Joseph Thomson (ontdekker)
| Joseph Thomson | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 14 februari 1858 | |
| Geboorteplaats | Penpont, | |
| Overlijdensdatum | 2 augustus 1895 | |
| Overlijdensplaats | Londen, | |
| Nationaliteit | ||
| Beroep | geoloog, ontdekkingsreiziger | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Edinburgh | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | geologie | |
| Prijzen en erkenningen | Founder’s Medal (1885)[1] | |
Joseph Thomson (Penpont, 14 februari 1858 - Londen, 2 augustus 1895) was een Britse geoloog een ontdekkingsreiziger die een belangrijke rol speeld in de Wedloop om Afrika. De Thomsongazelle en de Thomsonwatervallen bij Nyahururu, Kenia zijn naar hem vernoemd. Hij blonk meer uit als ontdekkingsreiziger dan als exact wetenschapper en vermeed confrontaties tussen zijn dragers of met inheemse volkeren. Hij doodde geen enkele inheemse bewoner en verloor ook geen van zijn mannen door geweld. Zijn motto wordt vaak geciteerd als: “Wie voorzichtig gaat, gaat veilig; wie veilig gaat, gaat ver.”
Vroege leven
Hij werd geboren in Penpont, Dumfriesshire, en ging in de leer bij het steenhouwerij- en steengroevebedrijf van zijn vader. Hij ontwikkelde een grote amateuristische interesse in geologie en plantkunde, wat uiteindelijk leidde tot zijn formele opleiding aan de Universiteit van Edinburgh, waar hij studeerde bij Archibald Geikie en Thomas Henry Huxley.
Royal Geographical Society
Na zijn afstuderen in 1878 werd hij aangesteld als geoloog en natuuronderzoeker bij de expeditie van Alexander Keith Johnston van de Royal Geographical Society om een route te vestigen van Dar es Salaam naar het Nyasameer en het Tanganyikameer. Johnston stierf tijdens de reis aan malaria en dysenterie en Thomson moest de leiding van de expeditie op zich nemen. Thomson leidde de expeditie met succes over een afstand van meer dan 5.000 kilometer in 14 maanden, waarbij hij vele specimens verzamelde en veel observaties deed. Een deel van zijn bemanning bestond uit James Chuma, die ook nauw samenwerkte met en assisteerde bij de Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone.
In 1883 nam hij deel aan een nieuwe expeditie van de Royal Geographical Society, ditmaal om een route te verkennen van de oostkust van Afrika naar de noordelijke oevers van het Victoriameer. Handelaren van het Britse Rijk wilden een route die mogelijk vijandige Maasai en Duitse handelaren, die in het gebied concurreerden, zou vermijden. De expeditie vertrok enkele maanden na de rivaliserende Duitse expeditie van Gustav A. Fischer. Thomson leidde de expeditie opnieuw met succes, waarbij hij de haalbaarheid van de route aantoonde en veel belangrijke biologische, geologische en etnografische observaties deed, hoewel zijn poging om de Kilimanjaro in één dag te beklimmen mislukte. Op de terugreis werd Thomson echter door een buffel op de hoorns genomen en kreeg hij vervolgens malaria en dysenterie. Hij wordt gezien als degene die het rapport van Krapf uit 1849 over sneeuw op de Mount Kenya bevestigde. Hij werd door vijandige Masai verhinderd om een poging te doen om de berg te beklimmen. Niettemin wordt hij op die berg herdacht met Point Thomson (4.955 m) en Thomson's Flake.
Hij herstelde op tijd om verslag te doen van zijn ervaringen tijdens een bijeenkomst in november 1884 van de Royal Geographical Society, die hem het jaar daarop hun Founder's Medal toekende. Zijn boek Through Masai Land volgde in januari 1885 en werd een bestseller. Een van de eersten die het las, was de jonge Henry Rider Haggard. Zijn fantasie werd geprikkeld door de expeditie van Thomson en Haggard schreef prompt een eigen boek, King Solomon's Mines. Haggard schreef ook andere goed ontvangen romans, zoals She, een van de vervolgdelen op King Solomon's Mines. De roman gaat verder op de avonturen van de hoofdpersonen in King Solomon's Mines. Toen Thompson She las, vond hij dat het boek geen getrouw beeld gaf van de landen waarop het was gebaseerd, en schreef hij een roman gebaseerd op zijn ervaringen in Oost-Afrika, zoals beschreven in zijn boek Through Masai Land. Hij noemde deze roman Ulu: an African Romance. Het boek was zo succesvol dat er om een vervolg werd gevraagd, dat hij samen met Miss E. Harrison Smith schreef als Ulu: an African Romance volume II.
