Koepelkazemat
.jpg)
De Koepelkazemat Type G, of G-kazemat, werd in 1937 in Nederland geïntroduceerd. Het waren betonnen bunkers van een standaardontwerp. In de kazemat zat een gietstalen kern waarin een machinegeweer was opgesteld. In totaal zijn er enkele honderden geplaatst voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog zijn vele vernietigd door de gietstalen kern te verwijderen en deze om te smelten ten dienste van de Duitse wapenindustrie.
Ontwerp
De koepelkazemat was een variant van een Frans ontwerp dat al in 1917 werd toegepast. De betonnen bunker was bijna vierkant en was circa 7 meter lang, 6,5 meter breed en 3 meter hoog.[1] De voorzijde was schuin afgewerkt om vijandig vuur af te laten ketsen en om een vrij schootsveld voor de schutter te behouden. Een lichte of zware mitrailleur was in een gietstalen koepel geplaatst.
Deze koepels waren verankerd in en deels opgenomen in de betonnen bunker. De eerste kazematten met gietstalen koepels werden in 1937 ontworpen en geplaatst in de omgeving van Utrecht, maar deze waren van een ander ontwerp dan de standaard G-kazemat.[2] Ze hadden een doorsnede van 1,75 meter en het gietstaal was tussen de 11 en 17 centimeter dik.[1] Het schietgat en de ingang, een deur aan de achterzijde van de koepel, konden van binnenuit gasvrij worden afgesloten. Vanwege de geringe omvang en rondingen was de koepel zelf moeilijk door de vijand te raken.
Van de G-kazemat kwamen de ontwerpen voor 35 varianten begin 1939 gereed[3] en vanaf dat tot het begin van de Tweede Wereldoorlog werden er zo’n 600 gebouwd door het hele land.[4] De varianten waren allemaal volgens dezelfde lijnen ontworpen, met een gietstalen koepel middenin een ongeveer vierkant betonblok met schuine wanden. De varianten verschilden in:
- De richting waarin het schietgat geplaatst was ten opzichte van de deur in de achterwand van de koepel: op 90°, 135°, 180°, 225° of 270°;
- De toegangsdeur kon hoog of laag in de koepel aangebracht zijn;
- Het betonnen deel kon vlak zijn aan de bovenkant, zodat de koepel er bovenuit stak, of verhoogd aan de zij- en achterkanten; bij een lage deur liep het beton dan door boven de deur;
- De toegang kon voorzien zijn van een verticale klimkoker, voor wanneer de kazemat in een waterkering gebouwd werd.
Deze varianten werden aangeduid met de richting van het schietgat en letters voor de andere kenmerken: h of l voor de hoogte van de deur, z voor een vlakke bovenkant of v voor een verhoogde, en k als er een klimkoker aanwezig was.[3] Bijvoorbeeld 180-h-z is een G-kazemat met het schietgat recht tegenover de deur, een hoge deur en een vlakke bovenkant, zonder klimkoker.
De koepels konden in Nederland worden gefabriceerd. De eerste bestelling van 100 stuks werd geplaatst bij Demka, een dochteronderneming van Koninklijke Hoogovens, gevolgd door een tweede bestelling van 50 stuks bij het Belgische staalbedrijf John Cockerill S.A..[1] De totale productie kan 700 stuks zijn geweest, maar slechts weinigen hebben de oorlog overleefd.
Gebruik
De koepelkazematten zijn in de mobilisatiejaren 1939-1940 geplaatst in diverse Nederlandse verdedigingslinies.[1][4][5]
- Bathstelling: 4
- Betuwestelling: 13
- Breskens: 1
- Grebbelinie: 144
- IJssellinie: 157
- Land van Maas en Waal: 20
- Maaslinie: 154
- Overbetuwe: 29
- Peel-Raamstelling: 33
- Vlissingen: 4
- De Beer, Hoek van Holland, IJmuiden en Scheveningen: in totaal 20
Verder werden ze gebouwd bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie.[6] Deze laatste linie kreeg circa 80 exemplaren of op forten of tussen groepsschuilplaatsen in het terrein.
Het Duitse leger was bij inspectie onder de indruk van de koepelkazematten; ze waren moeilijk uit te schakelen door de kleine schietopening en de goede mogelijkheden ze te camoufleren. Doordat de meeste met de schietopening naar het oosten waren gericht waren ze voor de Duitsers niet erg bruikbaar omdat uit deze richting geen geallieerde aanval werd verwacht. Er was wel interesse om het gietstaal van de koepels ter hergebruiken, daarom werden in 1941 de meeste uit hun betonnen omhulling gesloopt en afgevoerd voor de Duitse oorlogsindustrie. Aan de kust werden een aantal exemplaren opgenomen in de Atlantikwall, veel hiervan zijn na de oorlog alsnog gesloopt. Er resteren nog slechts enkele complete koepelkazematten, onder meer op Fort Vechten en Fort Everdingen.[1]
Galerij
Volledige koepelkazemat bij Fort Everdingen, type 180-h-v
Buitenkant van de koepel, type 225-h-v
Ingang naar de koepel
Binnenkant van de koepel
G-Kazemat bij de Buitenhaven van Vlissingen, type 225-l-v
Achterkant van de kazemat, met lage deur
Zie ook
- 1 2 3 4 5 Cultuurerfgoed, Fort Uitermeer, Betonblok koepelkazemat
- ↑ H.R. Visser en J.S. van Wieringen Kazematten in het Interbellum, Stichting Menno van Koehoorn, Utrecht (2002), blz. 129
- 1 2 H.R. Visser en J.S. van Wieringen Kazematten in het Interbellum, Stichting Menno van Koehoorn, Utrecht (2002), blz. 111
- 1 2 H.R. Visser en J.S. van Wieringen Kazematten in het Interbellum, Stichting Menno van Koehoorn, Utrecht (2002), blz. 130
- ↑ H.R. Visser en J.S. van Wieringen Kazematten in het Interbellum, Stichting Menno van Koehoorn, Utrecht (2002), blz. 122
- ↑ 3dfort Gietstalen kazemat G (180) hv, geraadpleegd op 15 september 2022. Gearchiveerd op 15 september 2022.