Coenraad Cuser

Wapen van Coenraad Cuser, heer van Oosterwijk

Coenraad Cuser (ca. 1325 - voorjaar 1407), heer van Oosterwijk, Amstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch. rentmeester 1354 en baljuw van Amstelland 1368 en 1370 en van Rijnland 1380 en 1383, ambachtsheer van Amstelveen, houtvester van Holland 1397, kastelein van Teilingen 1400, raad van hertog Albrecht, verbannen 1403.[1]

Levensloop

Coenraad word in 1349 genoemd onder de edelen die gevangen werden genomen door bisschop Jan van Arkel na de "Slag bij Schoonhoven". Hij erfde in 1354 het Huis ter Kleef" bij Haarlem van zijn vader en vanaf 1366 krijgt hij de hofstede of hoeven "Oosterwijk" toegekend door Hertog Albrecht van Beieren, deze lag dichtbij Beverwijk. In september 1369 krijgt Coenraad een "Wraakbrief of ontzegbrief" van de kleinzoon van Gijsbrecht IV van Amstel, genaamd Willem, deze meent nog steeds de rechten op Amstelland te hebben en wil deze terug krijgen. Coenraad in zijn functie als "Baljuw van Amstelland" gaat met deze brief naar Albrecht van Beieren.

Coenraad was er zeer opgebrand dat de daders van zijn vermoorde zoon, opgespoord en berecht werden in 1392. Hij wist Dirk die Blote en Foyken Foykenszoon voor het gerecht te krijgen, en was voor een inval in het Land van Altena op de stad Woudrichem en de burcht Altena, omdat zich daar vermeende daders schuil hielden. Hij kreeg daarna toestemming om de kastelen Hodenpyl, Heemstede, Warmond en Paddenpoel te veroveren of te verwoesten van Albrecht van Beieren.

Zijn bezittingen vielen na zijn dood, via zijn dochter aan het geslacht "Foreest".

Familie

Coenraad Cuser werd geboren als zoon van Willem Cuser en Ida van Oosterwijk. Hij trouwde Clementia, vrouwe van Sloten en Osdorp, dochter van Gerrit Boelen.

Kinderen:[2]