Jozefmaria Escrivá

Josemaría Escrivá de Balaguer y Albas
Jozefmaria Escrivá
Geboren 9 januari 1902 te Barbastro
Gestorven 26 juni 1975 te Rome
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Zaligverklaring 17 mei 1992 te Rome door Johannes Paulus II
Heiligverklaring 6 oktober 2002 te Rome door Johannes Paulus II
Schrijn Onze Lieve Vrouw van de Vrede, Rome
Naamdag 26 juni
Controverse sekteleider
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Wapen van Josemaría Escrivá

Josemaría Escrivá de Balaguer y Albás, geboren als Jose María Escribá Albás, (Barbastro, 9 januari 1902 - Rome, 26 juni 1975) was een Spaanse katholieke priester die het Opus Dei heeft gesticht, een organisatie van leken en priesters gewijd aan het idee dat iedereen geroepen is tot heiligheid.[1] Hij werd in 2002 heilig verklaard door Paus Johannes Paulus II, die meende dat Josemaría "gerekend moest worden tot de grote getuigen van het christendom." Escrivá behaalde een doctoraat in burgerlijk recht aan de Complutense-universiteit van Madrid en een doctoraat in theologie aan de Lateraanse Universiteit in Rome. Escrivá's bekendste publicatie is De Weg, die in 43 talen is vertaald en waarvan er miljoenen exemplaren zijn verkocht.

Na zijn dood trok zijn heiligverklaring veel aandacht en controverse onder sommige katholieken en de wereldpers.[2]

Kardinaal Albino Luciani (later Paus Johannes Paulus I),[3] Paus Johannes Paulus II, Paus Benedictus XVI, Paus Franciscus, Óscar Romero en vele andere katholieke leiders hebben de leer van Escrivá onderschreven met betrekking tot de roeping tot heiligheid van alle christenen, de rol van de leken en de mogelijkheid tot het heiligen van het dagelijks werk.[4] Volgens Allen wordt Escrivá onder katholieken "door sommigen verguisd en door miljoenen anderen vereerd".[5]

Jeugd

Escrivá werd op 9 januari 1902 geboren in Barbastro, een dorp in het noorden van Spanje. Hij was de tweede van zes kinderen uit een katholiek gezin. Zijn vader was als winkelier bezig met productie van textiel, maar dit leidde tot een faillissement. Een ander jeugdtrauma voor Escrivá was het vroegtijdig overlijden van zijn twee zussen.

Hij ging in oktober 1918 als niet-inwonende leerling naar het seminarie in Logroño.[6] In september 1920 verhuisde hij naar het seminarie van Zaragoza. Tijdens Kerstmis 1922 ontving hij de vier lagere wijdingen, toen een stap richting de priesterwijding. Zijn oversten waardeerden hem en daarom werd hij benoemd tot Inspecteur van het Seminarie - belast met het handhaven van de discipline onder de seminaristen.

In 1923 begon hij op aanraden van zijn vader rechten te studeren aan de Universiteit van Zaragoza.[7]

Zijn vader, José Escrivá, stierf in 1924 en Josemaría bleef achter als hoofd van de familie, waar zijn moeder, zus en broertje deel van uitmaakten. Hij werd op 28 maart 1925 tot priester gewijd en begon te werken in verschillende plattelandsparochies en later in Zaragoza, in de kerk van Sint Pedro Nolasco, die toen werd geleid door priesters van de Jezuïeten.

Aanvankelijk was zijn biechtvader een jezuïet.

