Jules Siegfried

Jules Siegfried (1913)

Jules Siegfried (Mulhouse, 12 februari 1837 - Le Havre, 26 september 1922) was een Frans zakenman en een politicus tijdens de Derde Franse Republiek. Hij maakte fortuin in de katoenhandel. Hij was burgemeester van Le Havre (1878-1886), zetelde in de Kamer van Afgevaardigden (1885-1897 en 1902-1922) en in de Senaat (1897-1900), en was ook kort minister.

Zakenman

Siegfried was afkomstig uit een lutheraanse ondernemersfamilie uit Mulhouse. Zijn vader was een katoenhandelaar.

Op veertienjarige leeftijd begon Siegfried in de familiezaak in Le Havre. Hier werd katoen ingevoerd en werden afgewerkte stoffen uit Mulhouse verscheept naar het buitenland. Siegfried reisde voor zaken naar Liverpool en naar de Verenigde Staten. Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog en het wegvallen van de invoer van katoen uit het zuiden van de Verenigde Staten zag Siegfried nieuwe opportuniteiten. Hij richtte met zijn jongere broer Jacques een handelszaak op om katoen te importeren vanuit India. Hij reisde naar Bombay en richtte daar een bijkantoor op. De zaak kende veel succes en na het einde van de oorlog richtte Siegfried Frères ook een bijkantoor op in New Orleans. In 1867 trok Jacques zich terug uit de zaak. Ze werkten wel nog samen bij het oprichten van een handelsschool in Le Havre.

Siegfried ging verder in zaken met zijn broer Ernest. Na de annexatie van Mulhouse en de Elzas bij Duitsland in 1871 vestigde Siegfried zich definitief in Le Havre. Hij werd er lid van de kamer van koophandel. In 1880 liet hij de leiding van het bedrijf over aan Ernest om zich toe te leggen op de politiek. Jules Siegfried bleef wel zaakvoerder. Hij bleef er ook investeren in bedrijven en kranten; hij was achtereenvolgens eigenaar van Le Havre (1868) en Le Petit Havre (1878). Hij zat bovendien in het bestuur van de Banque de France en werd voorzitter van de Banque franco-russe (1892).

Politicus

De jonge Siegfried

Siegfried was een liberaal en een republikein. Hij verwelkomde het uitroepen van de Derde Franse Republiek in 1870.

Le Havre

Hij werd adjoint (schepen of wethouder) van de stad Le Havre bevoegd voor onderwijs. In 1878 werd hij burgemeester van Le Havre. Hij richtte gemeentescholen op die niet-confessioneel onderwijs gaven. Hij stichtte ook een lyceum voor meisjes (1885). Verder had hij aandacht voor hygiëne en volksgezondheid. Hij moedigde de oprichting van een arbeiderskring op die zich richtte op de geestelijke en materiële verheffing van arbeiders. Siegfried droeg financieel bij voor de bouw van een gebouw van deze kring. Hij richtte een maatschappij op die moest zorgen voor de bouw van goedkope woningen voor de arbeidersklasse.

Nationale politiek

Siegfried (centraal) op een politieke meeting in Le Havre (1914)

In 1885 werd hij voor het eerst verkozen in de Kamer van Afgevaardigden. Vanaf 1897 zetelde hij in de Senaat, maar bij de tussentijdse verkiezingen van 1900 raakte hij niet herkozen; hij werd toen afgerekend als dreyfusard. Bij de verkiezingen van 1902 werd hij opnieuw verkozen in de Kamer. Hij bleef daar zetelen tot zijn dood in 1922.[1]

In 1892-1893 was hij gedurende enkele maanden minister van Handel, Industrie en Koloniën. Als minister stelde hij vast dat er in de Franse koloniale administratie veel meer ambtenaren werkten dan in haar Britse tegenhanger. De volgende jaren zette hij zich als parlementslid in voor de financiële autonomie van de Franse kolonies om deze "geldverspilling" tegen te gaan.

In 1894 slaagde hij erin de zogenaamde Wet-Siegfried te laten goedkeuren. Dit was een eerste Franse wet die de bouw van goedkope sociale woningen (HBM, habitations bon marché) voorzag. Als liberaal liet hij de bouw wel over aan privé-initiatieven en voorzag hij enkel in stimulansen als belastingkortingen en leningen. In datzelfde jaar richtte hij samen met Aldebert de Chambrun het Musée social op, een initiatief om de arbeidersklasse materieel en moreel te verheffen. Ook hier keek hij minder naar staatstussenkomst, maar naar mutualiteiten om dit doel te verwezenlijken.

Als patriot vierde Siegfried de Franse overwinning in de oorlog en de terugkeer van Elzas-Lotharingen bij Frankrijk. Op 10 december 1918 werd hij door een enthousiaste menigte verwelkomd in Mulhouse.

Als parlementslid zette hij zich in voor het vrouwenkiesrecht. In 1912 organiseerde hij samen met zijn echtgenote een meeting in Le Havre om te pleiten voor dit kiesrecht. In 1917 was hij een van de oprichters van een werkgroep rond vrouwenrechten in het parlement. In 1919 zat hij de Kamer voor op basis van anciënniteit. Bij de opening van de zitting pleitte hij toen voor het vrouwenkiesrecht:

L'heure est venue de donner aux femmes le droit de suffrage. Partout, elles ont remplacé les hommes pour la guerre et montré par leur endurance et des facultés éveillées par des circonstances tragiques, que l'heure était venue de les associer de façon définitive, à la vie publique, en mettant entre leurs mains le bulletin de vote.[a]

Maar hij slaagde er niet in een wetsvoorstel voor vrouwenstemrecht goedgekeurd te krijgen in het Franse parlement.

Privéleven

Graven van het echtpaar Siegfried op de begraafplaats van Le Havre

Op 12 februari 1869 huwde hij in Alès met Julie Puaux (1848-1922), een domineesdochter uit Normandië.[2] Het echtpaar Jules en Julie Siegfried kreeg tussen 1870 en 1895 zeven kinderen. Onder hen waren André Siegfried (1875), socioloog en historicus, en Ernest Siegfried, die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog.[3]

Siegfried was een praktisch ingesteld man, en zijn geloof was sterk maar eenvoudig, wars van intellectuele bekommernissen. Hij beschouwde zijn fortuin als een bron van sociale verplichtingen. Hij deelde zijn geloof en veel van zijn politieke ideeën met zijn vrouw. Zij was als feministe een van de drijvende krachten achter de CNFF (Conseil national des femmes françaises). Samen streden ze tegen alcoholisme en voor de sociale verheffing van de arbeidersklasse en het vrouwenkiesrecht.

Literatuur

Noten en bronnen