Kleimos-associatie
| Kleimos-associatie | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||
| Syntaxonomische indeling | ||||||
| ||||||
| Associatie | ||||||
| Tortuletum trunctatae Krusenst. 1945 | ||||||
| Afbeeldingen op |
De kleimos-associatie (Tortuletum trunctatae) is een associatie uit het knopmos-verbond (Phasion). Het omvat door eutrafente topkapselmossen gedomineerde pioniervegetatie.
Naamgeving en codering
| Synoniemen | ||
|---|---|---|
| Pottietum truncatulae Gams 1927 | ||
| Pottietum truncatae Krusenst. 1945 | ||
- Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r61Aa03
De wetenschappelijke naam Tortuletum trunctatae is afgeleid van de botanische naam van gewoon kleimos (Tortula truncata).[1]
Fysiognomie
De fysiognomie van de kleimos-associatie wordt net zoals de meeste andere gemeenschappen uit de smaragdsteeltjes-klasse hoofdzakelijk gekenmerkt door het op de voorgrond treden van topkapselmossen. Het vegetatieaspect wordt meestal bepaald door gewoon kleimos, gewoon knopmos en roodknolknikmos.
Ecologie
De kleimos-associatie is een eutrafente gemeenschap die voorkomt op circumneutrale, vochtige klei- en leemgronden. Het ontwikkelt zich dikwijls als microgemeenschap of inslaggemeenschap in open(ere) en/of ijle plekken van grasland, akkerland en ook soms ook op oevers.
Subassociaties
Typische subassociatie
De typische subassociatie (Tortuletum trunctatae typicum) wordt vooral na de oogst aangetroffen op akkers op basenrijke grond. Daarnaast wordt het ook kleinschalig veel gevonden op pionierplekken in graslanden, bermen begraasde kleidijken. Braamknikmos en scharlakenknolknikmos komen veel in deze subassociatie voor.
Subassociatie met hauwmos
Een subassociatie met hauwmos (Tortuletum trunctatae anthocerotetosum) bezet de meest vochtige en meest basenarme vleugel binnen de associatie. Hierin treden hauwmossen, landvorkjes en gestekeld goudkorrelmos op. Deze subassociatie vormt overgangen naar de associatie van dwergbloem en hauwmos.
Subassociatie met zilvermos
Een subassociatie met zilvermos (Tortuletum trunctatae bryetosum argentei) bezet de meest droge, kalkrijke plekken. Binnen deze subassociatie wordt vaak een variant onderscheiden met gesloten kleimos. Deze variant komt vooral voor in het deltagebied en in de stedelijke gebieden van het rivierengebied.
Vegetatiezonering
In de vegetatiezonering staat de kleimos-associatie vooral in contact met grasland- en akkergemeenschappen. Onder de graslanden gaat het om vegetatie van de weegbree-klasse en de klasse van matig voedselrijke graslanden. Op oevers en andere vochtige pioniermilieus kan de kleimos-associatie ook in contact staan met de tandzaad-klasse of de dwergbiezen-klasse.
Diagnostische taxa
In de onderstaande synoptische tabel staan de belangrijkste diagnostische taxa voor de kleimos-associatie.
| Diagnostiek | Triviale naam | Botanische naam |
|---|---|---|
| associatiekentaxa | gewoon kleimos | Tortula truncata |
| groot kleimos | Tortula modica | |
| knolletjesgreppelmos | Dicranella staphylina | |
| gewoon landvorkje | Riccia glauca | |
| verbondskentaxa | gewoon knopmos | Phascum cuspidatum |
Zie ook
- ↑ Van Dort, K.W., Haveman, R., Schrijvers-Gonlag, M., Weeda, E.J. & Van Gennip, B. (2017). Psoretea decipientis. In: Van Dort, K.W., Van Gennip, B. & Schrijvers-Gonlag, M. De vegetatie van Nederland – 6 (pp. 398–402). KNNV Uitgeverij, Zeist.
_op_een_steilkant.jpg)