Stichting van het Opus Dei

In 1927 verhuisde Josemaría met toestemming van zijn bisschop naar Madrid om te beginnen aan zijn promotieonderzoek in de rechten.[8] Daar werkte hij in een bijlesacademie, waar hij lessen gaf in Romeins recht en canoniek recht om zijn moeder, zus en broertje te onderhouden. Hij oefende zijn priesterlijke ambt uit in de Patronato de Enfermos, een liefdadigheidsinstelling van de Damas Apostólicas del Sagrado Corazón de Jesús (Apostolische Dames van het Heilig Hart van Jezus). Hij wijdde als kapelaan van het Patronato in deze tijd veel tijd aan de zorg voor zieke en arme kinderen in de arme wijken van Madrid.[9]

Op 2 oktober 1928 had hij volgens eigen zeggen een godsdienstige ervaring die verbonden is aan het ontstaan van het Opus Dei. Hij meende dat hij die dag zag dat God hem vroeg om het idee dat iedereen geroepen is tot heiligheid over de wereld te verspreiden. Vanaf die dag ontwikkelde hij de organisatie alleen, terwijl hij doorging met het pastoraat dat hem in die jaren was toevertrouwd. Hij begon contact te leggen met mensen uit verschillende beroepen, zoals kunstenaars, leraren, arbeiders, priesters, zakenmensen en vele anderen, terwijl hij zich toelegde op gebed en versterving voor deze nieuwe organisatie.[10]

Volgens sommigen is het doel van het Opus Dei niet godsdienstig, maar eerder het vergaren van geld en macht.[11] Het is in de jaren 90 door een Belgische parlementaire onderzoekscommissie toegevoegd aan een lijst met sekten. Deze lijst leidde tot felle maatschappelijke kritiek en bijna tot een regeringscrisis, omdat organisaties ten onrechte op deze lijst zouden zijn geplaatst.[12] Een onderzoek van het Italiaanse parlement in 1986 leidde tot de conclusie dat het Opus Dei noch juridisch gezien noch in feite een sekte is.[13][14] Volgens de organisatie zelf is het doel 'het aanmoedigen van het zoeken naar heiligheid in het dagelijks leven'.

Opus Dei is wel eens vergeleken met de Scientologykerk.[15]

In 1934 werd de eerste druk van "De Weg" gepubliceerd, (toen nog onder de titel "Consideraciones espirituales" – Geestelijke overwegingen). Andere boeken van hem zijn: "De heilige Rozenkrans", "Als Christus nu langs komt", "Vrienden van God", "De Kruisweg". "De Voor", "De Smidse" en "De liefde tot de Kerk".

Controverses

Escrivá was altijd van mening was dat priesters niet over politiek moeten spreken en dat leden van het Opus Dei zelf moesten bepalen wat hun politieke standpunten waren. Soms wordt Escrivá toch in verband gebracht met het Franquisme, omdat het Opus Dei tot groei kwam toen Spanje werd geregeerd door dictator Francisco Franco. Hij uitte niet openlijk kritiek op Franco, die door veel katholieken in die tijd overigens juist als held werd gezien. Wel veroordeelde hij onchristelijke ideologieën. Zo heeft hij steeds verklaard tegen elke vorm van totalitarisme te zijn.[16] Ook uitte hij zich kritisch tegenover degenen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog wraak wilden nemen op de communisten.[17] Tegenover het racisme, en in het bijzonder tegenover het Nazisme heeft hij zich altijd sterk uitgesproken. Volgens Amadeo de Fuenmayor, hoogleraar civiel en canoniek recht, die Escrivá persoonlijk kende, zei hij onder andere: "Alles wat racisme is, is tegen de wet van God, tegen de natuurwet", "Nazisme is een ketterij, afgezien van het feit dat het een politieke aberratie is" en "Ik heb Hitler altijd een obsessief iemand gevonden, een miserabel mens, een tiran”.[18] Over de Joden zei hij na de oorlog eens: "Ik houd heel veel van de Hebreeën, omdat ik zielsveel van Jezus Christus houd, die een Hebreeër is".[19] Volgens kardinaal Vladimir Felzmann, die persoonlijk assistent van Escrivá was geweest, had Escrivá echter eens tegen hem gezegd: 'Hitler kan niet zo'n slecht persoon zijn geweest. Hij kan geen zes miljoen Joden hebben vermoord. Het kunnen er niet meer dan vier miljoen zijn geweest.'[20]

Volgens ex-lid Miguel Fisac en kardinaal Felzmann sprak Escrivá "slecht over iedereen" en had hij "problemen met zijn seksualiteit", hij hield van zelfkastijding. Daarom was Fisac ook tegen de heiligverklaring van Escrivá. Het publieke imago stemde niet overeen met de werkelijkheid.[21]

Uitbreiding

De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) vormde een groot obstakel voor de ontwikkeling van de groepering. De stichter vluchtte.

