Kenneth Carroll Parkes
Kenneth Carroll Parkes (Hackensack (New Jersey), 8 augustus 1922 – Pittsburgh, 16 juli 2007) was een Amerikaanse ornitholoog. Zijn bekendste werk zijn studies over vogelveren en vogelrui.
Biografie
Jeugd en opleiding
Parkes bracht zijn kinderjaren en jeugd door in New York. Hij volgde de lagere en middelbare school aan de Lincoln School of Teachers College in New York. Vervolgens studeerde hij aan de Cornell-universiteit, waar hij in 1943 zijn Bachelor of Science, in 1948 zijn Master of Science en in 1952 zijn Ph.D. behaalde. Van april 1943 tot februari 1946 diende hij in het Amerikaanse leger. Tussen 1947 en 1952 werd hij opgeleid tot conservator voor de collectie vogels van het museum van de Cornell-universiteit. Zijn masterscriptie had als titel A Survey of Published Colored Illustrations of North American Birds. Zijn proefschrift had als titel The Birds of New York State and Their Taxonomy. Later gebruikte Parkes delen hieruit voor verdere publicaties.
Conservator aan het Carnegie Museum
Na zijn opleiding in het museumwerk werd hij assistent-conservator van de afdeling vogels van het Carnegie Museum of Natural History in Pittsburgh (Pennsylvania). Deze vogelcollectie werd in 1899 bijeengebracht door Walter Edmond Clyde Todd, die tot 1945 de hoofdconservator van deze afdeling was. Todd was al acht jaar met pensioen, toen Parkes de functie op zich nam. Parkes nam een verzameling over van meer dan 100.000 vogels, waaronder een zorgvuldig bewaarde verzameling van 9.000 vogeleieren (met volledige datering van vóór de Tweede Wereldoorlog en vóór de gevolgen van DDT). Dankzij Parkes groeide de vogelverzameling tot 170.000 specimens. Na zijn verhuizing naar Pittsburgh breidde Parkes zijn onderzoekterrein uit tot buiten de Verenigde Staten. In 1956 maakte hij zijn eerste verzamelreis, naar Luzon in de Filipijnen. Tijdens de jaren 1960 vulde hij de collectie aan met specimens uit het Neotropisch gebied. In 1961 ondernam hij met andere medewerkers van het Carnegie museum een verzamelreis naar Argentinië. Tussen 1963 en 1981 verzamelde hij in acht verschillende regio's van Mexico. Hij was actief binnen ornithologische verenigingen en nam deel aan congressen en vogelexcursies, vaak samen met zijn echtgenote Ellen Parkes.
Taxonomie en onderzoek naar de verspreiding
Parkes heeft gedurende zijn carrière ongeveer 35 landen bezocht. Zijn onderzoek richtte zich op de systematiek en de verspreiding van vogelsoorten. De meeste van zijn taxonomische studies gaan over loopvogels, reigers, uilen, zwaluwen, de hybridisatie van grasmussen en de nine-primaried oscines (eigenlijke zangvogels met negen zichtbare slagpennen: Emberizidae, Cardinalidae, Thraupidae, Passerellidae, Parulidae en Icteridae). Parkes had altijd aandacht voor interessante afwijkingen en mysterieuze specimens. Zo ontdekte hij in 1992 dat de dubbelgebandeerde argusfazant (Argusianus bipunctatus), een soort die in 1871 werd beschreven op grond van een veer, geen aparte soort was maar een mutant. Pas in 2012 werd deze "uitgestorven" soort verwijderd uit de IOC World Bird List.[1]
Publicaties
Parkes schreef meer dan 400 wetenschappelijke artikelen. Een van zijn belangrijkste bijdragen was het artikel An approach to the study of molts and plumages, dat in 1959 verscheen in het tijdschrift The Auk. Hij is auteur van de Puerto-Ricozanger (Setophaga angelae) en de Luzonral (Lewinia mirifica). Daarnaast beschreef hij meer dan 90 ondersoorten uit tropische gebieden zoals de Filipijnse fluiter ondersoort Pachycephala philippinensis boholensis en de geelkeelboomtimalia ondersoort Sterrhoptilus capitalis euroaustralis
Lidmaatschappen
Parkes was tussen 1972 en 1975 voorzitter van de Wilson Ornithological Society en lid van de American Ornithologists' Union waarvan hij tussen 1975 en 1983 vice-voorzitter was. Verder was hij lid van de Cooper Ornithological Society, The Linnaean Society of New York, de Federation of New York State Bird Clubs, beschermheer van de Audubon Society of Western Pennsylvania en lid van de raad van bestuur van het Delaware Museum of Natural History. Bovendien was hij lid van ten minste 35 andere ornithologische en natuurbeschermings-organisaties en was hij voor het leven verbonden aan het Cornell Lab of Ornithology.
Naamtoewijzingen
Sommige ondersoorten zijn vernoemd naar Parkes, zoals Zosterops montanus parkesi (bergbrilvogel), Mulleripicus funebris parkesi (treurspecht), Hypsipetes philippinus parkesi (roodborstbuulbuul), de gele zanger (Setophaga aestiva parkesi) en goudsnavelsaltator (Saltator aurantiirostris parkesi).
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Kenneth Carroll Parkes op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.