Kaarsendover

Een kaarsendover (ook wel kaarsenstok of domper genoemd) is een hulpmiddel om de vlam van een kaars te doven. Het bestaat veelal uit een kegelvormig metalen kapje aan een steel, vaak klokvormig of als halve bol. Door het kapje dicht boven de vlam te houden dooft de vlam, doordat er een zuurstoftekort ontstaat.
Ontwerp
Veel kaarsendovers hebben een fantasie-ontwerp, bijvoorbeeld in de vorm van een buste, of dier dier. Ze zijn vaak gemaakt van koper of brons. Porseleinen dovers hebben meestal geen steel, ze zijn daardoor niet handig in gebruik.
In kerken worden kaarsenstokken uitgevoerd met grote kappen - wegens de grootte van de kaarsen - en met soms tot meer dan twee meter lange staken, dit vanwege de hoge plaatsing van de kaarsen op altaren en bij heiligenbeelden dan wel in kroonluchters. Ze worden ook als kaarsaansteker gebruikt, daartoe is er aan het uiteinde een kort buisje bevestigd waardoor een aansteeklont wordt gestoken, zodat men met de vlam de pit van de kaars kan bereiken. De lont wordt spiraalsgewijs om de stok gewikkeld, zodat hij steeds doorgeschoven kan worden.
Roet en vet
Bij gebruik van dovers ligt voor de hand dat er veel kaarsvet en roet op achterblijven en dat ze vrij vaak schoongemaakt moeten worden. Bij veelvuldig gebruik ontstaat er een waslaag, vermengd met roet van de vlammen die de dover raken, aan de binnenkant van de dover die, indien enigszins te dik, roetvlekken kan veroorzaken doordat de was uit de dover druipt. Roet is zeer moeilijk te verwijderen, vooral uit textiel. Vooral bij altaarkaarsen en -kleden (eerst de beschermdoek erover), die eronder liggen dient men de binnenkant van de dover vaak van de zwarte laag van was met roet te ontdoen en ook het kaarsvet dat aan de rand van de dover achterblijft. Dat blijft daar achter doordat de lengte van de staak het werken er mee lastig maakt.
Alternatieven
Een alternatief op het doven van kaarsen met een kaarsendover is door te blazen in de vlam. Er zijn ook kaarsendovers die doven met een klein pompje. Door het in te drukken komt er een luchtstraal uit de kaarsendover waardoor de kaars dooft. Een voordeel daarvan is, is dat de pit minder gaat roken. Een kaars kan tevens gedoofd worden met een kaarsensnuiter. Dat is een soort schaar – veelal op pootjes opdat er geen kaarsvet met roet terechtkomt waar de snuiter neergelegd wordt – met dwars omhoogstaande plaatjes, plus een overkapping aan drie zijden, om het teveel aan pit weg te knippen en niet te laten vallen.