Josephine Amann-Weinlich
| Josephine Amman-Weinlich | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Amann-Weinlich in 1868 | ||||
| Geboren | Dechtice, 2 augustus 1848 | |||
| Overleden | Lissabon, 9 januari 1887 | |||
| Land | ||||
| Beroep(en) | Componiste, dirigent | |||
| Instrument | Viool | |||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Josephine Amman-Weinlich (Dechtice, 2 augustus 1848 – Lissabon, 9 januari 1887) was een Oostenrijkse pianiste, violiste, componiste en dirigent. In 1873 richtte zij het allereerste vrouwelijke orkest op.[1]
Biografie
Jeugdjaren
Josephine Weinlich werd geboren als een van de vier dochters van de industrieel Franz Weinlich en diens derde vrouw Josepha Hoschna. Haar vader verloor een groot deel van zijn fortuin tijdens de revolutie van 1848 en kreeg vervolgens een vergunning om een volkszangvereniging te leiden. Waarschijnlijk leerde hij zijn dochter de basisvaardigheden op de viool en de piano. Verdere informatie over de scholing van Weinlich is onbekend, al wordt wel beweerd dat ze les zou hebben gehad van Clara Schumann. Het ensemble van Franz Weinlich en zijn dochters trad jarenlang op in diverse gelegenheden in Wenen.[2]
Neues Winer Damen-Orchester
In 1865 verliet Josephina het familiegezelschap en ze trad vervolgens als pianiste op met andere zanggroepen. Twee jaar later richtte ze een kwartet op dat alleen uit vrouwen stond: het Neues Wiener Damen-Orchester. Dit gezelschap trad aanvankelijk alleen privé op, maar op 13 augustus 1868 debuteerde het vrouwenorkest van Weinlich in de Neue Dreher'sche Bierhalle in Wenen.[2]
In 1869 ging het orkest toeren en deed het onder andere Pest, Sint-Petersburg, Graz, Brno, Praag, Dresden en Berlijn aan. In januari 1870 huwde ze met de Oostenrijkse officier en kapelmeester Ebo Fortunatus (Ritter) von Amann (1844-1899). Hij ondersteunde haar bij het werven van leden voor het orkest en het organiseren van de concerten.[2]
Europäischen Damenorchester
Het orkest groeide uit tot veertig personen: naast 33 vrouwelijke musici had het orkest ook zeven blazers uit een jongenskoor uit Dresden. Aanvankelijk leidde zij het orkest vanaf haar piano, maar toen het orkest verder uitgroeide nam ze de rol van dirigent op zich. In 1871 vertrok Amann-Weinlich met haar orkest naar de Verenigde Staten voor een tournee. Tot haar gezelschap behoorde onder anderen de Nederlandse violiste Anna de Blanck. In september van dat jaar maakte het orkest zijn debuut in Amerika, in de Steinway Hall in New York. De reacties van de pers waren buitengewoon positief, maar door meningsverschillen met de concertdirecteur Frederick Rullmann viel het orkest tijdens de tour uit elkaar.[2]
In mei 1873 maakte ze met haar orkest haar debuut in de Wiener Musikverein. Het concert kon op veel belangstelling rekenen, maar leidde ook tot misogyne reacties waarbij laatdunkend over de muzikale prestaties werd geschreven of suggestieve opmerkingen werden gemaakt.[2] Het orkest trad vervolgens op tijdens de Wereldtentoonstelling van 1873 in Wenen onder de naam European Women's Orchestra.[3] Het jaar daarop ging het weer toeren. Tijdens deze tournee deed het orkest onder meer Parijs en Londen aan. In het voorjaar van 1874 trad zij en haar orkest als gast op in het "Casino de Cadet" in Parijs, en werden daar ook als een sensatie ontvangen. In 1876 trad het orkest ook op in Nederland.[2]
Cäcilien Quartet
In 1878 vormde zij het Cäcilien Quartet, dat zich weer meer richtte op het kamermuziekgenre, waarbij zij de pianopartituur voor haar rekening nam. Eind 1878 staakte het kwartet zijn optredens vanwege afnemende bezoekersaantallen.[2]
Verhuizing naar Lissabon
.png)
Vervolgens reisde ze met haar echtgenoot, hun kinderen, haar zus Elise (een celliste) en de zanger Georg Harmsen naar Spanje. Met Harmsen trad Amann-Weinlich op in het Liceu in Barcelona. Omdat er in Lissabon vraag was naar muziekeducatie en orkestcultuur, en ze bovendien werk aangeboden kreeg als pianodocente en muziekredactrice, verhuisde ze met haar gezin in januari 1879 naar Lissabon, haar nieuwe thuishaven. Op voordracht van haar echtgenoot werd Amann-Weinlich in die stad dirigent van het stadsorkest en organiseerde ze "Concertos Vienenses" in het Teatro da Trindade. Als gevolg van misogyne reacties nam Joseph Brenner het orkest van haar over, waarop ze alleen af en toe nog als gastdirigent zou optreden. Daarna was ze enkel nog pianoleraar, destijds een vrouwelijker beroep.
Met financiële steun van haar man publiceerde ze het tijdschrift "Gazeta Musical", waarin ze ook haar eigen composities publiceerde, maar ook de andere partituren redigeerde.[4] In november 1883 trad ze voor de allerlaatste keer op in Krakau. Ze liep tuberculose op en overleed in Lissabon op 9 januari 1887.[2]
Composities
Amann-Weinlich schreef zelf ook muziek, vaak salonmuziek. Zo componeerde ze enkele Franse polka's en walsen in de stijl van Lanner/Strauss.[1][2]
Veel waar haar werken zijn verloren gegaan of worden zelden uitgevoerd.
- Sirenen Lieder (Polka mazur), op 13.
- Puppenspiele (Impromptu), piano, op.20
- Josefinen Polka (salonwerk), bewerkt voor strijkkwartet
- Freie Gedanken (wals)
Erkenning
Reeds vroeg in haar carrière kreeg ze goede kritieken:[3]
Mevrouw Amann-Weinlich is natuurlijk ook een geboren dirigent, wier energie in elk gebaar voelbaar is.
— "Leipziger Illustrirte Zeitung" van 25 oktober 1873, pp.307f
Ze raakte in de vergetelheid, maar tijdens het traditionele Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker werd in 2026 haar polka mazurka op. 13, Sierenen Lieder uitgevoerd onder leiding van Yannick Nézet-Séguin. [5]
- 1 2 (en) The Composers Constanze Geiger and Josephine Weinlich. Wiener Philarmoniker. Geraadpleegd op 2 januari 2026.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Weinlich, Josephine. Sophie Drinker Institut. Geraadpleegd op 3 januari 2026.
- 1 2 (de) Wenzel, Silke, Josephine Amann-Weinlich. Musik und Gender im Internet. Geraadpleegd op 4 januari 2026.
- 1 2 Gazeta musical (Lisbon, 1884-1886). www.ripm.org. Geraadpleegd op 4 januari 2026.
- ↑ Kijktip: Nieuwjaarsconcert op tv en radio. NPO Klassiek. Geraadpleegd op 3 januari 2026.
