Kasteel Poseidon
| Kasteel Poseidon | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Noordelijke gevel van het kasteel | ||
| Locatie | ||
| Plaats | Varennes-sur-Fouzon , | |
| Coördinaten | 47° 13′ NB, 1° 37′ OL | |
| Bouwkundige informatie | ||
| Bouwstijl(en) | Neorenaissance | |
| Architect(en) | Alfred Dauvergne | |
| Status en tijdlijn | ||
| Gebouwd in | 1860-1865 | |
| Huidige functie(s) | woonst en evenementen | |
| (Voormalig) eigenaar | Thomas Garneau & Damien Verhaegen | |
| Links | ||
![]() | ||
| Kaart | ||
Poseidon, oorspronkelijke naam Château de la Borde, is een kasteel in neorenaissancestijl. Het bevindt zich in de Franse gemeente Varennes-sur-Fouzon, deel van de fusiegemeente Val-Fouzon in het departement Indre.
Geschiedenis
Het kasteel werd gebouwd in 1860-1865, naar een ontwerp door Alfred Dauvergne (1824-1885). Deze architect was zeer actief in de Loirestreek, meer bepaald in Châteauroux en omgeving, waar hij de ontwerper was van talrijke kerken, pastorieën, gemeentehuizen en kastelen. Voor het kasteel de la Borde liet hij zich inspireren door het Kasteel van Azay-le-Rideau.
De nieuwbouw volgde op de sloop van een vorig kasteel, waarvan alleen nog een donjon overbleef. De afbraakmaterialen dienden voor de funderingen en de basis van het nieuwe kasteel.
Op de muur in de traphal werd een schildje aangebracht met daarop de spreuk Qui veut, peut, de Franse variant op de Latijnse spreuk Nihil difficile volenti, die in het Nederlands is te vertalen als Wie wil, kan of als Waar een wil is, is een weg.
Familie Boullet
Louis Gustave Boullet en zijn echtgenote Gabrielle Picot d'Agard gaven opdracht voor de bouw van het kasteel. Ze werden ook de eerste bewoners. Louis Gustave Boullet behoorde tot een familie van eigenaars en handelaars. Hij stierf toen de bouw pas voltooid was. Zijn weduwe overleefde hem bijna veertig jaar.
Ze kregen drie kinderen: Henry Adrien Louis, Gabrielle en Gustave. De eerstgenoemde zoon trouwde met Léonie Cornilh de Beyssac en ook zij kregen drie kinderen: Marthe, Pierre en Eugène. Louis werd eigenaar van het domein na de dood van zijn moeder, maar twee jaar later overleed hij. Zijn weduwe overleefde hem bijna dertig jaar.
Pierre Boullet en zijn vrouw en volle nicht Marguerite Cornilh de Beyssac waren de erfgenamen, die vanaf 1915 hun intrek namen in het kasteel. In 1916 werd in het kasteel hun oudste zoon geboren: Louis Boullet, die priester werd en in de gemeente Belin-Beliet werkte. Boullet en Beyssac kregen naast hem ook een paar dochters: eerst een tweeling, die in Cauderan geboren werd: Solange en Geneviève. Na hen kwam Jacqueline, die op het kasteel geboren werd. Ze werd verpleegster en bleef vrijgezel. De jongste, Francis Boullet, geboren in Issac, trouwde met Marie-France Le Goüais, dochter van Yves Le Goüais en van Marie de Dieuleveult. Ze kregen vier zoons, twee dochters en twintig kleinkinderen.
In 1925 vroegen sommige erfgenamen de beëindiging van de onverdeeldheid van de erfenis. Dit was aanleiding tot de verkoop van het domein.

Opeenvolgende eigenaren
Tijdens het interbellum en tot 1949 was het kasteel eigendom van Elie Granat. Na zijn diploma van ingenieur te hebben behaald aan de École supérieure d’électricité (promotie 1911-12) werd hij hoofdingenieur van de vennootschap Barbier, Bénard et Turenne. Hij was uitvinder van apparatuur voor luchtafweer en gelijkaardige apparaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde hij wapens aan de geallieerden. Benoemd tot commandeur in de Légion d'Honneur, werd hij, met zijn echtgenote, begraven op het Parijse kerkhof Père Lachaise. Ter nagedachtenis werd hij in Varennes-sur-Fouzon geëerd met een straatnaam.
Na Granat werd het kasteel eigendom van de Coopérative agricole d'élevage du Berry, gespecialiseerd in kunstmatige inseminatie van runderachtigen. De administratie bevond zich in het kasteel, het laboratorium dat de zaden collecteerde bevond zich in een bijgebouw en de stieren verbleven in stallingen. Na een paar decennia begon de activiteit te verminderen, om uiteindelijk volledig te verdwijnen.
In 1980 werd het eigendom verkocht aan Josef-Albert Weber, een veertigjarige Duitser die zich uitgaf als medium, genezer en specialist in magnetisme. Hij leefde op grote voet en financierde dit door aanzienlijke sommen van enkele van zijn klanten af te troggelen. Hij gedroeg zich als kasteelheer, omringd door vier vrouwen, die op de verdieping elk een kamer bewoonden, die ieder een badkamer in een eigen kleur hadden. Weber kon de fictie van solvabiliteit niet lang volhouden en in 1983 verdween hij, een schuldenberg achterlatend, waaronder een schuld van 10 miljoen frank aan de fiscus. Hij werd failliet verklaard, en de rechtbank van Châteauroux ging in 1985 over tot openbare verkoop van de eigendom.
De nieuwe eigenaar werd de zeventigjarige Duitse Erika Steinmuller. Ze had zich voor acht miljoen frank laten oplichten door de magnetiseur. Ze had niet de bedoeling het kasteel te komen bewonen, maar had vage plannen om er een hotel van te maken, wat echter op niets uitdraaide. In 1989-90 werd het domein aangekocht door de Duitse ontwikkelaars Herbert Warth en Heinz Windhauser. Ze kochten omliggende percelen aan, tot het domein een oppervlakte van nagenoeg 200 hectare bereikte. Ze ontwikkelden projecten voor een luxueus vakantiecentrum met een hotelcapaciteit van 500 bedden en met een golfparcours met achttien holes. Ze vonden geen investeerders, zodat hiervan niets terechtkwam.

