Joseph Finegan

Joseph Finegan
Finegan in het uniform van kolonel
Finegan in het uniform van kolonel
Geboren 17 november 1814
Clones, County Monaghan, Ierland
Overleden 29 oktober 1885
Rutledge, Florida
Rustplaats Old City Cemetery
Jacksonville, Florida
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1862-1865 (CSA)
Rang brigadegeneraal (CSA)
Bevel Florida Brigade
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog

Joseph Finegan (Clones, 17 november 1814 – Rutledge, 29 oktober 1885) was een Amerikaans zakenman, spoorwegingenieur en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van brigadegeneraal in het Confederate States Army. Tussen 1862 en 1864 had hij het bevel over eenheden in midden en oostelijk Florida en behaalde hij een overwinning tijdens de Slag bij Olustee. Daarna kreeg hij het bevel over de Florida Brigade in het Army of Northern Virginia tot aan het einde van de oorlog.

Vroege jaren

Joseph Finegan werd geboren op 17 november 1814 in Clones, County Monaghan in Ierland.[1] In de jaren 1830 emigreerde Finegan naar Florida. Hij bouwde een houtzagerij in Jacksonville en opende later een advocatenkantoor in Fernandina Beach. Samen met senator David Levy Yulee begon Finegan in 1855 met de bouw van de Florida Railroad om goederen sneller van de oostkust naar de Golf van Mexico te transporteren.[2]

Hij huwde op 28 juli 1842 met de weduwe Rebecca Smith Travers.[1] Ze was de zus van Mary Martha Smith die gehuwd was met Robert R. Reid, gouverneur van Florida en vriend van president Martin Van Buren.[3] Finegan liet een veertig kamers tellend landhuis bouwen in Fernandina waar hij samen met zijn echtgenote en haar drie dochters uit haar vorige huwelijk; namelijk Maria, Margaret en Martha Travers;[4] en hun eigen kinderen Rutledge, Agnes, Josephine en Yulee Finegan samen woonden.[5]

Amerikaanse Burgeroorlog

Slag bij Olustee
 Zuidelijken
 Noordelijken

Tijdens de secessieconventie in Florida vertegenwoordigde Finegan, samen met James G. Cooper, Nassau County.[6] In april 1862 werd Finegan benoemd tot brigadegeneraal en werd hij bevelhebber van de eenheden in midden en oostelijk Florida.[7] Aangezien Finegan en zijn eenheden de interne rust dienden te verzekeren en zich ver van het front bevonden, hielden ze zich voornamelijk bezig met lokale aangelegenheden. Zo was er een wrak aangespoeld van de Kate. Dit was een schip die ingezet werd om de Noordelijke zeeblokkade te doorbreken. Het schip had wapens, munitie, dekens, schoenen en medisch materiaal aan boord. Maar toen Finegan en zijn soldaten ter plaatse kwamen, was het wrak al geplunderd. Het duurde maanden voor alle geweren gevonden werden. De rest van de lading werd nooit gerecupereerd.[8]

Florida stond ook bekend voor de vleesproductie. Om deze broodnodige voorraden naar het front te kunnen sturen, zette Finegan soldaten in om de lokale veeboeren te helpen met het verzamelen van het vee en deze in noordelijke richting te drijven.[9]

In 1863 had Finegan problemen met smokkelaars die rum lieten produceren in West-Indië. Ze kochten de rum op voor 17 cent per gallon (ongeveer 4,5 liter), smokkelden deze naar Florida en verkochten het daar voor 25 dollar per gallon. Hij drong er verschillende keren bij gouverneur John Milton op aan om hier paal en perk aan te stellen zonder veel succes.[10]

Toen generaal P.G.T. Beauregard rapporten ontving dat de Noordelijken hun basis in Jacksonville aan het versterken waren, stuurde hij extra troepen naar Finegan. Beauregard wou de aanvoer van vee en vlees uit Florida boven alles vrijwaren.[11] De Noordelijken, onder leiding van brigadegeneraal Truman Seymour, vertrokken in februari 1864 vanuit Jacksonville om Tallahassee in te nemen. Finegan trok zijn eenheden samen en hield de Noordelijken tegen bij Olustee. Op 20 februari versloeg hij Seymour die zijn troepen terugtrok naar hun basis in Jacksonville.[12] Na Olustee werd Finegan vervangen door generaal-majoor James Patton Anderson omdat Finegan overgeplaatst werd naar het Army of Northern Virginia waar hij het bevel van de Florida Brigade op zich nam. Een functie die hij tot het einde van de oorlog zou uitvoeren.[13]

Het graf van Joseph Finegan in Jacksonville, Florida.

Latere jaren

Na de oorlog keerde Finegan terug naar Fernandina waar hij tot de ontdekking kwam dat zijn landhuis was geconfisceerd. Het was in gebruikt genomen door de Freedmen's Bureau als een weeshuis. Na een juridische strijd kon hij zijn eigendom terugkrijgen. Om alle kosten te kunnen betalen, verkocht hij een deel van zijn eigendom langs Lake Monroe waar hij alleen nog een klein buitenverblijf overhield. Ondertussen was zijn eerste echtgenote overleden en verloor hij op 4 april 1871 zijn oudste zoon Rutledge. Hij verhuisde naar Savannah, Georgia waar een Ierse gemeenschap leefde. Finegan vond er werk als katoenhandelaar.[4]

In Savannah huwde Finegan met zijn tweede vrouw, weduwe Lucy C. Alexander uit Tennessee. Ze vestigden zich in Orange County, Florida.[14] Finegan overleed op 29 oktober 1885 in Rutledge.[15][16] Volgens de Florida Times Union was hij gestorven na een korte ziekte. Hij werd omschreven als helder van geest, hartelijk, joviaal en scherpzinnig. Hij werd begraven in het Old City Cemetery in Jacksonville.[4]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)