Ketterijproces van Orléans
.png)
In 1022 vond in de Franse stad Orléans een proces wegens ketterij plaats tegen een twaalftal clerici. Na hun veroordeling werden ze levend verbrand en dit is het oudst bekend geval in West-Europa waarin ketters werden verbrand.
Bronnen
Er zijn vijf eigentijdse beschrijvingen van het ketterijproces. André van Fleury was een monnik van de abdij van Fleury en woonde mogelijk het proces zelf bij in het gevolg van zijn abt. Ook Johannes Ripoli was verbonden aan de abdij van Fleury. Hij was een monnik afkomstig uit Catalonië en verbleef tijdelijk in Fleury. Ook de monnik en kroniekschrijver Adhémar van Chabannes was een tijdgenoot. Maar hij stond verder van de zaak af en was minder goed op de hoogte. Ook Rodulfus Glaber en Paul van Chartres schreven over de zaak, maar hun beschrijvingen zijn weinig betrouwbaar.
Beschrijving
De beklaagden waren met een twaalftal; het aantal loopt uiteen naargelang de bron. Ze waren geleerd en behoorden tot het kapittel van de kathedraal van Orléans. Een van hen was zelfs de biechtvader van koningin Constance, de echtgenote van Robert II van Frankrijk. Volgens Rodulfus Glaber werden ze ontmaskerd door een spion van de koning. Volgens Adhémar van Chabannes werden ze aangegeven door een boer.
Er werd een synode bijeen geroepen in Orléans. De bisschop van Orléans werd afgezet omdat hij te dicht bij de beschuldigde kanunniken zou hebben gestaan. Zijn vervanger zetelde in het tribunaal samen met andere Franse bisschoppen en de abt van Fleury. Deze abdij nabij Orléans was befaamd om haar school en haar bibliotheek en abt Gauzlin moest als theoloog waken over de katholieke orthodoxie. Na eerst alles te hebben ontkend, gingen de beschuldigden over tot bekentenissen. De synode werd afgesloten met een akte van geloof uitgesproken door abt Gauzlin, waarbij de dogma's van de Kerk werden herhaald, die door de ketters waren ontkend.
Als straf werden de veroordeelden uit hun priesterlijke stand ontheven en geëxcommuniceerd. Ze werden opgesloten in een houten hut buiten de stad, die vervolgens in brand werd gestoken zodat ze levend verbrandden.
Ketterij
De ketters van Orléans werden, op basis van de beschrijving van Adhémar van Chabannes, gezien als manicheeërs en voorlopers van de katharen. Maar op basis van de beschrijvingen van de monniken uit Fleury ging het om clerici die een streng ascetisme aanhingen, de autoriteit van de Kerk verwierpen, de sacramenten afwezen en leerstellingen als de maagdelijkheid van Maria en de drie-eenheid betwistten. In die zin zou hun leer overeenkomsten vertonen met het vroegchristelijke pelagianisme of latere protestantse stromingen.
Dat de ketters de duivel aanbaden en in het geheim allerlei misdaden pleegden, beweringen van Adhémar van Chabannes, wordt door historici als fantasie gezien. Dezelfde beschuldigingen deden ook de ronde over Joden of andere ketters.
Achtergrond
Het proces vond plaats in Orléans, destijds de residentie van de koning en het politieke en intellectuele centrum van Frankrijk. Er speelden waarschijnlijk allerlei rivaliteiten mee in deze zaak. Er was de rivaliteit tussen de Franse koning en de graaf van Blois over wie de bisschop van Orléans mocht kiezen. De vorige bisschop van Orléans was tien jaar eerder benoemd door Robert, terwijl de nieuwe bisschop een kandidaat van de graaf van Blois was. Ook was er de rivaliteit tussen de bisschoppen van Orléans en de abten van Fleury. Ook de strubbelingen binnen het hof, zoals tussen de koning en de koningin, kunnen hebben meegespeeld. Een van de beschuldigden was immers biechtvader van de koningin.
Referenties
- (fr) Négrier, Sylvain, Le Moyen Age dans le Loiret autour de l'abbaye de Fleury, p. 57-58. Archives départementales du Loiret (2012). Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
- van Schaik, John, De eerste ‘ketters’ in Europa (ca. 1000). Historiek (10 januari 2023). Geraadpleegd op 9 oktober 2025.