Het kasteel bleef vier decennia onbewoond. Het gebouw ging achteruit en er vonden diefstallen plaats (schouwmantels, smeedwerk, luchters). Ondanks ingrepen bleef het kasteel in een relatief goede fysieke toestand, dankzij controle via een alarmsysteem en door een aandachtige buurman. Ontmoedigd door gebrek aan respons, zochten de eigenaars naar kopers.
Beschrijving
Het kasteel kreeg binnen de urbex-community de naam "Poseidon" vanwege het beeldhouwwerk bij het centrale trappenhuis. Deze naam werd overgenomen door de nieuwe eigenaren in de 21ste-eeuw om het kasteel te laten onderscheiden van de andere kastelen met de naam "de la Borde" in Frankrijk.[1]

Het centraal gebouw is op de vier hoeken afgewerkt met een symmetrische toren. Het geheel strekt zich uit over vijf bouwlagen:
- de kelders, met daarin de vroegere keukens en verwarmingsinstallatie,
- het schoon verdiep met zijn salons en zijn woonvertrekken,
- de eerste verdieping met een kleine kapel en verschillende kamers met badkamer,
- de tweede verdieping met mansardekamers voor het personeel,
- de zolders en torenspitsen met houten dakspanten.
Op verschillende plaatsen bevinden zich brandglazen, werk van de meester-glazeniers uit Tours, Julien-Léopold Lobin (1814-1864) en zijn zoon Lucien-Léopold Lobin (1837-1892).

Naast de brandglazen, is ook een aantal andere bouwelementen in behoorlijke staat bewaard: de ingangsdeur, de monumentale trap, het houtwerk van deuren en lambriseringen, de gebeeldhouwde plafonds, de parketten en stenen vloeren, de fresco's op de muren van het salon gewijd aan de jacht, de diensttrap, de mantelschouwen op de verdieping en het dakgebinte. Gevels en daken zijn in relatief goede staat gebleven.
Het restauratieproject strekt zich uit over het kasteel zelf, de donjon, de conciërgewoning (daterend uit 1960), de opnieuw te plaatsen toegangspoort, het park en bebost gebied dat zich over 17 hectare uitstrekt.
Restauratie
Het kasteel kwam in juli 2025 in het bezit van twee Canadezen, de verzekeraar Thomas Garneau-Bertrand (°1990) en de handelaar in vintage-luxekledij en accessoires Damien Verhaegen (°1990). Ze koesteren de ambitie het kasteel in zijn oude glorie te herstellen. Ze willen er zelf gaan wonen en de bel-etage aanwenden voor huwelijksfeesten en andere evenementen, met gastenkamers op de verdiepingen. Voor dit project rekenen ze op een afwerking binnen een termijn van vijf à tien jaar.
Externe links
- Presentatie van het kasteel en het restauratieproject op YouTube
- Presentatie in het Engels op YouTube
- Bibliografie
- Architect, glazeniers en bewoners:
- « Wie zijn de Dauvergnes ? », Archieven Indredepartement.
- L. HUILLIER, La famille Lobin et la peinture sur verre en Touraine, Bulletin de la Société archéologique de Touraine, t. 9, 1892, p. 97-110
- Abbé Jean-Jacques BOURASSÉ, J.-Léopold Lobin, peintre d'histoire, directeur de la manufacture de vitraux peints de Tours. Notice biographique, imprimerie de J. Bouserez, Tours, 1864 ()
- L. HUILIER, La famille Lobin et la peinture sur verre en Touraine, Bulletin de la Société archéologique de Touraine, tome 9, Tours, Librairie de la Société archéologique de Touraine, 1892.
- Françoise PERROT & Nicole BLONDEL, L'atelier Lobin, l'art du vitrail en Touraine, CLD, 1995]
- Olivier GENESTE, Le vitrail en Touraine au XIXe siècle, un foyer de création, Service patrimoine et inventaire de la région Centre - Val-de-Loire, 2022]
- Geneanet, berichten over de families Boullet, Picot d'Agard, Cornilh de Beyssac.
- Ministerie van Defensie, Legerarchieven (Kasteel Vincennes), fiche Elie Granat
- Begraafplaats van Elie Granat op het kerkhof Père-Lachaise
- Canadese eigenaars:
- Flore MABILLEAU, Dans le village de Val-Fouzon, au nord de l’Indre, le château de la Borde appartenant à des investisseurs allemands, et qui devait devenir dans les années 90 un gigantesque centre de vacances de luxe, est aujourd’hui en déshérence, La Nouvelle République, 12 mai 2024.
- , La Nouvelle République, 21 juillet 2025.
- Maude LARIN-KIERAN, Deux Québécois deviennent propriétaires d'un château en France, TVA Nouvelles, 18 juillet 2025.
- Cécile VERIN, "Une aventure unique". Ce couple de Québécois a tout plaqué pour un château français abandonné, Ouest France, 30 juillet 2025.
- ↑ (fr) "« Une aventure unique » : ce couple de Québécois a tout plaqué pour un château français abandonné", Ouest-France.fr, 30 juli 2025. Gearchiveerd op 1 augustus 2025. Geraadpleegd op 31 augustus 2025.

