Käthe Loewenthal

Käthe Loewenthal
Käthe Loewenthal
Persoonsgegevens
Volledige naam Käthe Frida Rosa Loewenthal
Geboren Berlijn, 27 maart 1878
Overleden Getto van Izbica, 1942
Geboorteland Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Keizerrijk
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Staatliche Akademie der Bildenden Künste StuttgartBewerken op Wikidata
Leermeester Wilhelm Feldmann
Ferdinand Hodler
Adolf Hölzel
Leo von Köning
Beroep Kunstschilder
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Hiddensoer KünstlerinnenbundBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Käthe Loewenthal (Berlijn, 27 maart 1878Getto van Izbica, 1942)[1] was een Duits kunstschilder. Ze werd hoofdzakelijk bekend met haar landschapsschilderijen.

Jeugd

Käthe Frida Rosa Loewenthal werd op 27 maart 1878 geboren in Berlijn.[2] Ze was de oudste dochter van oogarts, mondhygiënist en hoogleraar Dr. Wilhelm Loewenthal en zijn echtgenote Clara Löwenthal.[1] Loewenthal had vier jongere zussen, onder wie fotografe Agnes Schaefer en kunstenares Susanne Ritscher.[1] Ze groeide op in een liberaal joods gezin, maar het gezin was niet praktiserend.[3][4] De moderne en liberale houding van haar vader had een sterke invloed op Loewenthal, maar de relatie met haar moeder ervaarde ze als afstandelijk.[3]

Vanwege het werk van haar vader verhuisde het gezin regelmatig. Ze woonden onder meer in Genève, Lausanne, Parijs en Belgrano. Nadat haar vader een aanstelling in Berlijn als gasthoogleraar aanvaarde, vestigde het gezin zich in 1889 in Berlijn. Een jaar later verhuisde het gezin naar Bern, maar keerde het jaar daarna terug naar de Duitse hoofdstad. Loewenthal bleef in Bern waar ze introk bij het gezin van een protestantse dominee. De joodse Loewenthal werd in deze periode gedoopt en deed haar vormsel. In Bern maakte ze kennis met kunstschilder Ferdinand Hodler. Via hem kwam ze in aanraking met landschapsschilderkunst.[1]

Opleiding en start loopbaan

In 1892 keerde Loewenthal terug naar Berlijn waar ze de hogere meisjesschool bezocht. Ze bleek een talent te bezitten voor schilderkunst en besloot na het behalen van haar Abitur in 1895 terug te keren naar Zwitserland om aldaar lessen te volgen bij Hodler.[1][3] Haar vader was in 1894 overleden, maar dankzij het familiefortuin van haar moeder had ze voldoende financiële ondersteuning.[5]

Nadat ze in 1897 haar opleiding bij Hodler afrondde, maakte ze enkele studiereizen naar onder meer Parijs. Aldaar ontmoette ze portretschilder Leo von König en startte met het volgen van privélessen bij hem in Berlijn. In 1900 ging ze opnieuw in de leer bij een kunstschilder, ditmaal bij Wilhelm Feldmann.[1]

In 1902 leerde ze kunstschilder Erna Raabe von Holzhausen kennen met wie ze een hechte vriendschap en liefdesrelatie ontwikkelde.[6] Samen met haar en Loewenthals zus Susanne maakte ze dat jaar een studiereis naar Italië.[1] Twee jaar later voltooide ze haar studie bij König en vestigde ze zich als freelance kunstenares in München. Aan de Ohmstraße had ze een eigen studio. Datzelfde jaar werd ze buitengewoon lid van de Künstlerinnen-Verein van München. Loewenthal maakte opnieuw diverse studiereizen, waaronder meerdere reizen naar Bern.[1]

Verhuizing naar Stuttgart

In 1909 verhuisde Loewenthal naar Stuttgart waar Raabe von Holzhausen was gaan wonen. Aldaar trad Loewenthal toe tot de Württembergischen Malerinnenverein en betrok een studioappartement in het verenigingsgebouw.[1] Ze nam deel aan diverse tentoonstellingen van de vereniging.[3] Vanaf 1910 studeerde ze aan de Königlich Württembergischen Kunstschule. De Duitse kunstschilder Adolf Hölzel gaf daar les aan een schilderklas voor vrouwen. Het is mogelijk dat ze Hölzel had leren kennen bij een zomercursus in de kunstenaarskolonie Dachau. Loewenthal maakte in deze periode meerdere landschapsschilderijen en portretten, en werd lid van de Stuttgarter Künstlerbund en Stuttgarter Sezession.[1]

