Johannes Sartorius

Johannes Sartorius (Amsterdam, circa 1500 – Delft, vermoedelijk 16 april 1557) was een Nederlandse schoolmeester en humanist uit de 16e eeuw. Hij is bekend door zijn onderwijs in de klassieke talen, zijn vertaling van Erasmus’ Adagia in Nederlandse spreekwoorden en zijn bijdragen aan Latijnse bijbelparafrasen. Sartorius behoort tot de humanistische traditie in de Nederlanden, die zich kenmerkte door de studie van de klassieke talen, de aandacht voor de oorspronkelijke bijbelse talen (zoals het Hebreeuws) en de belangstelling voor de reformatorische beweging. Hij behoorde tot de Sacramentariërs, en werd vanwege zijn opvattingen door de autoriteiten als ketter beschouwd.
Levensloop
Johannes Snijders was mogelijk een zoon van een kleermaker. Pastoor Claes Hillebrantsz Boelens, bijgenaamd Den Otter, heeft waarschijnlijk zijn opleiding bekostigd, en hij volgde vermoedelijk een studie aan de universiteit van Leuven. Hij behaalde de graad van magister artium. Van 6 tot 27 september 1525 werd hij wegens verdenking van ketterij gevangen gezet in Den Haag, onder de naam “meester Jan Sartoris, rector van Amsterdam”. Zijn medegevangenen waren onder anderen de Delftse rector Fredericus Canirivus, de Haagse rector Guilielmus Gnapheus (die later zijn Acolastus aan hem opdroeg) en Johannes Pistorius, die ter dood werd gebracht. Hoewel Sartorius zijn ideeën aanvankelijk herriep, kwam hij al spoedig weer onder verdenking en werd hij in 1527 opnieuw naar Den Haag ontboden. Sartorius vermeldde in verloren gegane brieven dat zijn evangelische opvattingen waren beïnvloed door Wouter, een voormalige dominicaan en prediker te Delft, die bekend stond als “lutherse monnik”.[1] Rond die tijd werkte hij voor het eerst als schoolmeester in Noordwijk, waar hij in verschillende perioden van zijn leven verbleef.
Vanaf 1529 keerde Sartorius terug naar Amsterdam. Zijn religieuze overtuigingen wekten wantrouwen, onder anderen bij Alardus van Amsterdam, die de rector van de Latijnse school, Cornelius Crocus, aanspoorde tegen hem op te treden. In 1531 publiceerde Crocus een verhandeling over de rechtvaardiging door het geloof, gericht tegen Sartorius, die volgens Crocus inmiddels openlijk tot het ketterse kamp behoorde. Ondanks deze tegenstand bleef Sartorius in Amsterdam werkzaam als leraar Latijn en Hebreeuws, terwijl zijn collega Gualterus Delenus Grieks en Hebreeuws doceerde. De lessen werden aanvankelijk gegeven in het Sint Paulusklooster, maar later in de Rederijkerskamer boven de Waag. Na het wederdopersoproer van mei 1535 werd het verzet tegen hem echter onhoudbaar, en hij werd voor vier jaar uit de stad verbannen, omdat hij, volgens de autoriteiten, ondanks een verbod onderwijs aan huis had gegeven. Hij vertrok vermoedelijk opnieuw naar Noordwijk.
In 1537 werd Sartorius opnieuw gevangen genomen, omdat hij in Noordwijk een vermoedelijk doperse gevangene uit Haarlem had verborgen. In 1540 ontving hij bezoek van de geestelijke John Bale (Balaeus), die Engeland had verlaten na de val van Thomas Cromwell. Rond juli 1544 verbleef Sartorius in Emden; daarna zijn zijn verdere verblijfplaatsen onduidelijk. Mogelijk verbleef hij enige tijd in Bazel. Sartorius gaf zijn hervormingsgezinde geschriften later uit onder de schuilnaam Joannes Tosarrius Aquilovicanus. In de laatste jaren van zijn leven woonde hij waarschijnlijk weer in Noordwijk, maar Dirck van Bleyswijck vermeldde in zijn Beschryvinge der stadt Delft, deel I, blz. 407, dat Sartorius in 1557 in Delft was overleden.
Sartorius schreef naar verluidt een tiental werken, waarvan het merendeel verloren is gegaan. De bewaard gebleven werken zijn voornamelijk taalkundig van aard en verschenen soms met aanzienlijke vertraging. Hij is vooral bekend door zijn vertaling van Erasmus’ Adagia, een verzameling van circa drieduizend spreekwoorden. Dit werk werd in 1561 uitgegeven door Henricus Junius van Gouda, de echtgenoot van Sartorius’ dochter Joanna. Sartorius’ religieuze beschouwingen tonen zijn erasmiaanse gezindheid. Rond 1553 voltooide hij Latijnse parafrasen van de oudtestamentische profeten en het boek Sapientia. Uit de inleidingen van deze postuum verschenen werken blijkt dat hij ook beïnvloed was door het spiritualiteit van Sebastian Franck.
- J. Trapman, ‘Johannes Sartorius’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009)
- Sartorius, Johannis in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme Deel 4, 1998, blz. 382
- J. Trapman, (1990) Ioannes Sartorius (ca. 1500-1557), Gymnasiarch Te Amsterdam En Noordwijk, Als Erasmiaan En Spiritualist in: Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis / Dutch Review of Church History
- J.F.M. Sterck, Onder Amsterdamsche Humanisten in: Het Boek. Jaargang 9 (1920) blz. 161-174