inbreng, de respectievelijke ondernemingen, deels in aandelen deels in geld. De firma Stevens ontving ƒ 1,25 mlj in aandelen plus ƒ 778.000, de Deventer Tapijtfabriek ƒ 372.000 plus ƒ 109.540 voor de liquidateurs en het Haagse bedrijf ƒ 100.000. De twee firmanten van Werklust, Stevens en Hellebrekers, kregen bovendien nog 300 winstbewijzen. De 's Gravenhaagsche Smyrnatapijtfabriek werd uitgekocht en direct opgeheven.
Ontwikkeling
De KVT produceerde tapijten, lopers, karpetten en matten van wol en kokos. Er waren zowel machinaal geknoopte producten (onder andere Darrab) als handgeknoopte (Smyrna, Deventer Handgeknoopt). In de loop van de jaren nam het aantal producten en ook het aantal vestigingen toe. In 1921 kwam een speciale cocosmattenfabriek te Moordrecht gereed. De KVT richtte in de jaren dertig dochtermaatschappijen op in Villiers (Fr) en Indo-China, vanwege de tariefbescherming waardoor het zeer moeilijk was in Angelsaksische landen en in Amerika te concurreren met in Nederland vervaardigde cocosproducten. KVT opende ook toonzalen in Amsterdam en Groningen. Bij het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 werd het fabriekscomplex aldaar grotendeels verwoest. De fabricage werd overgeheveld naar Moordrecht waar een nieuw fabriekspand naast de fabriek 'IJsselvrucht' werd gebouwd en waar na de oorlog ook het hoofdkantoor werd gevestigd. De bedrijfsresultaten van de nv waren aanvankelijk gunstig met dividenden in de eerste twee jaren van 10 en 18% maar in de jaren twintig was dat anders. Tussen 1923/24 en 1935/36 werd het dividend gepasseerd. In 1931 werd 50% op de gewone aandelen afgeschreven.[8] De bedrijfsleiding droeg lang een sterk familiekarakter met leden van de families Stevens en Hellebrekers als directeuren. De oprichters-directeuren, Wilhelmus Laurentius Stevens en Henricus Wilhelmus Josephus Hellebrekers, bleven lang aan, Hellebrekers tot zijn pensionering in 1956, waarna WJJM Stevens hem opvolgde.
De jaren vijftig en zestig vormden een bloeiperiode voor de KVT.[9][10] Het bedrijf speelde een belangrijke rol in het Moordrechtse leven. Een groot deel van de inwoners van Moordrecht werkte in de fabriek. Het bedrijf bouwde woningen en een badhuis voor de werknemers en het bezat een bloeiende personeelsvereniging en een eigen fanfare. Regelmatig werden er open dagen, excursies en andere festiviteiten georganiseerd.
Afloop
Vanaf eind jaren 1960 werd de tapijtmarkt moeilijker. De belangstelling van de consument voor tapijten, lopers en karpetten nam af en concurrentie vanuit lagelonenlanden deed zich voelen. Voor de productie van tufted tapijten ging de KVT in 1967 een samenwerking aan met het Helmondse Hatéma die onder de naam Eurocarpet een productievestiging in Sittard had. De KVT wist zich aanvankelijk goed te handhaven door zich toe te leggen op kwaliteitsproducten en speciale opdrachten. In 1975 werd het bedrijf overgenomen door Youghal Carpets Ltd. te Cork, Ierland. De fabriek in Deventer moest in 1978 sluiten. In 1987 werd de KVT samen met Youghal Carpets overgenomen door Coats Viyella Ltd. te Manchester. In 1990 werd het bedrijf doorverkocht aan Van Besouw te Goirle. Vanaf dat moment was Moordrecht alleen nog een productievestiging. In 1995 ging Van Besouw failliet. Het fabriekscomplex in Moordrecht werd verkocht en afgebroken en maakte plaats voor woningen. Alleen de watertoren, die de KVT had laten bouwen en die behalve het bedrijf zelf ook lange tijd de gemeente Moordrecht van water voorzag, is blijven staan, sinds 1998 rijksmonument[11].
Deventer tapijten zijn onder meer geleverd aan het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam. In 1903-1904 werd er een Deventer tapijt geleverd aan de Ridderzaal en het oude gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag.
Prijzen
De Deventer Tapijtfabriek deed mee aan verschillende wereldtentoonstellingen, en won een 20-tal medailles, waaronder[12]:
- Parijs, 1878: Gouden Medaille
- Amsterdam, 1883: Erediploma (hoogste onderscheiding).
Ook de firma Stevens was actief op tentoonstellingsgebied.
- Inventaris van archief KVT en voorlopers, SAHM
- Een bezoek aan de koninklijke Tapijtfabriek te Deventer, Katholieke Illustratie 15 (1881/82), p. 222-223, 233-234, 238-239, 246-247
- Johan Gram, De tapijtfabriek «Werklust» van W. Stevens te Kralingen, Het Leeskabinet Maart 1895
- Deventer als industriestad (1907), p. 41-45
- Koninklijke Deventer Tapijtfabriek, De Bouwwereld 14 (1915/16), 281-283
- Deventer haar nijverheid, 1931, 108-109
- Waar het weefgetouw ratelt (KVT Moordrecht), Margriet 1949, nr 48, 24-25, 28
- "De koninklijke Deventer Tapijtfabriek" in de Digitale Bibliotheek Overijssel
- Sam de Visser en Nina Herweijer, Geknoopt en geweven, De kleurrijke geschiedenis van de Deventer Tapijtindustrie, 2012, KM Uitgevers Zutphen. ISBN 9789075979817
- ↑ Koninklijke-Verenigde-Tapijtfabrieken. Geraadpleegd op 15 januari 2025.
- ↑ "Honderdvijftig jaren Deventer tapijten", Nieuw Utrechts Dagblad, 23 augustus 1947.
- ↑ "Een bezoek aan Werklust", Rotterdamsch nieuwsblad, 29 maart 1905.
- ↑ n, n (13 januari 1912). Een bekend Rotterdamsch industrieel.. Industrieel Weekblad 6, 257
- ↑ n, n (1 januari 1920). Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken. Effectenboek 1920
- ↑ Smyrna Tapijtfabriek.
- ↑ n, n (7 mei 1910). N. V. ’s Gravenhaagsche SmyrnaTapijtfabriek.. Industrieel Weekblad 4
- ↑ "Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken", De Telegraaf, 13 juli 1931.
- ↑ Majorick, B (1 juni 1954). Schering en inslag. Goed Wonen 7, 91-94
- ↑ "KVT honderdvijftig jaar", Deventer Dagblad, 22 augustus 1947.
- ↑ Uiterwaard 2.
- ↑ Catalogue officiel général, Volume 2, Stockmans, 1885.


