Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek

Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek
Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek
Industrie en producten
Industrie(ën) hoger onderwijsBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Opgericht 1841Bewerken op Wikidata
Organisatiestructuur
Rechtsvorm vereniging zonder winstoogmerk[1]Bewerken op Wikidata
Type genootschap van geleerdenBewerken op Wikidata
Tijdschrift en links
Website Officiële website

Het Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek (Frans: Société royale de numismatique de Belgique) is een Belgisch genootschap gespecialiseerd in numismatiek.

Het genootschap heeft haar hoofdzetel in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel.

Geschiedenis

Opgericht in 1841 door een groep verzamelaars van oude munten is de vereniging een van de oudste nog actieve numismatische genootschappen. Onder haar oprichters springt de figuur van de Poolse historicus Joachim Lelewel eruit, een van de vaders van de moderne numismatiek, die destijds in België in ballingschap leefde en aan wie de andere leden onmiddellijk het erevoorzitterschap van het genootschap aanboden. Andere prominente figuren uit de oorspronkelijke groep zijn fotograaf Renier Chalon, historici Constant-Philippe Serrure en Charles Piot, burgemeester van Heverlee Louis de Coster en priester Félix de Béthune.

Het eerste doel van de oprichters was de uitgave van een tijdschrift; dit zou aanvankelijk de naam Revue de la numismatique belge dragen, waarvan het eerste nummer in 1842 verscheen. Vanaf 1846 werd de publicatie een jaarlijkse uitgave. In 1875 werd deze herdoopt tot Revue belge de numismatique en vervolgens (in 1908) tot Revue belge de numismatique et de sigillographie. Pas in 1980 verscheen de titel ook in het Nederlands op de omslag: Belgisch Tijdschrift voor Numismatiek en Zegelkunde.

In 1866, ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan, kreeg de Vereniging van koning Leopold II de toestemming om het predicaat 'koninklijk' te dragen. Vijfentwintig jaar later, in juli 1891, viel de eer toe aan het genootschap om het eerste internationale numismatische congres te organiseren. Dit congres stond onder het beschermheerschap van een van haar ereleden, prins Filips van Saksen-Coburg en Gotha. De deelnemers kwamen vooral uit Frankrijk, Italië, Nederland en Duitsland.

Op 2 juli 1893 werd, naar aanleiding van de algemene vergadering, een medaille met de beeltenis van wijlen prins Boudewijn vervaardigd door Fernand Dubois.

In juni 1910 organiseerde het genootschap opnieuw een internationaal congres, ditmaal samen met de Nederlands-Belgische vereniging van vrienden van de medaille als kunstwerk. Het betrof het derde internationale numismatische congres (het tweede had in 1900 in Parijs plaatsgevonden). Het congres sprak de wens uit dat het onderwijs in de numismatiek en de sigillografie overal zou worden opgenomen in het hoger onderwijs. Vervolgens legden twee vooraanstaande leden, Frédéric Alvin en Victor Tourneur, de eerste fundamenten voor het onderwijs in de numismatiek in België: de eerste aan het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde in Brussel, de tweede aan het Institut des Hautes études de Belgique in Brussel. Enkele jaren later was het Marcel Hoc die de eerste cursus numismatiek aan een Belgische universiteit organiseerde, namelijk aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Tijdens beide wereldoorlogen schortte het genootschap haar activiteiten op, wat verklaart waarom zij noch haar 75-jarig bestaan, noch haar honderdjarig jubileum heeft kunnen vieren. Het 125-jarig jubileum (1966) daarentegen vormde de aanleiding voor een plechtige ceremonie, waarbij voorzitter Paul Naster voor het eerst het woord nam in het Nederlands. Daarmee volgde hij, zij het met enige vertraging, de evolutie van de taalkundige gebruiken in België. Het Frans, dat zelfs in Vlaanderen lange tijd de omgangstaal van de aristocratie en de burgerij was gebleven, was tot dan toe de exclusieve voertaal van de zittingen geweest. Vanaf dat moment begonnen ook artikelen in het Nederlands in de Revue te verschijnen.

In september 1991 herdacht het genootschap haar 150-jarig bestaan door in Brussel het 11e internationale congres voor numismatiek te organiseren, vergezeld van een tentoonstelling voor het brede publiek, Een munt voor Europa. Het 175-jarig jubileum in 2016 bood op zijn beurt de gelegenheid voor een colloquium over de numismatiek in België.

Activiteiten

Het genootschap verzorgt de uitgave van het tijdschrift Revue belge de numismatique et de sigillographie, organiseert maandelijkse bijeenkomsten met lezingen en kent twee prijzen toe, de vierjaarlijkse Prix de la Société royale de numismatique de belgique ter bekroning van een originele en wetenschappelijke, niet eerder gepubliceerde studie op het gebied van de numismatiek of de sigillografie, en de driejaarlijkse Prix Hubertus Goltzius ter bekroning van een originele en wetenschappelijke, niet eerder gepubliceerde studie op het gebied van de numismatiek van onze streken, van de 5e tot de 21e eeuw.