Killivissen

Killivissen
Kilombero-killivis (Nothobranchius kilomberoensis)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Superklasse:Osteichthyes (Beenvisachtigen)
Klasse:Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde:Cyprinodontiformes (Tandkarpers)
Groep
 
Families
  • Cyprinodontidae
  • Fundulidae
  • Nothobranchiidae
  • Profundulidae
  • Rivulidae
  • Valenciidae
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

Killivissen zijn kleine eierleggende tandkarpers die in een groot deel van de wereld voorkomen, met name in de Zuid-Amerikaanse regenwouden maar ook in Zuidelijk Afrika, Zuid-Europa en de regenwouden van Azië. Deze vissen vormen geen taxonomische eenheid. De naam is een verzamelnaam voor soorten in diverse families, m.n. Cyprinodontidae, Fundulidae, Nothobranchiidae, Profundulidae, Rivulidae en Valenciidae.

Etymologie

Het wordt vaak aangenomen dat de naam killivis afkomstig is van de Engelse naam killifish, dat weer ontleend zou zijn aan het Afrikaanse kuilvissie. In werkelijkheid ligt het precies andersom: het Engelse woord is uit het Nederlands afkomstig.

Nederlandse kolonisten die zich in de 17e eeuw in Nieuw-Nederland vestigden, gaven de kreken en geulen die ze daar aantroffen de naam kille mee (moderne term kil), dat "klein stroompje" of "beekje" betekent. Engelse kolonisten die in hetzelfde gebied woonden namen deze naam over, waardoor namen als Kill van Kull en Arthur Kill ontstonden. De kleine vissen die hier rondzwommen kregen al snel de naam killevisjes mee. Toen de Duitse zoöloog Johann David Schoepff in 1789 de natuur van Noord-Amerika beschreef nam hij deze term over en noemde de vissen Killfish. In het Amerikaans-Engels werd dit killifish, een naam die rond 1800 voor het eerst geattesteerd werd. Het Afrikaanse kuilvissie is hier vervolgens weer van afgeleid.[1]

Leefwijze

Killivissen leven in meren, beken en poelen die in de droge tijd opdrogen. De eieren worden aan het eind van de regentijd afgezet in de bodem en verkeren daar in rust tot de poelen in de regentijd weer vollopen door regen en overstromingen. Aangezien water maar kort aanwezig is, leven deze vissen dus meestal een stuk minder dan een jaar en worden ze in zeer korte tijd voortplantingsrijp. Sommige soorten, zoals de turkooise killivis Nothobranchius furzeri, kunnen zich al twee weken na het uitkomen voortplanten. Ze worden in het aquarium meestal niet ouder dan twee jaar en er zijn soorten, zoals Epiplatys annulatus, die zich al voortplanten in een bakje van 5 liter.

Sommige soorten zijn gespecialiseerd in het bejagen van andere killivissoorten, maar de meeste voeden zich met kleine ongewervelde dieren zoals muggenlarven. De soorten variëren in lengte van 2 tot 20 centimeter.

Modelorganisme

Killivissen worden om een aantal redenen veel gebruikt door onderzoekers:

  • ze zijn makkelijk te verzorgen;
  • de eieren zijn lang houdbaar omdat ze in een ruststadium kunnen blijven;
  • de bevruchting van de eieren vindt uitwendig plaats, waardoor makkelijk de afstamming van nakomelingen te controleren is.

Men spreekt dan ook wel van een modelorganisme.

Omdat ze zo makkelijk zijn te verzorgen, zijn killivissen ook populair als aquariumdier.

Paringssysteem

Het mannetje duikt herhaaldelijk loodrecht in de losse bodem van de poel, en brengt daarbij wolkjes van bodemmateriaal omhoog door met de staart te sidderen. Als deze balts succesvol is volgt het vrouwtje hem. Ze zet haar eieren af in de bodem, waarop het mannetje ze bevrucht. De partners overleven het opdrogen van de poel niet, maar de eieren zijn bestand tegen droogte en kunnen uitkomen wanneer de omstandigheden in de herfst weer verbeterd zijn. Hierdoor kunnen de killivispopulaties in stand blijven.