Johnson Hagood

Johnson Hagood
Johnson Hagood tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Johnson Hagood tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog
Geboren 21 februari 1829
Barnwell, South Carolina
Overleden 4 januari 1898
Barnwell, South Carolina
Rustplaats Church of the Holy Apostles
Barnwell, South Carolina
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1865 (CSA)
Rang brigadegeneraal (CSA)
Eenheid 1st South Carolina Infantry
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Ander werk plantage-eingenaar en politicus
Johnson Hagood
Johnson Hagood
Handtekening Handtekening
80ste Gouverneur van South Carolina
Aangetreden 1 december 1880
Einde termijn 1 december 1882
Voorganger Thomas B. Jeter
Opvolger Hugh S. Thompson
20ste South Carolina Comptroller General
Aangetreden 14 december 1876
Einde termijn 1 december 1880
Voorganger Thomas C. Dunn
Opvolger John C. Coit
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Johnson Hagood (Barnwell, 21 februari 1829Barnwell, 4 januari 1898) was een Amerikaans plantage-eigenaar, militair en politicus. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van brigadegeneraal in het Confederate States Army.

Na de oorlog werd Hagood in 1876 verkozen tot Comptroller General in zijn thuisstaat South Carolina. In 1880 werd hij verkozen tot Gouverneur van South Carolina voor de Democratische Partij.

Vroege jaren

Hagood werd geboren op 21 februari 1829 in Barnwell, South Carolina. Zijn ouders waren rijke plantage-eigenaren. Hagood volgde les aan de Academy of Richmond County in Augusta, Georgia. Daarna kreeg hij een militaire opleiding aan de South Carolina Military Academy. Hij studeerde af in 1847 als eerste van zijn klas. In 1850 werd hij toegelaten tot de balie, maar zou nooit een eigen kantoor openen.

Amerikaanse Burgeroorlog

Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog nam Hagood dienst in het First South Carolina Volunteers als gewoon soldaat. Door zijn inzet, leergierigheid en administratieve vaardigheden klom hij al snel op tot officier. In 1862 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal en assistent adjudant generaal in de South Carolina Militia. Naast zijn loopbaan bij de militie kreeg hij op 27 januari 1861 ook een benoeming als kolonel van de 1st South Carolina Infantry Regiment in het Confederate States Army. Hij nam deel aan de Aanval op Fort Sumter in april 1861 en de Tweede Slag bij Bull Run in augustus 1862. Ondertussen was hij ook bevorderd tot brigadegeneraal in het reguliere leger op 21 juli 1862.[1]

Tweede slag om Fort Wagner

In 1863 werd Hagood naar zijn thuisstaat gestuurd om bevelhebber te worden van Fort Wagner, een van de forten die de haven van Charleston beschermde. Sinds april 1863 probeerden de Noordelijken via amfibische landingen de verschillende forten te veroveren om zo Charleston volledig te kunnen blokkeren. Na een eerste aanval op Fort Wagner op 10 en 11 juli 1863 voerden de Noordelijken een tweede aanval uit op het fort. De speerpunt van deze aanval was het Afro-Amerikaanse 54th Massachusetts Infantry Regiment onder leiding van kolonel Robert Gould Shaw. Deze aanval mislukte met zware verliezen voor de Noordelijken. Na de slag liet Hagood de lichamen van de gesneuvelde Noordelijke officieren terugbrengen naar hun eigen linies. Hij liet echter het lichaam van kolonel Shaw ontkleden. De eigendommen die op zijn lichaam gevonden werden, werden geroofd en het lichaam werd begraven in een massagraf samen met de Afro-Amerikaanse gesneuvelden. Dit werd beschouwd als een belediging. Voor Hagood waren alle Afro-Amerikanen gevluchte slaven en daarom was Shaw een leider van een slavenopstand. Hij zou tegen een gevangen genomen Noordelijke chirurg gezegd hebben dat: ”Mocht hij een bevelhebber geweest zijn van blanke soldaten, dan zou ik hem een eervolle begrafenis gegeven hebben. Zoals het nu is, zal ik hem in een massagraf leggen bij de negers die samen met hem gedood werden.”[2]

Van Overlandveldtocht tot Wilmington

In 1864 werd Hagood en zijn brigade ter versterking naar het Army of Northern Virginia gestuurd om het Noordelijke offensief onder luitenant-generaal Ulysses S. Grant te weerstaan. Hagood werd ingedeeld in de divisie van generaal-majoor Robert F. Hoke die zich ten noorden van Petersburg bevond. Zijn brigade nam deel aan de veldslagen bij Drewry’s Bluff en Cold Harbor en zou daarna tot in december 1864 meevechten in de loopgraven tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht. Daarna werd de divisie van Hook naar Fort Fisher gestuurd om de aanval van de Noordelijken te helpen afslaan. Hagood werd toen aangesteld als bevelhebber van Fort Anderson tijdens de Slag bij Wilmington.

Aan het einde van de oorlog diende Hagood in de restanten van het Zuidelijke leger onder leiding van generaal Joseph E. Johnston in North Carolina. Hoewel er geen documenten bewaard zijn gebleven, zou Hagood zich hebben overgegeven met de rest van Johnstons leger in Durham Station.[3][4]

Politieke loopbaan na de oorlog

Na de oorlog keerde Hagood terug naar zijn plantage. Zoals bij vele andere plantage-eigenaars had hij het moeilijk om de overschakeling te maken van slavenarbeid naar het werken met vrije en betaalde arbeidskrachten.

Tijdens de reconstructieperiode voerde Hagood actief campagne tegen het beleid van de Radicale Republikeinen. Tijdens de verkiezingen van 1876 steunde hij zijn oude wapenbroeder Wade Hampton III en werd hij zelf verkozen tot Comptroller General (minister van financïen) voor South Carolina. De verkiezingen waren met veel geweld gepaard gegaan waarbij blanken probeerden om de vrije Afro-Amerikanen te verhinderen om te gaan stemmen om zo de macht van de Republikeinen te breken. In vele counties was er sprake van intimidatie en fraude.

Hagood diende één termijn als controller. In 1880 werd hij genomineerd om Gouverneur van South Carolina te worden voor de Democraten. Hij won de verkiezingen met gemak. In 1877 hadden de federale troepen South Carolina verlaten waardoor er opnieuw sprake was van intimidatie en massale fraude. Zijn belangrijkste beleidsmaatregel tijdens zijn termijn als gouverneur was het heropenen van de South Carolina Military Academy in 1882.[5]

Hij overleed op 4 januari 1898. Zijn lichaam werd bijgezet in de Church of the Holy Apostles in Barnwell, South Carolina.

Nalatenschap

  • Het Johnson Hagood Stadium in The Citadel werd naar hem vernoemd.
  • Hagood en verschillende straten in South Carolina dragen nog altijd zijn naam.

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)