Na de burgeroorlog, vanaf 1940, verbreidde het Opus Dei zich over Spanje, mee dankzij het regime van dictator Franco. Vóór Franco heerste in Spanje een antiklerikaal klimaat, waar katholieke organisaties soms werden tegengewerkt. Na de machtsovername door Franco werd het katholicisme echter door de overheid bevorderd. De Tweede Wereldoorlog was echter een rem op de expansie.

Escrivá verhuisde in 1946 naar Rome, naar het centrum van de katholieke macht. In de periode 1945-1975 begon het Opus Dei in dertig landen aan de expansie.

Heiligverklaring

Escrivá stierf in Rome op 26 juni 1975. Hij leed aan diabetes.

Op 17 mei 1992 waren ongeveer 300.000 mensen aanwezig bij zijn zaligverklaring door paus Johannes Paulus II.

Tien jaar later, op 6 oktober 2002, werd Escrivá heilig verklaard. In zijn toespraak bij de heiligverklaring zei de paus dat "de heilige Josemaría was uitgekozen om de universele roeping tot heiligheid te verkondigen en om aan te geven dat de gewone activiteiten waaruit het dagelijks leven bestaat, een weg tot heiligheid zijn. Men zou kunnen zeggen dat hij de heilige van het gewone was".

Deze heiligverklaring van Escrivá was omstreden. Tijdens het voorafgaande onderzoek naar zijn leven beschuldigden critici en ex-leden Escrivá onder andere van nazi-sympathieën en het hebben van een problematisch karakter.[20] Ook werd zijn spiritualiteit door sommigen betiteld als banaal, 'totaal onorigineel', 'opvallend bekrompen' en moeizaam ten opzichte van seksualiteit.[22] De bekende theoloog Hans Urs von Balthasar vond het bekendste boek van Opus, 'De Weg', "niet meer dan slechts een handboek voor boy scouts (padvinders)" en zag ook Escrivá's manier van bidden als problematisch.[23] Sommigen brengen de theorie dat het Opus Dei 250 miljoen dollar verschafte om de Vaticaanse Bank te redden in verband met de heiligverklaring.[24] Kritische stemmen, waaronder mensen die hem persoonlijk hadden gekend, zouden zijn geweerd uit de commissie voor heiligverklaring.[22]

Populaire cultuur

There Be Dragons

There Be Dragons is een actiefilm die zich afspeelt in het Spanje van de Burgeroorlog. De film ging in het voorjaar van 2011 in première. Het verhaal gaat over het leven van twee jonge mensen, Josemaría Escrivá (Charlie Cox) en Manolo Torres (Wes Bentley), jeugdvrienden die van elkaar vervreemden tijdens de politieke onrust van het vooroorlogse Spanje en vaststellen dat ze bij het uitbreken van de burgeroorlog tegenover elkaar staan. Als de persoonlijke en de nationale strijd woeden, botsen de levens van de hoofdrolspelers en komen hun diepste twijfels aan het licht. Alleen dan worden zij geconfronteerd met de ultieme keuzes die kunnen leiden tot tragedie of triomf en kans op uiteindelijke verzoening. De film werd geregisseerd door Roland Joffé, acteurs zijn onder anderen Charlie Cox, Wes Bentley, Rodrigo Santoro, Olga Kurylenko, Derek Jacobi, Golshifteh Farahani, Dougray Scott en Lily Cole.

De film werd slecht onthaald door recensenten en was ook qua geldopbrengsten geen succes.[25] Ook commercieel was de film geen succes.[26]

Zie de categorie Josemaria Escrivá de Balaguer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.