Karel Richard Šebor

Karel Richard Šebor
Karel Richard Šebor
Karel Richard Šebor
Algemene informatie
Volledige naam Karel Richard Šebor
Bijnaam Carl Schebor
Geboortedatum 13 augustus 1843
Geboorteplaats Brandýs nad Labem[1][2]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 17 mei 1903
Overlijdensplaats VinohradyBewerken op Wikidata
Land Vlag van Tsjechië Tsjechië
Opleiding gevolgd aan Conservatorium van PraagBewerken op Wikidata
Werk
Genre(s) Klassiek
Beroep(en) Componist, dirigent
Instrument(en) vioolBewerken op Wikidata
Handtekening
Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Karel Richard Šebor (ook: Carl Schebor) (Brandýs nad Labem-Stará Boleslav, 13 augustus 1843Vinohrady, Praag, 17 mei 1903) was een Tsjechisch componist en dirigent.

Levensloop

Šebor kreeg de eerste muzieklessen van zijn grootvader, een leraar. Hij studeerde van 1854 tot 1860 aan het Státní konservatori hudby v Praze te Praag onder andere viool bij Mořice Mildner, muziektheorie en compositie bij Jan Bedřich Kittel. In 1861 werd hij docent en muziekleraar in Warschau, aansluitend in Lviv, toen nog Lemberg, in 1863 werd hij kapelmeester aan het stedelijk theater in Erfurt. Van 1865 tot 1871 was hij tweede kapelmeester en koordirigent van het Interimstheater in Praag.

Dan werd hij van 1871 tot 1885 dirigent van de Militaire muziekkapel van het Infanterie-Regiment Nr. 34 in Lemberg, Komárno, Kaschau en Wenen. In 1885 wisselde hij tot de Muziekkapel van het Infanterie-Regiment 89 in Wenen. Voor dit Regiment schreef hij de Iovanovic-mars. Van 1888 tot 1890 was hij kapelmeester van de muziekkapel van het Infanterie-Regiment Nr. 88 in Praag.

Naar een kort engagement als kapelmeester aan het Carltheater in Wenen richtte hij in Praag een Muziekschool op. Hij was toen ook kapelmeester van de gymnastiek- en turnfederatie Sokol voor die hij ook als componist werkte. Vanaf 1892 was hij dirigent van de zangvereniging "Vinohradský Hlohol".

Ook als hij met Templáři na Moravě de eerste op een Tsjechisch tekst geschreven opera van het nieuwe Tsjechisch toneel in het 1862 geopend Interimstheater (vanaf 1883 Nationaal Theater (Tsjechisch: Národní Divadlo)) schrijft, had hij als componist van opera's, symfonieën, cantates en kamermuziek weinig succes. Maar zijn marsen en dansen voor harmonieorkest en militaire orkesten waren bij het publiek erg geliefd. Zijn in de opera Nevěsta husitská (De Hussitenbruid) gebruikt citaat van de Hussieten-koraal Ktož jsú boží bojovníci werd voorbeeld voor een reeks voor de Tsjechische nationaliteit symbolisch gebruikte techniek onder andere door Bedřich Smetana, Antonín Dvořák, Karel Bendl, Josef Suk, Karel Husa en anderen.

Composities

Werken voor orkest

  • 1858: Symfonie nr. 1, voor orkest
  • 1867: Symfonie nr. 3, voor orkest
  • 1860: Concert-ouverture, voor orkest
  • 1894: Symfonische dans Nr. 2, voor orkest
  • Symfonie nr. 2, voor orkest

Werken voor harmonieorkest

  • 1878: Iovanovic-mars
  • Kukuricza mars
  • Plevna mars
  • Vier Hongaarse marsen

Cantates

  • 1868: Slavnostní kantáta, cantate voor gemengd koor
  • Grote cantate voor de opening van het Nationaltheater Praag, voor solisten, gemengd koor en orkest
  • Májová noc, cantate

Toneelwerken

Opera's

Voltooid inTitelAktesPremièrelibretto
1865Templáři na Moravě
(De tempeliers in Moravië)
3 aktes19 oktober 1865, Praag, InterimstheaterKarel Sabina
1867Drahomíra4 aktes20 september 1867, Praag, InterimstheaterJindřich Böhm, naar František Šír
1868Nevěsta husitská (De Hussitenbruid)5 aktes27 september 1868, Praag, Interimstheater;

2e versie: 30 april 1884, Praag, Interimstheater

Eduard Rüffer;

2e (gereviseerde) versie: Titus Fallerau

1870Blanka4 aktes8 maart 1870, Praag, InterimstheaterEduard Rüffer
1879Zmařená svatba3 aktes2 oktober 1879, Praag, InterimstheaterMarie Červinková-Riegrová,
naar de vaudeville «Le Petite Pierre»
van Adolphe d'Ennery en Adrien Decourcelle

Balletten

Voltooid inTitelAktesPremièreLibrettoChoreografie
voor 1890Z kouzelné říše3 aktesvoor 1890, Praag

Kamermuziek

  • 1860: Strijkkwartet in e-klein

Bibliografie

  • Friedrich Anzenberger: Militärkapellmeister Karl Richard Šebor (1843-1903) zum 100. Todestag, zie: MB 2002/2-3 S/p. 252.
  • Marta Ottlová: Šebor Karel (Šebor Karel) in: Hudební divadlo v českých zemích: osobnosti 19. století. 1. vyd. 2006, Praha: Divadelní ústav, Academia; s. 487-502, 533-536, ISBN 80-7008-188-0
  • Marta Ottlová: Šebor (Schebor) Karel (Carl) Richard (Šebor (Schebor) Karel (Carl) Richard), in: Oesterreichisches biographisches Lexikon 1815-1950. 1. vyd. 2001. Wenen: Verlag der Oesterreichischen Akademie der Wissenschaften; s. 76-77, ISBN 3-7001-0187-2
  • Milan Pospíšil: Meyerbeer und das europäische Musiktheater (=Thurnauer Schriften zum Musiktheater 16), 1999, pp. 407 ff.
  • Jarmila Hanzalová: Soupis osobních písemných pozůstalostí a rodinných archivů v České Republice, Praha: Sekce archivní správy Ministerstva vnitra ČR, 1997.
  • Josef Damánski: Die Militär-Kapellmeister Österreich Ungarns - Illustriertes biographisches Lexikon, Leipzig, Paltur, 1904. 144 p.
  • (cs) Šebor en zijn opera's
  1. http://encyklopedie.idu.cz/index.php/%C5%A0ebor,_Karel_Richard; Tsjechische Theaterencyclopedie; geraadpleegd op: 16 april 2021; Tsjechische Theaterencyclopedie-identificatiecode (Tsjechisch): 1177.
  2. Regional Database of the Central Bohemian Research Library in Kladno; geraadpleegd op: 20 juni 2023; SVKKL-identificatiecode voor autoriteit: p0205281-sebor-Karel-18431903.