Joris Haringhuizen

Joris Haringhuizen
Joris Haringhuizen
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 15 februari 1869
Geboorteplaats Twisk
Overlijdensdatum 22 juni 1945
Overlijdensplaats Den Haag
Beroep academisch docent,[1] ingenieur[2]Bewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Opleiding Civiele Techniek
Alma mater Polytechnische School te Delft
Archieflocatie(s) Nationaal Archief[2]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Irrigatie
Universiteit Technische Hogeschool Delft
Soort hoogleraar gewoon hoogleraal
Functies
1893-1915 Ingenieur 1e klas bij BOW (Burgerlijke en Openbare Werken)
1915-1918 Hoogleraar weg- en waterbouwkunde aan de Landbouwhogeschool te Wageningen
1918-1938 Hoogleraar tropische irrigatie aan de Technische Hogeschool te Delft

Joris Haringhuizen (Twisk, 15 februari 1869 - Den Haag, 22 juni 1945) was een Nederlands waterbouwkundige, gespecialiseerd in irrigatie. Hij heeft lang in Nederlands-Indië gewerkt en was hoogleraar in Wageningen en in Delft. Hij huwde in 1895 met Josephine Christine Gout,[3] geboren op 2 juni 1876 te Singgit (Oost Java). Zij kregen drie dochters, de oudste twee zijn geboren in Tegal, de jongste in Palimanan.

Jeugd en opleiding

In 1889 ging hij naar de HBS in Alkmaar, waar hij in 1889 het diploma behaalde,[4] daarna ging hij studeren aan de Polytechnische School te Delft. Hij haalde in juni 1891 zijn diploma B, waarna hij praktisch werk in de vakantie kon doen voor Rijkswaterstaat. In de zomer van 1891 werkte hij aan het Merwedekanaal. In de zomer van 1892 werkte bij de afsluitdam in Schellingwoude. In juli 1893 behaalde hij het diploma civiel ingenieur en in september van dat jaar ging hij naar Nederlands-Indië.

Nederlands-Indië

Hij begon dat jaar als aspirant-ingenieur bij de bevloeiingswerken en de waterafvoer in het noordelijk gedeelte van de residentie Tegal tussen de Losarie- en Tjomalrivieren (Ci Sanggarung en Kali Comal), feitelijk is dit het regentschap Brebes ten westen van Tegal. In maart 1896 is hij bevorderd tot ingenieur 3e klas. Hij heeft in deze periode veel metingen gedaan. In het “verslag van de Commissie van Advies nopens de werken in de Solovallei aan den Minister van Koloniën” worden zijn metingen aangehaald als basis voor de werken aldaar.[5] In 1910 wordt hij bevorderd tot ingenieur 1e klasse en wordt hij toegevoegd aan de chef van de 1e waterstaatsafdeling. Hij komt uiteindelijk bij de directie van het Civiel Departement van BOW (Burgerlijke en Openbare Werken).

Terug naar Nederland

In 1915 gaat hij terug naar Nederland en wordt hoogleraar weg- en waterbouwkunde aan de Landbouwhogeschool te Wageningen. In dat jaar kreeg deze school de status van universiteit.[6] Zijn dochter (Petronella Wilhelmina Carolina, 1897-1988) ging toen ook in Wageningen studeren, maar werd ingeschreven als "toehoorder" bij wiskunde.[7] Van 1918 t/m september 1938 is hij hoogleraar aan de Technische Hogeschool te Delft en doceerde daar tropische irrigatie bij de afdeling weg- en waterbouwkunde. Hij maakt zich ook vanuit Nederland sterk voor een verbetering van het technisch onderwijs in Nederlands Indië en het doen van wetenschappelijk onderzoek in Nederlands Indië, wat onder andere blijkt uit de krantenberichten van 1927 wen 1928 van de Sumatra Post: Men schrijft ons: Dezer dagen werd onze aandacht gevestigd op een artikel van prof. ir. J. Haringhuizen, hoogleeraar aan de Technische Hoogeschool te Delft, getiteld „De voorziening in de behoefte aan civiel ingenieurs voor den Indischen Staatsdienst" en voorkomende in „De ingenieur" van 3 Maart jl., in welk artikel de heer Haringhuizen met feiten en cijfers aantoont, dat als gevolg van den sterk verminderden toeloop van studenten binnen enkele jaren weer een tekort aan civiel-ingenieurs te verwachten zal zijn. Het Departement van Onderwijs vond in dat artikel aanleiding om een circulaire te richten aan de directeuren der middelbare scholen hier te lande, waarin wordt gewezen op de goede kansen, die de studie voor civiel-ingenieur thans weer biedt, aan welke circulaire voorts meerdere bekendheid werd gegeven door „Onze Stem" (nummer van 10 Mei jl.).[8]