Pauze
In 1885 werd Thomson in dienst genomen door de National African Company om de Duitse invloed in de omgeving van de rivier de Niger te voorkomen en te belemmeren, maar hij keerde het jaar daarop terug naar het Verenigd Koninkrijk om lezingen te geven, teleurgesteld dat er geen verdere mogelijkheden waren voor grootschalige exploratie op het continent. Hij raakte ontevreden over zijn leven in het Verenigd Koninkrijk en had moeite om nieuwe mogelijkheden voor exploratie te vinden. Een bescheiden expeditie naar het Atlasgebergte in Marokko werd verpest door problemen met dragers en lokale politieke moeilijkheden. In 1889 reisde hij een maand lang door Midden-Europa met de beginnende schrijver J.M. Barrie.
British South Africa Company
In 1890 nam Cecil Rhodes Thomson in dienst om het gebied ten noorden van de Zambezi te verkennen, verdragen te sluiten en mijnbouwconcessies te verkrijgen van stamhoofden namens zijn British South Africa Company, die door de Britse regering was gecharterd om het gebied dat bekend stond als Zambezia (later Rhodesië, het huidige Zimbabwe en Zambia) tot aan de Afrikaanse Grote Meren in het noorden te claimen. Hoewel hij tijdens de reis een reeks belangrijke verdragen sloot, belette een pokkenepidemie in het tussenliggende land hem het uiteindelijke doel te bereiken, namelijk Alfred Sharpe ontmoeten aan het hof van Msiri, koning van Katanga, en Sharpe helpen het mineraalrijke land bij verdrag bij Zambezia te voegen. Het was de taak van Thomson om voorraden stof, buskruit en andere geschenken mee te brengen om indruk te maken op Msiri. Zonder deze geschenken werd Sharpe afgewezen en een jaar later doodde de Stairs-expeditie onder leiding van kapitein William Stairs, die dacht in een race te zijn met een nieuwe poging van Thomson om Katanga te bereiken, Msiri en nam Katanga in voor koning Leopold II van België. Wat de Stairs-expeditie niet wist, was dat Thomson inmiddels van de Britse regering de instructie had gekregen om niet te gaan.
Overlijden
Thomson's gezondheid was verslechterd door blaasontsteking, schistosomiasis en pyelonefritis. In 1892 kreeg hij longontsteking en op zoek naar het juiste klimaat om te herstellen, verbleef hij in Engeland, Zuid-Afrika, Italië en Frankrijk. Hij stierf in 1895 in Londen, op 37-jarige leeftijd.
Vernoemingen
De volgende zaken zijn vernoemd naar Joseph Thomson:
- Thomsonwatervallen bij Nyahururu, Kenia
- Thomsongazelle (Eudorcas thomsonii)
- een zoetwaterslak Limnotrochus thomsoni
- een landslak Achatina thomsoni (synoniem van Achatina spekei)
- een zoetwatertweekleppige Unio thomsoni (synoniem van Grandideriera burtoni)
Bibliografie
Non-fictie
- To the Central African Lakes and Back – the East Central African Expedition 1878–80 (1881)
- Through Masai Land – a Journey of Exploration among the Snowclad Volcanic Mountains & Strange Tribes of Eastern Equatorial Africa – the Expedition to Mount Kenia & Lake Victoria Nyanza, 1883–84 (1885, herzien 1887)
- The Travels in the Atlas & Southern Morocco (1889)
- Mungo Park & the Niger (1890)
- "‘Niger and Central Sudan Sketches’ (‘Scottish Geographic. Magazine,’ oktober 1886, vol. ii.).
Fictie
- Ulu: an African Romance (geschreven met Miss Harris-Smith) (1888)
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Joseph Thomson (explorer) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Gold Medal Recipients.
