Karl Mollweide

Karl Mollweide
Karl Mollweide
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 3 februari 1774Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats WolfenbüttelBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 10 maart 1825Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats LeipzigBewerken op Wikidata
Beroep wiskundige,[1] astronoom,[1] academisch docent, cartograaf, decaan[2]Bewerken op Wikidata
Lid van Göttinger Academie van WetenschappenBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Helmstedt (1793; 1796)[3]Bewerken op Wikidata
Promotor(s) Johann Friedrich Pfaff[4]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) astronomie, wiskunde, astronomisch observatoriumBewerken op Wikidata
Bekend van Mollweideprojectie, Formules van MollweideBewerken op Wikidata

Karl (Duits: Carl) Brandan Mollweide (Wolfenbüttel, 3 februari 1774Leipzig, 10 maart 1825) was een Duits wiskundige en astronoom. Hij staat bekend om de naar hem genoemde kaartprojectie en goniometrische identiteiten.

In 1793, na het doorlopen van de lagere school en het gymnasium in Wolfenbüttel, begon hij de studie wiskunde aan de toenmalige Universiteit van Helmstedt. Hij rondde die studie af in 1796[5] onder leiding van Johann Friedrich Pfaff, waarna hij aan die universiteit aangesteld werd als docent voor de wiskundepropedeuse. Na een jaar zegde hij die positie op en werd in 1800 tot hoogleraar wiskunde benoemd aan de Universiteit van Halle. In 1811 vertrok hij uit Halle in verband met een aanstelling als hoogleraar astronomie aan de Universiteit Leipzig. Hij was daar ook directeur van de sterrenwacht. Uit onvrede met zijn functioneren als astronoom verruilde hij die functie in 1814 voor die van hoogleraar in de wiskunde in Leipzig. De astronomieleerstoel werd twee jaar later bezet door August Möbius, die al in 1811 student was van Mollweide en door hem enthousiast gemaakt was voor de wiskunde, maar die in 1815 afgestudeerd was (ook bij Pfaff) in de astronomie. Mollweide was van 1820-1823 decaan van de filosofische faculteit van de universiteit.

Tijdens zijn verblijf in Halle publiceerde Mollweide onder meer:[6][7]

  • in 1806 - Analytische Theorie der stereographische Projektion; in: Monatliche Correspondenz zur Beförderung der Erd- und Himmelskunde; vol. 14;
  • in 1807 - Einige Projektionsarten der sphäroidischen Erde; ibid. vol. 16;
  • in 1808 - Zusätze zur ebenen und sphärischen Trigonometrie; ibid. vol. 18.

In de eerste twee artikelen beschreef hij de naar hem vernoemde projectiemethode, in het derde de goniometrische formules. Mollweide heeft zich ook beziggehouden met de kleurenleer van Goethe, gezien de volgende publicaties:

  • 1810 - Prüfung der Farbenlehre des Herrn von Göthe und Verteidigung des Newtonschen Systems gegen dieselbe;
  • 1811 - Darstellungen der optischen Irrtümer in Herrm von Göthes Farbenlehre.