Na haar afstuderen van de Königlich Württembergischen Kunstschule in 1914 kreeg ze van de stad Stuttgart een studio aangeboden aan de Ameisenbergstraße. Ze vestigde zich opnieuw als freelance schilder en maakte in deze periode met het onder meer schilderen van portretten. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 zette haar schilderscarrière tijdelijk op een laag pitje. Als verpleegster bood ze noodhulp in ziekenhuizen. Haar ervaringen tijdens de oorlog maakten haar erg vaderlandsgezind.[1]

Hiddensoer Künstlerinnenbund

In 1912 had Loewenthal kunstschilder Henni Lehmann leren kennen in Hiddensee waar Loewenthals zus een huis had gekocht. De Berlijnse Lehmann was het leidende figuur van Die Blaue Scheune, ('de Blauwe Schuur'); een kunstenaarskring met enkel vrouwelijke leden die vernoemd werd naar hun uitvalsbasis. Daarnaast was ze een sterk voorvechter van de rechten van vrouwelijke kunstenaars. Loewenthal schilderde tijdens haar verblijven in Hiddensee vele zeegezichten en (kust)landschappen.[1]

Dünenheide vor Vitte (Hiddensee) (1930)

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, in 1919, richtte ze samen met onder anderen Henni Lehmann en Clara Arnheim een kunstenaarsvereniging op Hiddensee op dat de naam Hiddensoer Künstlerinnenbund kreeg.[1] De vereniging had enkel vrouwelijke leden, en galeriehouders en kunsthandelaren mochten geen lid worden. De exposities en activiteiten van de Hiddensoer Künstlerinnenbund vonden plaats in de Blauwe Schuur van Lehmann. Leden van de vereniging kwamen uit heel Duitsland.[7]

Exposities

In 1922 woonde Loewenthal samen met haar vriendin Raabe von Holzhausen in Stuttgart. In diezelfde periode begon Loewenthal zich te interesseren in het kleurgebruik en de antroposofische leer van Rudolf Steiner. Vanaf 1924 werd het werk van Loewenthal getoond tijdens meerde exposities, onder meer tijdens een tentoonstelling van de Stuttgarter Sezession en bij een expositie in het Münchener Glaspalast.[1]

Opkomst nationaalsocialisme en Tweede Wereldoorlog

Nadat Adolf Hitler in januari 1933 aan de macht was gekomen, veranderde veel in het leven van de joodse Loewenthal. In 1934 werd haar studio in Stuttgart ontruimd en kreeg ze een schilder- expositie- en verkoopverbod opgelegd. Daarnaast verloor ze het lidmaatschap van de Württembergischen Malerinnenverein. Vanwege deze maatregelen overwoog ze nazi-Duitsland te verlaten.[1] In 1935 maakte ze haar laatste reis naar Zwitserland, maar keerde terug naar nazi-Duitsland.[1] Rond 1937 werd haar vriendin Raabe von Holzhausen ernstig ziek. Ze leed aan kanker en overtuigde Loewenthal in Duitsland te blijven. Loewenthal bleef tot aan haar dood in 1938 aan haar zijde om voor haar te zorgen.[1]

Stolperstein voor Loewenthal op het eiland Hiddensee.

Loewenthal ervaarde in haar dagelijks leven steeds meer beperkingen door de anti-Joodse maatregelen van de Duitse overheid. In 1941 werd ze gedwongen te verhuizen naar een 'Joods appartement' in stadsdeel Kaltental in het zuiden van Stuttgart. Kort voor haar vertrek werd een deel van haar oeuvre, bestaande uit ongeveer 250 werken, in veiligheid gebracht. Met behulp van de zoon van een voormalig schoonmaakster werden de werken overgebracht naar de familie Donndorf uit Stuttgart. Deze familie ondersteunde Loewenthal in het geheim sinds ze haar beroepsverbod kreeg.[1] Daarnaast waren ook werken verborgen in het pakhuis van meesterschilder Albrecht Kämmerer in Stuttgart.[1]

Deportatie en overlijden

In februari 1942 werd Loewenthal overgebracht naar een voormalig bejaardentehuis in Weißenstein (Göppingen) dat diende als verzamelpunt voor deportatie.[1][3] Op 26 april 1942 werd ze gedeporteerd naar het getto van Izbica, nabij Lublin, in Polen. Haar exacte sterfdatum is onbekend, maar het is mogelijk dat ze op de dag van aankomst in het getto is omgebracht.[3]

Nalatenschap

In 1943 ging een groot deel van haar oeuvre dat verstopt was door Kämmerer verloren tijdens een bombardement. De werken die waren ondergebracht bij de familie Donndorf overleefden de oorlog en werden in 1945 overgedragen aan Susanne Ritscher, de zus van Loewenthal.[1]

Galerij

Zie de categorie Käthe Loewenthal van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.