Knikkergalwesp
| Knikkergalwesp | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Imago | ||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Andricus kollari Hartig, 1843 | ||||||||||||||||||||||
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Knikkergallen op eikenblad | ||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||
| Knikkergalwesp op | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
De knikkergalwesp (Andricus kollari), veroorzaker van de knikkergal, is een galwesp die voorkomt op zomereik en wintereik.
Uit de knikkergallen komen mannelijke en vrouwelijke wespen. Na bevruchting leggen de vrouwtjes eieren op de moseik die als tussenwaardplant fungeert. Op de moseik worden daardoor vogelnestgallen (Andricus kollari forma circulans Mayr) gevormd. Uit deze gallen komen alleen vrouwelijke galwespen die door parthenogenese in staat zijn eitjes te leggen op de zomereik en wintereik waarop dan vervolgens de knikkergallen gevormd worden.
De 1,5-2 mm lange, mannelijke wesp is donkerbruin tot zwart. De poten zijn geelachtig bruin en de antennes zijn doorschijnend geel of lichtbruin. De antennen hebben veertien segmenten.
De 1,5-2 mm lange, vrouwelijke wesp uit de knikkergal heeft een donkerbruine kop. De poten zijn bruin/geel. De antennen zijn vuilbruin en hebben dertien segmenten. De vrouwtjes uit de vogelnestgallen zijn 3,5 - 4,5 mm lang.
_en_Andricus_kollari_mannetjes.jpg)
Imago van Andricus kollari, mannetjes- Imago van Andricus kollari, vrouwtjes
.jpg)
.jpg)