BOW vond het ook nuttig om lokaal onderzoek te kunnen doen, en om een waterbouwkundig laboratorium op te richten in Bandung en er werd een feasabiliy studie opgezet om te zien of dit financieel haalbaar zou zijn. Haringhuizen heeft hier vanuit Delft positief over geadviseerd, maar door het lokaal bestuur is dat afgewezen, omdat zij op korte termijn geen voordelen zagen.[9] De commissie bestond uit de professoren Kraus, de Vries Broekman en Haringhuizen en de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat, ir. Stoel. Ook was er een kapitaal beschikbaar uit het legaat van ir. Lamminga. Desondanks wilde het gouvernement hier geen geld in steken, wat onder andere leidde tot een verkeerd ontwerp voor de dam in Tjitaroem.[10] Tijdens zijn hoogleraarschap in Delft was hij ook lid van de Normalisatiecommissie "Aanwijzingen voor technische geschriften, teekeningen, modellen en onderdeden van constructies".[11] Vanaf 1933 wat hij ook lid van het bestuur van de Stichting Waterloopkundig Laboratorium te Delft en was hij secretaris van het Delftsch Hoogeschoolfonds.

Na zijn pensionering is hij in 1938 nog kort voor familiebezoek in Nederlands Indië geweest, eind 1938 was hij weer terug in Nederland.

Hij heeft een grote verzameling lantaarnplaatjes (dia's) aangelegd, deze verzameling is toegankelijk in het Nationaal Archief (2.22.08)[12] Veel van de stukken van prof. Haringhuizen zijn opgenomen in het nationaal archief, onder 2.22.07 Inventaris van archiefbescheiden betreffende Openbare Werken in Nederlands-Indië en Suriname, afkomstig van het Instituut voor Waterbouwkunde in Delft over de jaren 1872-1970 (Verzameling Haringhuizen-Schoemaker)[13] en 4.SCF Inventaris van de kaarten en tekeningen behorend tot de verzameling Haringhuizen-Schoemaker, archivalia betreffende openbare werken in het voormalig Nederlands Oost-Indië, 1878-1939.[14] Deze achieven bevatten veel tekeningen van werken in Nederlands-Indië, alsmede veel collegedictaten van de colleges over irrigatie in Nederlands-Indië (van Schoemaker en zijn voorgangers).

Publicaties van Haringhuizen

  • (en) Haringhuizen, J., Nyman, A.J.N. (1914). Irrigation in Netherlands East India, Netherlands Internationale Tentoonstelling te San-Francisco in 1915. G.C.T. v. Dorp & Company.
  • Haringhuizen (1 oktober 1919). De Indische waterbouwkunde. De Waterstaats-ingenieur 7 (10)
  • (3 maart 1918). De voorziening in de behoefte aan civiel ingenieurs voor den Indischen Staatsdiens. De Ingenieur 43 (9)
  • (30 oktober 1931). De nachtwadoeks. De Ingenieur  (44)
  • (23 juni 1939). Ter Herdenking prof Thal Larsen. De Ingenieur 54 (25)
Zie de categorie Joris Haringhuizen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.